Eerste lezing: 1 Koningen 12,26-32; 13,33-34
Evangelie: Marcus 8,1-10
Inleiding
'Die Jezus gaf het leven.' Iemand van deze wereld geeft Jezus, uit de andere wereld, het leven. Komt er dan niet iets van deze wereld in Jezus? Niet alleen het aardse leven, het lichamelijke leven, maar ook de zonde die daaraan inherent is, ons onbegrip, onze geslotenheid, onze godsvijandigheid en vervreemding? Neen, daarvoor heeft God gezorgd door Maria onbevlekt ontvangen te laten zijn. Gevrijwaard van dat stukje van onze wereld, waardoor wij God belemmeren Zich helemaal te geven.
Dat is dan ook wat we ons aan het begin van iedere eucharistie eerst bewust moeten maken, onze zonden, dat die ons verhinderen Jezus te ontvangen zoals Hij Zich aan ons wil geven.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
Toen er in de tijd weer eens veel mensen bij Jezus waren
en zij niets te eten hadden,
riep Jezus zijn leerlingen bij Zich en sprak tot hen:
Ik heb medelijden met deze mensen,
omdat zij al drie dagen bij Mij blijven,
zodat ze nu zonder voedsel zijn.
Wanneer Ik hen zonder eten naar huis laat gaan,
zullen zij onderweg bezwijken;
sommigen van hen zijn van ver gekomen.
Zijn leerlingen antwoordden Hem:
Waar kan iemand hier, op een zo eenzame plaats,
brood vandaan halen om hen te verzadigen?
Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt ge dan?
Zeven, antwoordden zij.
Hij gelastte het volk op de grond te gaan zitten.
Toen nam Hij de zeven broden;
en na het dankgebed brak Hij ze
en gaf ze aan zijn leerlingen om ze voor te zetten aan het volk;
en dat deden ze.
Ze hadden ook nog wat visjes;
na de zegen er over uitgesproken te hebben,
zei Hij dat ze ook die moesten voorzetten.
De mensen aten tot ze verzadigd waren
en aan overgebleven brokken haalde men zeven manden op.
Er waren ongeveer vierduizend personen.
Toen zond Hij hen naar huis.
Terstond ging Hij met zijn leerlingen scheep
en kwam in de streek van Dalmanuta.
Homilie
In de lezingen van vandaag zien we twee manieren om in je behoeften te voorzien. Jerobeam, koning van het noordrijk, heeft behoefte aan een nieuwe religie als draagvlak voor een politieke en sociale eenheid, anders zou zijn koninkrijk tenslotte toch weer aan het huis van David komen, de mensen van zijn deel van het rijk bleven immers naar Jeruzalem trekken om offers op te dragen in de tempel. Daarom stichtte Jerobeam een eigen godsdienst met eigen goden, eigen godenbeelden en eigen priesters en offerplaatsen. Alleen een eigen religieuze eenheid zou voldoende draagkracht hebben voor de begeerde politieke eenheid van het noordrijk.
Jezus in de woestijn heeft ook een behoefte, behoefte aan brood, aan voedsel. Twee soorten behoeften, behoefte aan eenheid, behoefte aan voedsel. Maar ook twee manieren om in die behoeften te voorzien.
Jerobeam maakte zelf een godsdienst. De godsdienst die hij had als Israëliet, was een openbaringsgodsdienst, geen eigengemaakte godsdienst, niet een verlengstuk van eigen verlangens, niet een projectie van eigen strevingen. De God van Israël kon kritiek leveren. Hij vormde een kritische instantie voor het geweten van het volk en zijn leiders. Daarvoor kwamen er steeds weer profeten die de leiders vermaanden niet van de weg af te wijken.
Maar koning Jerobeam ging als volgt te werk: "Na rijp beraad (niet na in het gebed naar God geluisterd te hebben) liet de koning twee gouden stierenbeelden maken
ook bouwde Jerobeam offerhoogten en stelde hij uit het gewone volk priesters aan (die niet tot de stam Levi behoorden) om te offeren voor de stierenbeelden die hij gemaakt had
die hij gebouwd had
al wie hij maar wilde, wijdde hij tot priester van een offerhoogte."
En Jezus dan? Die maakte toch ook zelf brood? Ja, maar zie eens hóe Hij dit deed. Ten eerste is het motief niet zijn eigen macht, komt het niet voort uit het verlangen het volk achter Zich te krijgen, zoals bij Jerobeam. Want toen Jezus begreep dat zij Hem tot koning wilden uitroepen, "trok Hij Zich weer in het gebergte terug, geheel alleen" (Joh 6,15). Jezus handelde niet uit begeerte naar macht voor Zichzelf, maar uit medelijden met het volk: "Ik heb medelijden met deze mensen
Toen nam Hij de broden en na het dankgebed, brak Hij ze." Kunt u zich voorstellen dat Jerobeam God heeft gedankt voor alles wat hij deed? Hij dankte alles aan zichzelf! Daarom hield het ook geen stand: zijn koninkrijk zou worden vernietigd en van de aardbodem weggevaagd.
Van het brood dat Jezus uit Gods handen heeft ontvangen, hebben de mensen gegeten "tot ze verzadigd waren. En: aan overgebleven brokken haalde men zeven manden op" als teken dat Jezus zelf het brood is dat God aan ons uitdeelt, dat wij daar nu nog van eten. Het brood is niet opgebruikt tijdens Jezus' leven, er is genoeg van tot aan het einde van de tijd. Het evangelie van de wonderbare broodvermenigvuldiging staat open naar het geheim van de heilige eucharistie. Wij horen erbij: "Er waren ongeveer vierduizend personen." Wij komen van oost en west, van noord en zuid, van de vier windstreken om ons door Hem te laten verzadigen met het brood dat Hij ons geeft met een liefde tot het uiterste.