Roepingenzondag - Zondag Goede Herder
Eerste lezing: Handelingen 13,14.43-52
Tweede lezing: Apokalyps 7,9.14b-17
Evangelie: Johannes 10,27-30
Inleiding
Zondag Goede Herder. 'Van Gods goedheid is heel de aarde vervuld.' Van de goedheid van de Goede Herder is heel de aarde vervuld. Wat is dat voor een soort goedheid? Is dat de goedheid van de Goedheilig man, Sinterklaas, die geschenken uitdeelt? Is dat de goedheid van ouders die hun kinderen verwennen? Of is dat de goedheid van onze welvaartmaatschappij, altijd maar meer en beter, sneller en sterker? Of de goedheid van de moderne pastor die van geen zonde weet en van geen oordeel?
De Latijnse tekst die zo-even werd voorgezongen, kan ons verder helpen om te achterhalen wat nu de aard is van die goedheid: 'Misericordia Domini plena est terra.' 'Misericordia' betekent barmhartigheid. De goedheid van onze God is de goedheid van onze goede Herder. Precies wat een moeder doet met haar zwakke, verdrietige of boze kind; zij neemt het op schoot en geeft daar aan heel het verdriet, aan heel de boosheid de ruimte. Die gevoelens van het kind laat ze er helemaal zijn, tot in de lichamelijke ervaring van: zo ben ik je moeder, of als het een vader betreft: zo ben ik je vader, en zo mag je mijn kind zijn. De goedheid van God bestaat erin, dat Hij je het gevoel geeft dat je er helemaal mag zijn, ook met datgene waarvan je er van jezelf of van anderen eigenlijk níet mag zijn, omdat er iets in je of aan je is waardoor je door anderen als persoon wordt afgewezen, niet wordt aanvaard. Onze Goede Herder neemt ons aan en Hij gaat op zoek naar het verloren schaap dat zichzelf al had afgeschreven. Hij laat nog liever de negenennegentig andere schapen achter in de woestijn dan dat ene verloren schaap aan zijn lot over te laten. Hij wil nog liever zijn eigen leven verliezen dan dat Hij één van ons verliest. "De Goede Herder geeft zijn leven voor zijn schapen" (Joh 10,11).
Vandaag vieren we, en dat vieren we eigenlijk in iedere eucharistie, dat het leven dat Hij geeft vóór zijn schapen, Hij dat leven ook geeft áán zijn schapen. En omdat het vandaag zondag is, vieren wij dat Hij ons leven bij het doopsel al helemaal heeft aangenomen, dat wij als zijn kinderen zijn aangenomen, en dat Hij meteen de verantwoording voor ons op Zich heeft opgenomen door ons helemaal te aanvaarden, ook als we dingen doen die ons van Hem zouden verwijderen. God heeft een eindeloos vermogen om te dragen, om aan te nemen, om te luisteren, om op te nemen en om op te vangen.
Dat is wat we nu mogen vieren: dat we bij het heilig doopsel door God zo zijn aangenomen.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Mijn schapen luisteren naar mijn stem
en Ik ken ze en ze volgen Mij.
Ik geef hun eeuwig leven;
zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan
en niemand zal ze van Mij wegroven.
Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft,
is groter dan allen;
en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.
Ik en de Vader, Wij zijn één.
Homilie
Jezus zegt: "Ik geef hun eeuwig leven." Wat is eeuwig leven? Eeuwig leven is een leven dat geen einde heeft, dat duurzaam is. Waar vind je dat? Waar vindt je nu duurzaam leven? Wat is er nog duurzaam in onze maatschappij? Tegenwoordig maken ze de dingen zo, dat je ze gauw moet vervangen en nieuwe kopen. Zo hou je de economie draaiende, wordt er wel eens gezegd. Of wat is er duurzaam in de menselijke verhoudingen? Tegenwoordig zijn zelfs de huwelijken niet meer duurzaam. Het lijkt er dus op dat mensen grenzen hebben in hun draagvermogen. Wat mensen maken, wat mensen doen, dat heeft niet het eeuwige leven. Het heeft geen duurzaamheid. Maar Jezus zegt: "Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan." Dat betekent: het leven dat Ik hun geef is duurzaam, is bestand tegen de dood. Je hebt horloges die bestand zijn tegen het water, waterproof, of bestand tegen schokken, shockproof, en nu zou er dan ook iets zijn in onze wereld dat bestand is tegen het gevolg van de zonde, tegen de dood: het eeuwig leven. Dat is het leven dat Jezus ons geeft.
