Vrijdag in de derde week van Pasen

Eerste lezing: Handelingen 9,1-20  
Evangelie: Johannes 6,52-59


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die dagen geraakten de Joden met elkaar in twist en zeiden:
„Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?”
Jezus sprak daarop tot hen:
„Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt,
hebt gij het leven niet in u.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
heeft eeuwig leven
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Want mijn vlees is echt voedsel
en mijn bloed is echte drank.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
blijft in Mij en Ik in hem.
Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben
en leef door de Vader,
zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij.
Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
Het is niet zoals bij de vaderen
die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn:
wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven."
Dit zei Jezus bij zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaüm.

Homilie  

“Als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u."
Maar wij leven toch ook wel, als wij het vlees van de Mensenzoon niet eten en zijn bloed niet drinken! We kunnen toch niet zeggen dat mensen die niet aan de eucharistie deelnemen, die niet van de Kerk zijn, het léven niet hebben, die leven toch net zo goed als wij! Komt er voor uw gevoel inderdaad een toename van levenskracht in u wanneer u eucharistie viert, communiceert? Zoals wanneer je voedsel tot je neemt, dat er dan iets gebeurt, dat er warmte en kracht in je lichaam komt? Dat je van flauw sterk wordt, en levenskrachtig, dat je er weer tegen kunt? Is dat ook zo als u het eucharistische voedsel tot u neemt?

Hoe kan Jezus nu beweren dat Hij de mensen, die van dit brood eten en leven, het Brood dat Hij is, na hun dood - blijkbaar gaan ze toch dood - zal doen opstaan op de laatste dag? Leven ze nu of leven ze niet? Is eeuwig leven wel echt eeuwig leven als je toch eerst dood moet gaan? Het is een merkwaardig soort leven. Het is het leven dat wordt gered terwijl de mens sterft. Hij sterft aan dit leven, maar hij verkrijgt dat andere leven. Dat andere leven, het leven dat Jezus is komen brengen, waarvan je leeft als je van Hem eet, dát is het eeuwige leven, het leven in Hem. "Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem.” Het is het leven door de Vader. “Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij."

Blijkbaar hebben alle mensen twee levens. Tenminste als mogelijkheid. Als het ene leven ophoudt, kan het andere leven doorgaan. We gaan als het ware onder de drempel van de dood door de eeuwigheid in. Dat komt omdat we dat andere leven nog niet zien en niet kennen. Je hebt mensen die leven van het menszijn hier en nu, en je hebt mensen die leven in verbondenheid met Hem, in geloof in onze Heer Jezus. Zij mogen dat geloof zozeer beleven dat ze nu al van Hem mogen eten, sacramenteel eten, en leven. Die twee hangen ten nauwste met elkaar samen: het leven hier en het leven daar, in die zin dat het leven daar hier al begint, dat het andere leven dat doorgaat na de dood, hier al begint. Je krijgt deel aan dat andere leven in de mate dat je aan dit leven afsterft.

Dat wordt in het sacrament van het heilig doopsel betekend doordat je in het water afdaalt, ondergedompeld wordt; het doopwater is het lijden en de dood van Jezus. Daarin word je ondergedompeld. Hij sterft aan dit leven en wij sterven met Hem mee. Het vlees dat wij eten, is dan ook zijn gestorven leven. "Het brood dat Ik u zal geven is mijn vlees", mijn geofferde, doodgeslagen, gedode vlees. Je leeft dus van een gekruisigd leven. Dat is het leven dat je van Hem krijgt, dat is de kracht waardoor je de kruisen van het leven kunt dragen en overleven.