Derde verjaardag van de pauskeuze paus Benedictus XVI
Eerste lezing: Handelingen 13,44-52 [I 208];
Evangelie: Johannes 14,7-14 [I 209]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Als ge Mij zoudt kennen
zoudt gij ook mijn Vader kennen.
Nu reeds kent gij Hem en ziet ge Hem.
Hierop zei Filippus:
Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.
En Jezus weer:
Ik ben al zo lang bij u
en gij kent Mij nog niet, Filippus?
Wie Mij ziet, ziet de Vader.
Hoe kunt ge dan zeggen:
Toon ons de Vader?
Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben
en de Vader in Mij?
De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf,
maar het is de Vader die, blijvend in Mij,
zijn werk verricht. Gelooft Mij:
Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.
Of gelooft het anders omwille van de werken.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
wie in Mij gelooft, zal ook zelf de werken doen die Ik doe.
Ja, grotere dan die zal hij doen,
omdat Ik naar de Vader ga.
En wat gij ook zult vragen in mijn Naam Ik zal het doen,
opdat de Vader moge verheerlijkt worden in de Zoon.
Als gij Mij iets zult vragen in mijn Naam, zal Ik het doen.
Homilie
In het evangelie heeft Jezus het over de verhouding tussen Hem en zijn Vader. "Als ge Mij zoudt kennen, zoudt ge ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent ge Hem en ziet ge Hem. Wie Mij ziet, ziet de Vader." Hoe moeten we ons dat toch voorstellen? Zijn die twee dan gelijk als twee druppels water? Had de Vader dan evengoed mens kunnen worden? Ja, ze zijn gelijk als twee druppels water in de goddelijke natuur, maar als persoon zijn ze verschillend en wel zo verschillend dat er geen groter verschil kan bestaan tussen personen, als het verschil tussen de Vader en de Zoon. Men zegt wel eens dat er tussen Zoon en Vader een verhouding is van pure oppositie, van pure tegenoverstelling. In niets is de ander te herleiden tot de een en in niets is de een te herleiden tot de ander. De Vader blijft de Vader en de Zoon blijft de Zoon. Want wat is een grotere tegenstelling dan tussen leven geven en leven ontvangen? En toch: "Wie Mij ziet, ziet de Vader. Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij." Hoe is dat dan te verstaan?
Die eenheid is een eenheid van de goddelijke natuur die zij beiden hebben, een eenheid van liefde. Het is een liefdeseenheid. In de liefde kan er inderdaad zo'n eenheid zijn tussen twee personen, met behoud van hun eigen identiteit, met behoud van hun persoon zijn. Zoals tussen Christus en zijn Kerk. "Hij blies over hen en zei: Ontvangt de heilige Geest" (Joh 20,22). Toen ontstond er een eenheid tussen Christus en zijn Kerk, tussen Christus en ons, als tussen bruidegom en bruid. De kus, de liefdeskus.
Dat is een dynamische eenheid, een eenheid die steeds weer geschieden moet: de Vader die de Geest uitademt naar de Zoon en de Zoon naar de Vader. En de Zoon die de Geest uitademt naar zijn Kerk. "Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest" (Joh 19,30). Dat is de Geest die in staat is de allergrootste verschillen, kloven en afstanden te overbruggen, zonder versmelting.
Bijvoorbeeld: de heilige Geest kan Jezus helpen over de afgrond die Hij ervoer tussen Zichzelf en de Vader, op de plaats van de zondaars, dragend de zonden van de hele wereld. "Laat deze beker aan Mij voorbijgaan, maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt" (Mt 26,39). Dat is eenheid in de heilige Geest. Hij zei dat dan ook niet als God, maar Hij zei dat als God-de-Zoon. Hij zei immers: 'Abba', 'Vader'. Dat zei Hij dus in de heilige Geest. En dat kan mensen helpen over kloven van verdriet, van scheiding, van onmacht, van wat je zelf niet kunt, in de verste verte niet kunt, maar wat je in de kracht van de heilige Geest met gemak kunt.
Zie vandaag bijvoorbeeld de Handelingen der Apostelen. "Ze hitsten de godvrezende vrouwen op, veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en ze verjoegen hen uit hun gebied. Afgang. Ze gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest." Iets wat de allergrootste droefheid teweeg had moeten brengen, en waarschijnlijk ook gebracht heeft, werd overschaduwd door de heilige Geest, om het met diezelfde woorden te zeggen die we bij het persoonlijk Pinksteren van Maria hoorden: "De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen" (Lc 1,35). Een wolk van Gods tegenwoordigheid, van goddelijke vreugde overschaduwde hen. De heilige Geest kan één maken wat verdeeld is in je hart, kan eenheid scheppen tussen de harten van mensen, tussen God en mensen. Het is dan ook in de heilige Geest dat de woorden van de consecratie worden gesproken. In de epiclese, voorafgaand aan de consecratie, strekt de priester de handen uit over de gaven van brood en wijn en bidt dan tot de heilige Geest dat deze gestalte van brood en wijn veranderd moge worden in het Lichaam en Bloed van Christus. En wij mogen daarin onszelf tegenwoordig stellen, in brood en wijn, ons eigen leven, overschaduwd door de heilige Geest. In de kracht van de heilige Geest mogen wij leerlingen worden, navolgers van Jezus.