Eerste lezing: Nehemia 8,2-4a.5-6.8-10
Tweede lezing: 1 Korintiërs 12,12-20
Evangelie: Lucas 1,1-4;4,14-21
Inleiding
'Adorate Deum omnes Angeli eius.' 'Aanbidt de Heer, alle engelen van God.' In de eerste lezing van vandaag zullen we horen hoe het gehele volk luistert naar het Woord van God en hoe de levieten de handen omhoog staken, het hoofd bogen en met het gezicht tegen de grond de Heer aanbaden na het horen van zijn Woord. In het evangelie komt dat aanbiddelijke Woord van God heel dichtbij, zó dichtbij dat ze Hem kunnen aanraken, dat ze er door geraakt worden. "Aller ogen waren gespannen op Hem gevestigd", ze waren één en al luisteren. Daarvoor bent u ook hier gekomen, om te luisteren naar het Woord van God, want u komt hier niet om te luisteren naar het woord van mensen. Om te kunnen luisteren, om het Woord van God ook als het Woord van God in ons te kunnen opnemen, daarvoor hebben wij de heilige Geest nodig. Die maakt ons hart luisterbereid, want het Woord van God is zo transcendent, zo verheven, boven ons verstand, maar vooral boven ons hart, dat wij een andere Geest, een goddelijke Geest, de heilige Geest, nodig hebben om ons daarvoor te kunnen openstellen. Dat Woord van God hebben wij ontvangen bij ons heilig doopsel, en ook de kracht die daarmee gepaard gaat. Daarom laten wij aan het begin van de zondagse eucharistieviering nog eens aan ons doen wat er toen gebeurd is.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen
die onder ons hebben plaats gevonden,
aan de hand van de gegevens
welke ons werden overgeleverd door mensen
die vanaf het begin af aan ooggetuigen waren
en in dienst van het woord zijn getreden.
Vandaar, edele Theofilus, dat ook ik besloot,
- na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht -
voor u een ordelijk verslag te schrijven,
met de bedoeling u te doen zien
hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt.
In die tijd
keerde Jezus in de kracht van de Geest
uit de woestijn terug naar Galilea
en men sprak over Hem in heel de streek.
Hij trad nu op als leraar in hun synagogen
en werd algemeen geprezen.
Zo kwam Hij ook in Nazaret, waar Hij was grootgebracht.
Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge
en stond op om voor te lezen.
Zij reikten Hem de boekrol aan van de profeet Jesaja.
Hij opende de rol
en vond de plaats waar geschreven stond:
De Geest des Heren is over Mij gekomen,
omdat Hij Mij gezalfd heeft.
Hij heeft Mij gezonden
om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien;
om verdrukten te laten gaan in vrijheid,
en om een genadejaar af te kondigen van de Heer.
Daarop rolde Hij het boek dicht,
gaf het terug aan de dienaar en ging zitten.
In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd.
Toen begon Hij hen toe te spreken:
Het schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt,
is thans in vervulling gegaan.
Homilie
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden." Hebt u ooit wel eens een evangelie zo horen beginnen? Zo opent Lucas het evangelie, dat niet zíjn evangelie is, maar het evangelie van onze Heer Jezus Christus.
Het evangelie wordt niet gepresenteerd als een leer, maar als een gebeuren. "Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen." Het zijn gebeurtenissen in de geschiedenis, het ís geschiedenis, iets wat geschied is. De woorden die er in staan opgetekend, zijn woorden die geschiedenis maken, zoals Maria tot de engel zegt: "Mij geschiede naar uw woord" (Lc1,38). Het zijn woorden waarmee God geschiedenis maakt.
Het Woord van God komt uit de hemel op aarde en raakt het hart van de mensen, zoals bij het voorlezen uit het wetboek het geval was. We hebben in de eerste lezing gehoord hoe het er aan toeging. "Het volk luisterde aandachtig naar de voorlezing van het wetboek.
Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde: Amen, amen!
Het hele volk was in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de Wet hoorden. Wat brengt dat Woord van God te weeg! Ook in het evangelie hebben we gehoord, hoe er, nog voordat Jezus één woord had gesproken, al een gespannen aandacht was. Je kon een speld horen vallen. Daarop rolde Jezus het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagoge waren alle ogen gespannen op Hem gevestigd." Alle aanwezigen waren met haren en snaren gespannen op wat Hij ging zeggen.
