Heilige Pius V, paus
Eerste lezing: Handelingen 8,26-40 [I 192]
Evangelie: Johannes 6,44-51 [I 193]
Inleiding
Vandaag vieren we de gedachtenis van de heilige paus Pius V, een paus die ons bekend is uit het missaal vanwege de invoering van de decreten van het Concilie van Trente. Ook heeft hij het feest van Onze Lieve Vrouw van de Overwinning ingevoerd vanwege de overwinning van de christelijke alliantie op de Turken, bij de slag van Lepanto in 1572.
Vandaag, op koninginnedag, is het de moeite waard om onder de aandacht te brengen dat hij ook een bijzondere band heeft gehad met Nederland, in zoverre, dat hij in de zestiende eeuw de opstand van de opstandige Nederlanders wilde voorkomen. Hij gaf Philips II, onze koning, de koning van Hispanje, de goede raad persoonlijk een bezoek te brengen aan die opstandige Nederlanders. Koning Philips II sloeg die goede raad in de wind en hij stuurde Alva, de rechtlijnige landmeester die met brute kracht probeerde dat opstandige volk eronder te krijgen, hetgeen nu juist de oorzaak geworden is van de totale afscheiding.
Wij zijn toen een eigen natie begonnen onder leiding van een eigen stadhouder, een stedehouder, Willem van Oranje, in plaats van de koning, maar tenslotte is dat toch geëindigd in het koningschap van de Oranjes. De paus is ook stedehouder. Hij neemt de plaats in van Christus, die onze echte Koning is en blijft.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die dagen zei Jezus tot de menigte:
Niemand kan tot Mij komen
als de Vader die Mij zond, hem niet trekt;
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Er staat geschreven bij de profeten:
En allen zullen door God onderricht worden.
Al wie naar de leer van de Vader geluisterd heeft,
komt tot Mij.
Niet dat iemand de Vader gezien heeft,
alleen Degene die uit God is, heeft de Vader gezien.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
wie gelooft, heeft eeuwig leven.
Ik ben het brood des levens.
Uw vaderen die het manna gegeten hebben in de woestijn
zijn niettemin gestorven,
maar dit brood daalt uit de hemel neer,
opdat wie er van eet niet sterft.
Ik ben het levende brood
dat uit de hemel is neergedaald.
Als iemand van dit brood eet,
zal hij leven in eeuwigheid.
Het brood dat Ik zal geven,
is mijn vlees,
ten bate van het leven der wereld.
Homilie
Gisteren kwam het hoge woord eruit: "Ik ben het brood des levens" (Joh 6,35). En vandaag komt het lage woord eruit: "Het brood dat Ik zal geven, het Brood dat Jezus is, is mijn vlees, ten bate van het leven van de wereld. Door zijn vernedering is zijn vonnis voltrokken, las de eunuch uit de eerste lezing in de profeet Jesaja, en dát woord van vernedering, dat lage woord, het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, dat kan niemand vatten als hij zelf niet nederig is; als hij dat niet eerst van de Vader heeft ontvangen. Niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond, hem niet trekt." Waarom kan dat niet? Omdat Jezus de gezondene is van de Vader. De enige en ware reden dat Jezus is zoals Hij is en doet wat Hij doet, is de Vader, omdat Jezus zijn hele bestaan, en al wat Hij doet en zegt, ontvangt uit Vaders hand, uit Vaders wil. Daarom is Jezus ook alleen maar te begrijpen vanuit de Vader, als Gezondene van de Vader.
Zo zijn we dus opgenomen in een gesloten circuit. Samen met de Zoon en de heilige Geest opgenomen in het gesloten circuit van de allerheiligste Drie-eenheid. De Zoon blijft een gesloten boek en wat Hij zegt blijft voor ons onbegrijpelijk. Ook al kunnen we wat er in de Schrift staat grammaticaal nog zo goed verstaan, wij kunnen het niet begrijpen als we geen goddelijke hulp krijgen, precies zoals die hoveling van Kándake. Zeker, hij begreep wel wat hij las, maar van het eigenlijke begreep hij niets. Hij had hulp nodig, hulp van de Kerk, van iemand van de Kerk die zelf bezield was door de heilige Geest. Hij had hulp nodig van de heilige Geest, net zoals Petrus dat had gekregen bij zijn belijdenis: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God (Mt 16,16). Waarop Jezus zei: Niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is" (Mt 16,17), de Vader, die met de vinger van zijn rechterhand (de heilige Geest) uw hart heeft aangeraakt, heeft u dit geopenbaard.
