Eerste lezing: Jeremia 1,4-5.17-19
Tweede lezing: 1 Korintiërs 12,31-13,13
Evangelie: Lucas 4,21-30
Inleiding
'Zoekt de Heer
, zoekt zijn aanschijn zonder ophouden.' Maar niemand heeft God ooit gezien, want we kunnen God niet zien. Hij woont in het ontoegankelijke licht. Maar God heeft Zich geopenbaard in Jezus en Hem kunnen we wel zien. "Zoekt de Heer en uw hart zal zich verblijden," zeiden ze in het Oude Verbond (Ps 105,3). Wat was er dan zo verblijdend aan Jezus' gelaat? Dat het vol vrede was, terwijl Hem van de kant van de mensen niets dan ondank, haat, en dodelijk geweld werd aangedaan, zoals we ook vandaag weer in het evangelie zullen meemaken.
De liefde gaat door. De liefde van Jezus houdt nooit op. De liefde draagt alles. Díe liefde is in ons hart gekomen en in ons leven, toen wij bij het heilig doopsel in het lijden en de dood van Jezus werden begraven en met zijn liefde werden opgewekt. Dat is wat we aan het begin van de zondagse eucharistie vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd begon Jezus in de synagoge te spreken:
Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt,
is thans in vervulling gegaan.
Allen betuigden Hem hun instemming
en verbaasden zich,
dat woorden, zo vol van genade uit zijn mond vloeiden.
Ze zeiden: Is dat dan niet de zoon van Jozef?
Hij zei hen:
Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden:
Geneesheer, genees uzelf.
Doe al wat, naar wij hoorden, in Kafarnaüm gebeurd is,
nu ook hier in uw vaderstad.
Maar Hij gaf er dit antwoord op: Voorwaar Ik zeg u:
geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad.
En het is waar wat Ik u zeg:
in de tijd van Elia immers,
toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land,
waren er veel weduwen in Israël;
toch werd Elia tot niemand van haar gezonden,
maar wel naar een weduwe te Serepta
in het gebied van Sidon.
En in de tijd van de profeet Elisa
waren er vele melaatsen in Israël;
toch werd niemand van hen gereinigd,
maar wel de Syriër Naäman.
Toen zij dit hoorden,
werden allen die in de synagoge waren, woedend.
Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit
en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg
waarop hun stad gebouwd was,
om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.
Homilie
Allen betuigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden zo vol van genade uit zijn mond vloeiden." Het begon zo mooi, maar "toen ze dit hoorden, werden allen die in de synagoge waren, woedend. Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de rand van de steile berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten."
Waardoor die radicale omwenteling van gevoelens? Stelt u zich eens voor, we zijn zo goed begonnen met de eucharistieviering en straks jaagt u mij weg! Niet om mij, maar omdat het Woord van God u op een gegeven ogenblik hard voorkomt, onverdraaglijk, onuitstaanbaar, zodat u het eigenlijk niet wilt horen.
Als u naar de eerste lezing hebt geluisterd, bent u er al een beetje op voorbereid. Daar werd het woord van de Heer tot Jeremia gesproken: "Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil
Mensen lopen er tegenaan, lopen zich te pletter.
Ik maak u tot een koperen muur tegenover het hele land. Onwrikbaar. Ze zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen. Wat daar aan Jeremia voorspeld werd en wat ook aan hem gebeurd is, zien we in het evangelie aan Jezus gebeuren. Ze vallen Hem aan, maar ze kunnen niets tegen Hem beginnen: Hij ging midden tussen hen door en vertrok." God is met Hem als een beschermende hand.
Wat kan nu zo hard gevallen zijn na die mooie woorden aan het begin? "Allen betuigden Hem hun instemming." Mooie woorden kunnen soms heel hard aankomen. Ik zal u eens een aantal mooie woorden voorlezen. Ik lees ze twee keer voor. De eerste keer zal ik waarschijnlijk instemming van u krijgen, maar van de tweede keer, als ik ze een beetje anders voorlees, weet ik het nog zo net niet. De woorden zijn genomen uit de tweede lezing en gaan over de liefde. Hoe is de liefde? Het klinkt allemaal heel fantastisch. "De liefde is, onder andere, lankmoedig." Dat wil zeggen dat het in het gemoed heel lang duurt, zo geduldig is ze. "Zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken. Alles verdraagt ze. De liefde vergaat nooit." Al het andere gaat voorbij, maar de liefde blijft bestaan.
