Eerste lezing: Micha 5,1-4a
Tweede lezing: Hebreeën 10,5-10
Evangelie: Lucas 1,39-45
Inleiding
'Rorate, caeli.' 'Dauwt, hemelen.' 'Laat als een regen de Gerechte neerdalen' uit de hemel. Dat zongen we in het intredelied. Maar we zongen ook: 'Aperiatur terra.' 'Aarde, open u' om de Verlosser voort te brengen.' Vanwaar komt de Verlosser? Komt Hij nu uit de hoge, uit de hemel, komt Hij van God, of komt Hij van de aarde, komt Hij van beneden, van de mensen? Nee, Hij is van God én Hij is van de mensen. Hij heeft het menselijke leven aangenomen, de menselijke gestalte, en Hij heeft heel de menselijke levensloop willen doormaken, vanaf de vrucht in de moederschoot tot aan de dood aan het kruis. Hij is dus niet van buitenaf, op een bepaald moment in de menselijke levensloop binnengekomen, nee, Hij is zelf een voortbrengsel van een volk, in taal, cultuur, wet, gebruiken, allemaal door en door Joods, door en door menselijk, en dáárin is Hij tegelijkertijd helemaal van boven, 'van also hoge, van also veer'.
We situeren God in den hoge, 'gloria in excelsis Deo'; dat doen zelfs de engelen, want God gaat ook hén te boven. En Hij die van boven komt en ons te boven gaat, kan alleen bij ons aankomen wanneer wij er ontvankelijk voor zijn. Zoals de aarde alleen vrucht kan zetten wanneer zij ontvankelijk is, zich openstelt voor die vrucht. Dat is dat typische vermogen van de mens, wat wij geloof noemen, wat hijzelf niet kan voortbrengen, wat hijzelf niet kan doen, wat boven zijn macht ligt, buiten zijn grens, maar dat hij wel kan ontvangen van Godswege. Dat vermogen om te ontvangen daarin heeft Maria - we zullen het vandaag uit de mond van Elisabeth horen - uitgeblonken. "Zalig, zegt zij, die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is."
Geloven is dus de poort van het goddelijk leven, dat ontvingen wij bij ons doopsel. Het doopsel is het sacrament van het geloof. De meesten van ons ontvingen het doopsel toen we nog geen bewustzijn hadden, zoals we ook niet bewust de liefde van onze ouders ontvingen. De Kerk heeft nu bij de zondagse eucharistie de mogelijkheid geplaatst om ons dat opnieuw bewust te maken. Wat wij toen ontvingen, kunnen wij nu nog eens in geloof vernieuwen: de mogelijkheid om de onmogelijkheden van God te ontvangen: zijn genade, zijn liefde, zijn barmhartigheid.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,
naar een stad in Judea.
Zij ging het huis van Zacharias binnen
en groette Elisabeth.
Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem uit:
Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Waaraan heb ik het te danken,
dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
Zie, zodra ik uw groet hoorde
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer gezegd is.
Homilie
Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is." Maria is dat stukje aarde dat open en ontvankelijk is voor de hemelse dauw en regen uit de wolken van de hemel. Zij is één en al ontvankelijkheid. De genade, de dauw die God uit de hemel wil laten neerdalen, vindt bij haar een gulzige, ontvankelijke bodem. Ze drinkt de genade met volle teugen in. Dat doet Elisabeth zeggen: gelukkig, zalig! Zij is de overgebleven rest van het volk Israël. "Het kleinste onder Juda's geslachten," zoals het in de eerste lezing werd gezegd. Het is nog maar heel klein, hulpeloos klein. De mensen zien er niets meer in. Maar omdat zij open staat, kan God met dat heel kleine beetje een geweldig groots en wereldomvattend heilswerk beginnen. Vandaar dat dit evangelie barstensvol vreugde is. Een vreugde die niet meer binnen te houden is, een explosie van vreugde, waaraan dat kind, springend en huppelend in de moederschoot, deelneemt. "
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Het is de gewone wijze van zeggen wat de heilige Geest is: kracht. De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen" (Lc 1,35). Daarom heerst er vandaag vreugde.
"Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest," en riep, door diezelfde heilige Geest gedreven, luidkeels uit: "vreugde". Vreugde is er wanneer de natuur uitbot, wanneer de natuur opnieuw tot leven komt, nóg groter vreugde is er wanneer er een mens ter wereld komt. Wat een vreugde zal er dan wel zijn als God een nieuw begin wil maken! De bronnen van het leven borrelen uit God op, en ons mensenbestaan, dat wel leven was maar een leven overgeleverd aan de dood, wordt door een vloedgolf van nieuw, doodsbestendig leven overspoeld. Dat is wat wij in dit evangelie meemaken. In de ontmoeting tussen Maria en Elisabeth ontmoeten twee levensstromen elkaar. Wanneer twee stromen bij elkaar komen, u hebt dat allemaal wel eens gezien bij een sluis waar de ene rivier de andere binnenkomt, ontstaat er een wieling, een draaikolk van beweging, van stroming, een nieuwe intensiteit van beweging. Zo ontstaat er een nieuwe intensiteit van leven wanneer die twee levensstromen elkaar ontmoeten, de levensstroom van God en de levensstroom van de mens. Ze versterken elkaar en daaruit ontstaat een nieuw soort vreugde, een vreugde die alles heeft gekost, maar ook een vreugde die in alles zal standhouden. Daarom een bijzondere blijdschap. "Wanneer de vrouw gaat baren is zij bedroefd omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan de pijn vanwege de blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen" (Joh 16,21).
God geeft bij de geboorte van elk nieuw kind de mensheid krediet. God zegt: Ik geloof erin. Ik ga iets nieuws beginnen. Ik geef er mijn goedkeuring aan: mijn heilige Geest, mijn scheppingskracht in de heilige Geest. Maar nu ontstaat er iets heel nieuws, want dit Kind in de schoot van Maria heeft een superleven, een leven dat bereid is álles te geven, zelfs het eigen leven. Een Kind dat bij zijn intrede in de wereld zegt, zoals u zo-even in de tweede lezing hebt horen voorlezen: "Hier ben Ik." Dat schrijven ouders soms ook op het geboortekaartje van hun kind: 'Hier ben ik, Jantje. Kom je mij bezoeken?' Maar dit Kind zegt: "Hier ben Ik
Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen." Een gehoorzaam Kind, een volgzaam Kind. Waarin bestaat die wil die dat Kind bereid is te doen? "Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild" (He 10,5). Niet de dood van dieren, niet het leven van dieren of planten of van wat dan ook. Dat vraagt God niet van dit Kind. Daarmee kun je je er gemakkelijk van af maken, maar: "Gij hebt Mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen" (He 1,5-6). Waarmee kan Ik God dan wél behagen? Wat is dán zijn wil? "Toen zei Ik: Hier ben Ik. Zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat: Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen" (He 10,7). Offers waren offers van iets, maar dit offer is een offer van Zichzelf, een levensoffer, het offer van zijn leven, een offer dat álles kost.
Dat doet Hij met zijn Lichaam. Zo hoort u dat elke keer in de eucharistie: "Hier ben Ik om uw wil te doen." 'Dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt
Dit is mijn Bloed dat voor u vergoten wordt tot vergeving van de zonde.' Een offer dat alles kost, geeft een vreugde die volkomen betrouwbaar is. Dat is de vreugde die sint Jan bezielt, die erbij heeft gestaan. De vreugde waarover sint Jan de Doper zegt: "De bruidegom is hij die de bruid heeft. Maar de vriend van de bruidegom, die staat te luisteren of hij hem hoort en is al vol blijdschap wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt. Zo nu is mijn vreugde en zij is volkomen. Hij moet groter worden, ik kleiner" (Joh 3,29-30).
Echte vreugde is een vreugde die zich niet laat afschepen met iets van deze wereld. Dingen als je eigen eer, of complimenten, kunnen een mens blij maken, maar dat is een vreugde waarmee een kinderhand gevuld kan worden. De volwassene in het geloof zoekt een vreugde die niet van deze wereld is en die dan ook door niets van deze wereld ongedaan gemaakt kan worden. Een vreugde die zich niet meer kan laten bedroeven. Dat is de vreugde van de Advent.
Wij leven toe naar een moment in de heilsgeschiedenis waaraan wij door de heilige Geest deel hebben: Kerstmis. Wij staan in de nacht van die geboorte en daarmee wordt ook ons een vreugde en een vrede gegeven die niet van deze wereld is: de vrede van God, die moet worden opgenomen in een ontvankelijk hart dat bereid is te lijden, te offeren, te geven. Dat is ons heilig geloof, dat wij nu gaan uitzingen in de geloofsbelijdenis.