Dat is wat de Geest doet: ontvankelijkheid scheppen, luisterbereidheid, openheid. De heilige Geest maakt dat mensen zich openstellen voor Gods Woord, zodat zij zich er persoonlijk door aangesproken weten. Hoe dikwijls zult u dat al niet hebben meegemaakt? In de geest van: nu leek het toch net of de predikant het tot mij had, alsof hij haarscherp aanvoelde waar ik mee bezig ben. Elk woord van hem viel precies bij mij op z'n plek. - Maar niet de predikant kent de harten van de gelovigen, maar de heilige Geest. Hij gebruikt het woord van de Schrift, dat een woord is voor ons allemaal, voor alle mensen van alle tijden en alle plaatsen en in alle mogelijke omstandigheden, om mensen persoonlijk te treffen, te troosten, te leiden. Het is dus een bewogenheid, niet als een blinde kracht, maar ook niet zonder gevoel, niet van die emoties die loskomen bij bepaalde televisieseries, soaps, of familiedrama's die ons worden voorgeschoteld. Nee, het is een bewogenheid die van God komt en door ons hart heen, ons naar God toe leidt. Het is een bewogenheid ván God en náár God! Het is een religieus gebeuren, zoals dat luisteren naar de Wet in het boek Nehemia een religieus gebeuren was, dat de mensen naar God toebracht.
De heilige Geest is een naar God leidende kracht. Dat is niet de kracht van onze krachttermen, van ons woordgeweld, of van woorden die het menselijk gevoel raken, of ondersteboven zetten, of hartstochtelijk meeslepen. Nee, de woorden van God zijn niet meeslepend in die zin, ze zijn niet emotioneel. Mensen die écht door de Geest geraakt worden, zijn nuchter. In de taal van de Vaders van de Kerk: een 'nuchtere dronkenschap'. Het staat als het ware los van het gevoel, met de kracht van God, de Allerhoogste. "In die tijd keerde Jezus in de kracht van de Geest uit de woestijn terug naar Galilea."
Het bijzondere van Jezus' woord is niet alleen de inhoud van wat Hij zegt, maar ook de kracht waarmee die woorden geladen zijn. Dat wil de evangelist, en met name de evangelist Lucas, ons bovenal duidelijk maken. Hij vertelt ons steeds opnieuw wat voor Geest er achterzat, welke Geest er met Jezus' woord overkwam. De kracht die er van Jezus en van zijn evangelie uitgaat, is de kracht die over Jezus neerdaalt bij het doopsel in de Jordaan, zoals Lucas meteen aan het begin van het evangelie vertelt: "Toen geschiedde het dat de hemel openging en de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde" (Lc 3,22). En de hemel die openging was God. God ging open. God openbaarde Zich. Die openbaring is zoveel als een zelfmededeling, want wat heeft God anders te openbaren dan Zichzelf? En hoe kan Hij Zichzelf anders openbaren dan door Zichzelf mee te delen, Zich te doen ervaren? Dat het woord ook aan je geschíedt.
Hoe openbaart God Zich nu aan Jezus? In kracht! Vervuld van de heilige Geest ging Jezus weer weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd (vgl. Mt 4,1; Mc 1,12), en "in de kracht van de Geest keerde Jezus uit de woestijn terug naar Galilea." Zo kondigt Jezus vandaag in zijn eigen optreden Zichzelf aan, als een openbaring van de heilige Geest uit de hemel: "De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft." Lucas zegt als enige dat Jezus in gebed was toen de hemel openging en de heilige Geest, in de gedaante van een duif, over Hem neerdaalde, en een stem uit de hemel sprak. Jezus' gebed is een Godservaring, een ervaring van kracht, kracht uit den hoge, van goddelijke kracht.
Maar wat gebeurt er met die kracht die Jezus van zijn Vader ontvangen heeft? Houdt Hij die voor Zichzelf? Nee, Jezus, vervuld van de kracht van God, stelt die kracht van nu af aan de mensen ter beschikking, en vooral aan mensen die in gevangenissen opgesloten zitten, in de gevangenschap van hun welvaart, van hun welvarendheid, van hun goede karakter, of van de geslaagdheid van hun leven, enzovoort. Voor hen geldt het woord van God: "Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken. Zucht je over je gevangenschap waar je in zit, dan zal Hij je bevrijden, want Hij is gekomen om een genadejaar af te kondigen van de Heer. Een jubeljaar! Het was bij de Joden gebruik, om één keer in de vijftig jaar de in de geschiedenis vastgelopen of scheefgegroeide verhoudingen te corrigeren door een genadevol ingrijpen via de Wet vanuit de hemel. Hij is gekomen om een genadejaar af te kondigen van de Heer" (Js 61,2).
Tien jaar geleden hebben wij ook een jubeljaar gevierd. Aan het einde van dat jubeljaar, van dat Heilige jaar, heeft paus Johannes Paulus II gezegd: 'Het Heilig Jaar is gesloten, maar Christus blijft.' Christus is de belichaming van het Heilig Jaar. Hij is het Jubeljaar in eigen Persoon. Hij is het Jubeljaar dat duurt tot aan het einde der tijden. Want zegt Hij niet zelf: "Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld?" (Mt 28,20).
Jezus' woord is zijn werkelijke, altijd blijvende tegenwoordigheid waarin wij mogen verblijven. Dat woord mogen wij ontvangen en ook zijn kracht, zijn heilige Geest. Het komt naar ons toe in de drie goddelijke Personen: het Woord van de Vader, het Woord zelf, en de heilige Geest. Dat zijn de drie Personen in wie wij nu ons geloof gaan belijden.