Dinsdag in de vierde week
 van de Veertigdagentijd
Eerste lezing: Ezechiël 47,1-9.12
Evangelie: Johannes 5,1-3a.5-16


Inleiding  

De zonde wordt ons voorgezet. Dat wat in ons is, wat de mensen uit hun bewustzijn verdringen, dat wordt ons door de verlossende Heer, onze Heer Jezus Christus, aan het licht gebracht, dat wordt door Hem uit ons verdringen verlost. Kijk nu eens wat wij Hem hebben aangedaan. Dat is onze zonde. De wet doet dat ook, zij maakt de overtredingen bewust, brengt de schuld van de mensen voor ogen, om ogenblikkelijk door de mensen weer verdrongen te worden. De mens kan die schuld niet dragen, en daarom wordt dat ons op een andere wijze bewust gemaakt, namelijk in het lijden van Jezus. Zijn wonden zijn er door onze zonden ingeslagen. We zijn niet in staat dat te kunnen aanzien, ténzij wij tegelijkertijd zien hoezeer Hij dat met liefde heeft gedragen, met barmhartige liefde.
Dat is dan ook de reden waarom wij ons aan het begin van de eucharistie eerst onze zonden bewust maken, om ze meteen aan zijn barmhartigheid toe te vertrouwen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Omdat er een feest van de Joden was, ging Jezus op naar Jeruzalem.
Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting,
in het Hebreeuws Bezeta geheten,
met vijf zuilengangen.
In die gangen lag altijd een groot aantal gebrekkigen.
Nu was daar een man die al achtendertig jaar lang gebrekkig was.
Jezus zag hem liggen
en omdat Hij wist dat hij reeds lang zo lag zei Hij tot hem:
“Wilt ge gezond worden?”
De zieke gaf Hem ten antwoord:
“Heer, ik heb niemand om mij in het bad te brengen
wanneer het water bewogen wordt,
en terwijl ik ga, daalt een ander vóór mij er in af.”
Daarop zei Jezus hem:
“Sta op, neem uw bed op en loop.”
Op slag werd de man gezond.
Hij nam zijn bed op en liep.
Die dag was het echter sabbat
en daarom zeiden de Joden tot de genezene:
“Het is sabbat, ge moogt uw bed niet dragen.”
Hierop antwoordde hij hun:
“Die mij gezond heeft gemaakt Die heeft mij gezegd:
Neem uw bed op en loop.”
Daarom vroegen zij hem:
“Wie is die man die u zei: Neem uw bed op en loop?”
De genezene wist niet wie het was,
want Jezus had Zich ongemerkt teruggetrokken
omdat er veel volk ter plaatse was.
Later trof Jezus hem in de tempel en sprak tot hem:
“Zie, ge zijt nu genezen.
Zondig niet meer opdat u niets ergers overkomt.”
De man ging heen en vertelde aan de Joden
dat het Jezus was die hem genezen had.
Omdat Jezus dergelijke dingen op sabbat deed
begonnen de Joden Hem te vervolgen.

Homilie  

Als je de eigenlijke betekenis, de eigenlijke boodschap van het evangelie wilt vinden, kijk dan naar de woorden die er het meeste in voorkomen. In dit evangelie is dat het woordje 'genezen' en 'gezond worden'. Dat begint al met de vraag van Jezus aan de lamme: "Wil je gezond worden?” En op Jezus' woord: “Sta op, neem je bed op en loop, werd de man op slag gezond.” Er staat niet dat hij op slag kon 'lopen', wat voor de hand zou liggen, maar dat hij “op slag gezond werd.” Voortaan heet de lamme niet de man die weer kon lopen, maar 'de genezene'. “De genezene wist niet wie het was, want Jezus had Zich ongemerkt teruggetrokken.” Aan het einde zegt Jezus zelf: “Zie, je bent nu genezen.” En zo vertelde de man ook aan de Joden dat “het Jezus was die hem genezen had." Jezus is de geneesheer, de heildokter. In de christelijke oudheid was dat zelfs een tijdlang een officiële titel van Jezus: 'Jesus medicus', 'Jezus geneesheer'.

Er gaat van Jezus een zelfde genezende kracht uit als van het water van de badinrichting Bezeta in Jeruzalem, waar "altijd een groot aantal gebrekkigen lag." Maar zo geneeskrachtig was dat water toch ook weer niet, want deze man lag daar al achtendertig jaar en was nog nooit genezen.
Hij ligt daar als representant van heel het Joodse volk. Er gaat van de wet geen verzoenende kracht uit. De wet dient ervoor, zoals aan het begin al gezegd werd, om je je zonden bewust te worden, en niet om je met God te verzoenen. Daarvoor hebben wij Iemand nodig die de zonden vergeeft, die de zonden draagt, die barmhartig is.

Het water op deze wereld is als het water van de Zoutzee, waarvan het water niet drinkbaar is, waarin de waterdieren sterven, waar de bomen aan de waterkant geen vrucht dragen. Maar God slaat een bron van nieuw, levend water in onze wereld en wel in de tempel van Jeruzalem. Hij begint met dat levende water bij het Joodse volk. In de eerste lezing laat de profeet Ezechiël ons zien, hoe hij bij de ingang aan de voorzijde van de tempel het water geleidelijk ziet aanwassen, het begint heel de tempel te bevloeien, te overstromen en ook buiten de tempel. "De rivier stroomt naar de vlakte in het oosten, naar de Araba, om vervolgens uit te monden in de Zoutzee, waarvan het water drinkbaar wordt. Overal waar de rivier stroomt zullen de waterdieren in leven kunnen blijven. Er zal heel veel vis zijn, want overal waar de rivier komt, zal het water drinkbaar worden, en alles zal in leven blijven. Op beide oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opschieten waarvan de bladeren niet verwelken, en de vruchten niet opraken. De vruchten zullen dienen als voedsel en de bladeren als geneesmiddel." Daar heb je het: het water dat Ezechiël ziet stromen is Jezus. "Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”, zegt Jezus op de Grote Verzoendag (Joh 7,38). “Hiermee doelde Hij op de Geest" (Joh 7,39). Het levenskrachtige water is dan ook geneeskrachtig, heeft geneeskrachtige werking. Het is in staat om de gebrekkige, die niet genezen kon worden door de Joodse wet, door Jezus te laten genezen. "Zie, je bent nu genezen! Zondig niet meer, opdat je niets ergers overkomt."

Leven zonder God, zonder de God van Israël, is zinloos. Lijden en verdriet op zich zijn onvruchtbaar, zinloos, zoals dat water in de Zoutzee niet drinkbaar was, niet vruchtbaar; de vissen sterven erin en de bomen langs de oevers dragen geen vrucht. Maar gedragen in vereniging met Jezus wordt het lijden vruchtbaar, wordt het zinvol, kan het zelfs een bron van vreugde en van levenskracht zijn. Dat is het echte leven, het leven van God, goddelijk leven. Er stroomt bloed én water uit zijn doorstoken zijde, uit zijn goddelijk Hart, de sacramenten van de Kerk, die genezing geven.