Dat is ook het leven dat Paulus en Barnabas verkondigden aan de Joden in de synagoge in Antiochië in Klein Azië, het tegenwoordige Turkije. Daar waren ook mensen van buiten het Joodse volk, godvrezende proselieten genoemd, mensen die graag de God van de Joden wilden dienen. Echter toen de Joden op de volgende sabbat zagen dat er een hele toeloop was naar die Paulus en Barnabas, "werden ze zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzettingen van Paulus en Barnabas met beschimpingen. Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid: Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen."
Hoe ziet dat eeuwige leven er nu uit? Is dat een leven na de dood? Het kan er zo uitzien: "De Joden veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied." Ze werden dus niet aangenomen, ze werden eruit gezet, de stad uitgejaagd; ze hadden in dat wildvreemde gebied helemaal niets meer om op te steunen, ze waren niet gewenst en werden niet aanvaard door de mensen. Dan zou je toch denken: wat zullen die zich ongelukkig hebben gevoeld. Maar nee, "dezen (Paulus en Barnabas) schudden het stof van hun voeten ten teken dat zij met hen gebroken hadden en gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest." Kijk, dát is het eeuwige leven.
Het eeuwig leven is niet iets, een geneesmiddel, een toverdrank, nee, het eeuwig leven is Iemand. Dat is de Goede Herder die eeuwig trouw blijft als de mensen hun handen van je hebben afgetrokken, als de mensen je in de steek hebben gelaten, of je eruit hebben gegooid. Het eeuwig leven is de Goede Herder die eeuwig trouw blijft als je het nergens meer kunt vinden, of als je met je gezondheid, met je lichaam nergens meer bent, overal onrust, overal pijn, of een angstig voorgevoel. Ga naar Hem, luister naar Hem. Hij neemt je aan, Hij neemt je op, Hij schenkt je geborgenheid, barmhartigheid.
Het eeuwige leven is dus niet iets, het is Iemand; het is Jezus, het is een gezicht, het is een schoot, met een eindeloos vermogen om te dragen, ja, een draagvermogen zoals er in de wereld niet te vinden is. Dat drukt Jezus uit met de woorden: "Mijn Vader immers, die Mij de schapen gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven."
Jezus begint altijd over de Vader als Hij de moeilijkheid van de woorden die Hij spreekt, wil opvangen. De mensen zien een mens, en zij denken natuurlijk als Hij zulke moeilijke woorden spreekt over een eindeloos vermogen om te dragen: ja maar, hoe kan dat nu? Hij is toch een mens, en mensen hebben geen eindeloos vermogen om te dragen. Mensen kunnen zich aan elkaar toevertrouwen, maar op een gegeven ogenblik merken ze toch, dat ze met dit of dat niet bij die ander kunnen aankomen. Of: met dit of dat kan die ander niet bij mij aankomen. Omdat mensen een beperkt draagvermogen hebben, daarom gooit Jezus het over een andere boeg. Hij zegt: "Mijn Vader - die je niet kunt zien - is groter dan allen." De Vader is het die Jezus een eindeloos hoge opdracht geeft om alle mensen te dragen. Zo'n vermogen wordt dan ook van de mensen gevraagd, precies zoals van Mozes gevraagd werd: "Ik lijk wel zwanger van dat hele volk. Ik kan dat volk niet dragen" (Nu 11,12).
Voor een zwakke mens is dat eindeloos groot en eindeloos hoog. Maar dat kun je je wel van God voorstellen. En van die eindeloze barmhartigheid, dat eindeloos vermogen om te dragen, daarvan is de aarde vervuld. Daarmee zijn we begonnen. Vervuld is de aarde van zonde en dood; vervuld is de aarde van gemeenheid en slechtheid, van egoïsme en lafheid; vervuld is de aarde van zwakte. Ja, dat is ook waar. Maar denk dan maar aan dat verdrietige kind. Dat kan zich werpen in de schoot van een vader of moeder die het opvangt. En zo kan heel de mensheid en iedere mens zich werpen in de schoot van een barmhartige Vader. Jezus die als mens eindeloos verwijderd is van God, is door de liefde, door de heilige Geest, één met Hem. Die eindeloze afstand die er is tussen God en de mens, en de nog veel grotere afstand die er is tussen de heilige God en de zondige mens, wordt overbrugd door de heilige Geest. Dat is de Geest van onze goede Herder Jezus, die zijn leven geeft vóór zijn schapen, en zoals we in iedere eucharistie mogen vieren, ook áán zijn schapen.