Eerste lezing: Numeri 21,4-9 [I 146]
Evangelie: Johannes 8,21-30 [I 147]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd sprak Jezus tot de Farizeeën:
Ik ga heen en gij zult Mij zoeken,
maar in uw zonden zult gij sterven.
Waar Ik heenga kunt gij niet komen.
De Joden zeiden daarop:
Hij zal toch geen zelfmoord plegen dat Hij zegt:
Waar Ik heenga kunt gij niet komen?
Maar Hij hernam:
Gij zijt van beneden, Ik ben van boven.
Gij zijt van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld.
Daarom zei Ik u dat gij in uw zonden zult sterven,
want als gij niet gelooft dat Ik ben,
zult gij in uw zonden sterven.
Zij vroegen Hem toen: Wie zijt Gij dan?
Jezus antwoordde:
Waarom zou Ik eigenlijk daar nog met u over spreken?
Veel zou Ik over u kunnen zeggen tot uw veroordeling.
Maar Hij die Mij gezonden heeft is waarachtig,
en wat Ik van Hem heb gehoord dat zeg Ik tot de wereld.
Zij begrepen niet dat Hij hun van de Vader sprak.
Daarop zei Jezus:
Wanneer gij de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven,
dan zult gij inzien dat Ik ben en dat Ik uit Mijzelf niets doe,
maar dit alles zeg zoals de Vader het Mij heeft geleerd.
En Hij die Mij gezonden heeft, is met Mij;
Hij heeft Mij niet alleen gelaten
omdat Ik altijd doe wat Hem behaagt.
Toen Hij aldus sprak gingen er velen in Hem geloven.
Homilie
In de eerste lezing hoorden we hoe er bij de Joden ongeduld en onbegrip ontstond over de wegen die God met hen ging. "Het volk keerde zich tegen God en tegen Mozes." Ze hebben geen brood, geen water, en dat minderwaardig eten stond ze tegen. Gods antwoord daarop was, dat Hij giftige slangen op het volk afzond.
Ongeduldig zijn ook de Joden in het gesprek met Jezus. Ja, ongeduldig wordt iedereen die het evangelie leest of hoort, als je echt tot je laat doordringen wat Jezus zegt. Jezus is zo hoog. Zijn verwachtingen zijn zo vreemd, zo wereldvreemd, het lijkt allemaal zo ver weg, alsof Jezus van een andere planeet is. Hij geeft dat vandaag zelf toe: Gij zijt van beneden, Ik ben van boven.
Gij zijt van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld.
Die andere wereld, die wereld van boven heeft voor Jezus een gezicht, een gezicht met gezag. "Hij die Mij gezonden heeft en wat Ik van Hem gehoord heb
Dáár heeft Hij het vandaan. En die Iemand is niet ver weg. Hij is aanwezig, Hij is nabij. Hij die Mij gezonden heeft, is met Mij; Hij heeft Mij niet alleen gelaten omdat Ik altijd doe wat Hem behaagt."
Jezus wil ons duidelijk maken dat in dat verre, in dat vreemde, in dat onaanvaardbare de Vader nabij is. "De Mensenzoon moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden" (Mt 16,21). Hij sprak daarover onomwonden, vrijmoedig, eenvoudig, als een kind, als de Zoon van de Vader, in alle vrede en gemoedrust, in volkomen overgave. Maar dat begrepen ze niet. Dat konden ze niet plaatsen. Ze konden en wilden dat geen plaats geven in hun leven. En ook wij hebben daar moeite mee. We worden ongeduldig, alles in ons komt ertegen in verzet. Petrus verwoordt het voor ons op deze manier: "Dat verhoede God, Heer, zoiets mag U nooit overkomen" (Mt 16,22). Hij die van boven is, toont zijn van boven zijn, zijn verhevenheid, door méér van deze wereld te zijn, door helemaal het bestaan in deze wereld als mens, in het lijden, maar ook in de zonde, ten einde toe aan te nemen, te doorleven. Hij die van boven is, Hij is ten einde toe trouw aan het bestaan van de mensen beneden. In deze zin is Hij eigenlijk méér dan de mensen beneden, die de allergrootste moeite hebben het kleine, nietige levensontwerp van de mensen aan te nemen.
Pas als Jezus dit bestaan ten einde toe heeft doorleefd, dat wil zeggen: in volledige overgave aan de Vader, wanneer ze Hem hebben omhoog geheven, dus als Jezus helemaal niet meer van deze wereld is, dat Hij Zich helemaal heeft weggegeven aan de Vader, dán pas kunnen wij zien wie Hij is. Dat Hij is: Ik ben die ben.
U kent wel die iconen waarin Jezus als de Heer staat afgebeeld en waar in de nimbus, die stralenkrans om zijn hoofd, in het Grieks de letters staan: 'Ik ben de zijnde.' ; Ik ben die is.' De woorden die God over Zichzelf heeft gesproken tot Mozes, díe woorden, díe titel, díe naam eigent Jezus Zich toe op het moment dat Hij omhoog is geheven. Jezus is de Heer!
Als we al onze verdringingen hebben losgelaten, onze projecties, onze irritaties, onze compensaties, als we gewoon hebben aangenomen wie Hij is, dan zullen we zien dat God met Hem is en in Hem met ons, dat Jezus Gods trouw is aan de mensen.