Wat las die hoveling van Kándake? Hij las uit het boek Jesaja: "Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid; en evenals een lam, stom tegen zijn scheerder, opende Hij zijn mond niet. Door zijn vernedering werd zijn vonnis voltrokken." Dat was nu precies de tekst aan de hand waarvan men het lot van Jezus kon begrijpen. Aan de hand van die tekst kon men door de doffe, duistere, afstotelijke buitenkant van zoiets onmogelijks heen doordringen tot de lichtende binnenkant. Zoals gebeurde bij die twee leerlingen op weg naar Emmaüs, die zeiden: "Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften verklaarde?" (Lc 24,32)
Zo dring je door in de geheimen van ons geloof. Wat moet je daarvoor doen? Welke weg moet je daarvoor bewandelen? Je moet de heilige Schrift lezen, dat wil zeggen: een boek van een andere godsdienst, want zo kwam het bij die hoveling over. Het was niet zíjn godsdienst, maar vanuit hun geschiedenis probeerde hij hun godsdienst te begrijpen. Je kunt God dus niet begrijpen buiten de geschiedenis om. Je kunt God niet los zien van de geschiedenis die Hij gemaakt heeft. Om te kunnen geloven moeten we ons eerst invoegen in de geschiedenis van het volk van God en in de gemeenschap met dat volk. Je kunt de geschiedenis van de Kerk niet los van de Kerk overdenken, of vanuit de filosofie of vanuit het recht, maar alleen vanuit God, én vanuit wat God heeft gedaan aan de Kerk. Alleen vanuit de geschiedenis en vanuit de heilsgeschiedenis is God te begrijpen, of beter gezegd: is God te benaderen, want Hem begrijpen kunnen we natuurlijk nooit.
Je moet dus naar de Kerk, dát is een geheim van vernedering. Omdat "door zijn vernedering zijn vonnis is voltrokken", kun je dat geheim van vernedering alleen benaderen langs een nederige weg. Alles wat mensen aan grootheid, aan eigenwaan, aan eigendunk hebben opgebouwd, bijvoorbeeld: het nationale denken, macht en eer, moet je loslaten. Je kunt niet katholiek worden zonder eerst een stap naar achteren, naar onderen, naar omlaag te hebben gezet. Zoals Jezus ook zijn eigen lot heeft geduid aan de hand van de Schriften.
Hoe doet Hij dat nu bij zijn leerlingen, bij die twee Emmaüsgangers? Welke weg bewandelde Hij daarvoor? Hoe bereikte Hij hen? Hoe kon Hij hun hart tot overgave bewegen? "O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten hebben gezegd! (Lc 26,25) Hieruit blijkt dat je via de profeten moet. Moest de Messias dat niet alles lijden om in zijn glorie binnen te gaan? (Lc 24,26) Dát was dus bij de profeten te lezen. Beginnend met Mozes, de eerste profeet, verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had" (Lc 24,27). Dit toont ons dat Jezus Zich invoegt in hun eigen voorgeschiedenis, in de geschiedenis waarmee ze vertrouwd waren, maar waarvan ze bepaalde accenten niet konden zien. Daarvoor hadden ze meer licht, meer heilige Geest nodig. Uit de Schriften leerden zij wat God aan zijn volk deed, aan de leiders en aan het volk in z'n geheel: slavernij, woestijn, doortocht en de ballingschap, waarin heel het volk als het ware heeft moeten lijden wat de lijdende Dienstknecht moest doormaken. Het is dan ook in de tijd van de ballingschap dat het Lied van de lijdende Dienstknecht ontstond.
De profeten hebben dus eigenlijk alleen maar gezegd wat ze zelf waren, of liever: wat God aan hen deed, en dát hebben ze verkondigd, luidop uitgesproken; dat hebben ze naar buiten gebracht opdat allen zouden weten: kijk zo gaat het in het menselijk leven. Je moet er niet langs, maar je moet er doorheen, en als je er doorheen gaat, gaat God met je mee.
Aan de hand van die profeten en van hun geschiedenis en van de geschiedenis van het volk heeft Jezus de Emmaüsleerlingen duidelijk gemaakt: kijk, zo is dat met Mij gegaan. Een geheim van vernedering. Je moet er doorheen, langs een weg van vernedering, langs de weg van een volk, en niet zo'n populair volk ook, de Joden. Maar ook de Kerk is in onze wereld niet zo'n populaire gemeenschap. Wat hebben ze daar niet allemaal op aan te merken?
God heeft Zich verbonden met dat volk, met die beweging en met die gemeenschap, met al die zwarte kanten, om Zichzelf te openbaren, om Zichzelf mee te delen. Werkelijk een geheim van vernedering! Het is een stap terug, zoals Jezus dat ook heeft gezegd. "Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft Zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God:
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan het kruis" (Fil 2,6). Ook wij moeten een stap terug zetten. We beginnen in het klein, maar in het klein, in het heel kleine is Hij er echt: op deze kleine plaats en in ons eigen kleine hart.