Eerste lezing: 1 Johannes 3,7-10
Evangelie: Johannes 1,35-42
Inleiding
Ze zeggen het zo eenvoudig: 'God die op aarde naar ons toegekomen is.' Hij komt, maar Hij laat het niet bij 'komen' alleen; Hij bewerkt dat wij naar Hem komen, dat wij ons laten opnemen in Hem zodat wij, als Hij teruggaat naar de hemel, met Hem mee opgenomen worden. Dat is het slot van de beweging van zijn komen naar de aarde. Wij gaan met Hem mee, opgenomen in Hem, terug naar de hemel, ons vaderland. In de eucharistie wordt dat nog eens hernomen: het Woord van God daalt uit de hemel neer, komt naar ons toe in de dienst van het woord, en daarna worden wij bij de heilige communie verenigd met de Liefde zelf.
Belijden wij dan eerst onze schuld, dat wij ons zo moeilijk laten opnemen, om deze heilige Geheimen, waarin Hij ernst maakt met zijn verlangen ons bij Zich op te nemen, goed te kunnen vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
De volgende dag stond Johannes daar weer,
nu met twee van zijn leerlingen.
Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging
en sprak:
Zie, het Lam Gods.
De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen
en gingen Jezus achterna.
Jezus keerde Zich om
en toen Hij zag dat zij Hem volgden, vroeg Hij hun:
Wat verlangt gij?
Ze zeiden tot Hem:
Rabbi - vertaald betekent dit: Meester - waar houdt Gij U op?
Hij zei hun: Gaat mee om het te zien.
Daarop gingen zij mee en zagen waar Hij Zich ophield.
Die dag bleven zij bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur.
Andreas, de broer van Simon Petrus,
was een van die twee die het gezegde van Johannes hadden gehoord
en Jezus achterna waren gegaan.
De eerste die hij ontmoette was zijn broer Simon tot wie hij zei:
Wij hebben de Messias - dat vertaald betekent: de Gezalfde - gevonden,
en hij bracht hem bij Jezus.
Jezus zag hem aan en zei:
Gij zijt Simon, de zoon van Johannes;
gij zult Kefas - dat betekent: Rots - genoemd worden.
Homilie
Johannes de Doper richtte het oog op Jezus die voorbijging en zei: "Zie!" Je moet kijken! Wat zie je dan? Jezus gaat voorbij. Maar Johannes zag iets anders. Hij gebruikte niet alleen zijn zintuiglijke ogen, hij gebruikte ook de ogen van zijn geloof. En met de ogen van zijn geloof zei hij: "zie het Lam Gods."
Als u naar het heilig Sacrament kijkt, ziet u een witte schijf brood, hostiebrood, maar met de ogen van uw geloof ziet u Jezus, slachtoffer, liefdesoffer. Met het horen gaat het precies hetzelfde. Er komt een ongelovige de kerk binnen die mij hoort spreken. En ook u hoort mij spreken. Wat hoort u dan? U hoort wat ik heb gezegd: 'dit is het Woord van God', en daar heeft u 'amen' op gezegd. Je hebt dus als gelovige andere ogen, andere oren en een ander hart, een hart dat bezield wordt door de heilige Geest die daarin is uitgestort. Want toen zij Jezus vroegen: "Rabbi, waar houdt Gij U op?", werd hun dat ingegeven door de heilige Geest, die in Jezus niet Jezus zag, maar het Lam van God. Dáárdoor werden zij aangetrokken. En wat was het nu dat zij te zien kregen? "Gaat mee om het te zien.
En ze zagen waar Hij Zich ophield." Was dat nu alles? Om te zien waar Hij Zich ophield was het toch niet nodig om een hele dag bij Hem te blijven!? Toch bleven ze die dag bij Hem, omdat zij met de oren van het hart hoorden wat ongelooflijk is. Zij lieten God naar zich toekomen en zij hoorden in Jezus God zelf spreken. Er staat niet waarover zij spraken. Zij zagen waar Hij Zich ophield en dat was voldoende om die dag bij Hem te blijven. Is dat alles? Ja, want wat God zegt is niet in woorden uit te drukken, dat is alleen maar uit te drukken in hét Woord zelf: 'Jezus, het vlees geworden Woord.'
Als je met dat geloof, dat geloofsvertrouwen, dat vertrouwen in Jezus, door de heilige Geest in je hart opgewekt, meegaat - dat is moeilijk - dan worden alle andere dingen makkelijk. Dan krijg je de kracht om een rots te worden, zoals Jezus van Simon, de zoon van Johannes, zegt: een Kefas, een rots. Rotsvast, een rots in de branding van het leven.