Maar die woorden kunnen ook anders worden voorgelezen, in een andere context dan op de dag van je gelofte of de dag van je huwelijk. Als ze worden voorgelezen op een gewone regenachtige dag waarin het allemaal een beetje tegenzit, dan zul je vanzelf de weerstand voelen die ze bij je oproepen. Stelt u zich eens voor dat degene van wie u houdt u toch een beetje tegenvalt. In een communiteit zitten toch mensen bij elkaar die de ene keer meevallen, en een andere keer tegenvallen. Zo is het ook in het huwelijk. Een mens is maar een mens. Daarom wordt het huwelijk ook in de Kerk ingezegend, omdat je zonder God aan een mens niet genoeg hebt. Die kan je hart nooit vullen.
"De liefde zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken. U mag dus nooit meer kwaad worden, want de liefde rekent het kwaad niet aan." Dat houdt dus in dat als je echt van iemand houdt en diegene heeft je kwaad gedaan, reken je dat die ander niet aan. Dat is de transcendentie van God in het menselijke gebeuren. Toch kun je zien hoe mensen dat juist wél doen. Hoe mensen bezig zijn het kwaad in zich te herhalen, zich het kwaad, dat anderen hen hebben aangedaan, telkens weer te binnen te brengen. Het wordt als het ware herkauwd. Ze zijn altijd maar bezig met het kwaad in de wereld. Nee, "Alles verdraagt zij."
Iemand heeft u teleurgesteld en u vertelt dat tegen mij. Ik antwoord: 'Ja, u hebt gelijk, de ander heeft u kwaad gedaan, maar als u echt van de ander houdt, zult u het verdragen.' "Alles verdraagt zij." In dat 'alles' zit het hem nu net.
Als ik het woord van God hier niet voor me had liggen, zodat ik het maar gewoon hoef op te lezen, zou ik u nooit durven zeggen dat je alles van elkaar moet verdragen. Onze cultuur is vol van verdraagzaamheid. We wéten dat we veel van elkaar moeten verdragen, maar 'alles'? Op een gegeven ogenblik is de maat toch vol? Nee, voor de liefde is de maat nooit vol, en dat heb ík niet uitgevonden. Toch gaat dit voor de mensen meestal niet op. Zij trouwen en gaan na een tijdje uit elkaar. In de Verenigde Staten is het aantal echtscheidingen al vijftig procent. Eén op de twee huwelijken strandt, en bij de andere helft van de huwelijken, die niet in een scheiding eindigen, mag je best aannemen dat er onder de echtelieden velen zijn die innerlijk uit elkaar zijn, dat hun harten niet bij elkaar zijn. Zo gaat dat dikwijls bij mensen. Mensen gaan volgens menselijke liefde te werk en die heeft haar maat. Maar als je naar de Kerk gaat, krijg je het Woord van God te horen, en daarin laat Hij weten dat Hij iets anders van ons verwacht. Dan hoort u dat Jezus een manier van beminnen op aarde is komen brengen die alle menselijke liefde te boven gaat. Dat is Hij niet met woorden komen doen, maar met de daad. Hij is ons blijven liefhebben, ook toen Hij door ons werd vermoord. En door God uit de dood opgewekt, bleek dat zijn liefde de dood had overleefd. "Alles verdraagt zij,
alles duldt zij." Dát is dan ook de reden waarom zij nooit vergaat.
Zo stond Jezus op de eerste dag van de week, toen God Hem uit de dood had opgewekt, te midden van zijn leerlingen, en ze waren verbaasd en verheugd, hun hart was vol van vreugde toen ze de Heer zagen (vgl. Joh 20,20).
Zo liefhebben kan een zware opgave zijn, maar het is niet alleen maar een opgave, het is niet alleen een opdracht, het is óók een gave. U krijgt met de opdracht, met de opgave ook kracht, zoals u in het intredelied hebt gezongen: 'Zoekt de Heer en neemt toe in kracht.' U zult gesterkt worden met zíjn kracht.
Ontvang dan vandaag het Lichaam van Christus als een kracht voor uw liefde. En als we zo dadelijk ons geloof in de almachtige Vader uitzingen, mag u er aan denken dat zijn almacht erin bestaat dat Hij zulk een liefde in u mogelijk maakt.