Dinsdag in de vijfde week
   van het oneven jaar
           

Eerste lezing: Genesis 1,20-2,4a
Evangelie: Marcus 7, 1-13


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Eens kwamen de Farizeeën
en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem
bij Jezus tezamen,
en ze zagen dat sommigen van zijn leerlingen met onreine,
dat wil zeggen, ongewassen handen aten.
De Farizeeën immers en al de Joden eten niet
zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben,
daar ze vasthouden aan de overlevering van de voorvaderen;
komen ze van de markt, dan eten ze niet,
voordat zij zich gereinigd hebben;
zo zijn er nog vele andere dingen
waaraan ze bij overlevering vasthouden:
het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk.
Daarom stelden de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem de vraag:
“Waarom gedragen uw leerlingen zich niet
volgens de overlevering van de voorvaderen,
maar eten zij met onreine handen?”
Hij antwoordde hun:
“Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd!
Zo toch staat er geschreven:
    Dit volk eert Mij met de lippen,
    maar hun hart is ver van Mij.
    Zij eren Mij, maar zonder zin,
    en mensenwet is wat zij leren.
Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen:
kruiken en bekers afwassen en meer van dergelijke dingen doet ge.
Het is fraai, vervolgde Hij,
dat gij het gebod van God buiten werking stelt
om uw overlevering te handhaven!
Mozes heeft immers gezegd: Eer uw vader en uw moeder,
en wie zijn vader of moeder vervloekt, moet sterven.
En toch leert gij:
Als iemand tot zijn vader of moeder zegt:
alles waarmee ik u zou kunnen helpen, is Korban
- dat betekent: offergave -
dan staat ge hem niet meer toe iets voor zijn vader of moeder te doen.
Zo maakt ge het woord Gods krachteloos
ten gunste van uw overlevering die gij doorgeeft.
En ge doet meer van dergelijke dingen.”

Homilie  

De schepping van de mens vond plaats nadat er eerst een lange reeks andere schepselen werd opgevoerd, het ene schepsel na het andere. De schepping van de mens is zoveel als de kroon op het werk. Hoe langer de voorgeschiedenis, hoe langer de aanloop, des te groter de climax. "Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend." Zoals er in iedere eucharistie aan het einde van het eucharistisch gebed gezegd wordt: 'Door Hem en met Hem en in Hem'. Heel de schepping vindt begin, doel en wezen in de mens, in dé Godmens Jezus.

Maar die schepping is uiteen gevallen. De schepselen hebben zich innerlijk afgekeerd van hun Schepper en Heer. En wanneer zij hun gerichtheid op Hem verliezen, vallen zij ook zelf uit elkaar, uiterlijk en innerlijk. Zelfs in onze vrome handelingen, zelfs in onze op God gerichte woorden en daden kunnen wij nog onszelf zoeken. Het is deze diepste gespletenheid van de mens die Jezus aanwijst als huichelarij, als schijnvroomheid. Maar Hij gaat er iets aan doen. Hij is Degene die zegt en doet wat het Oude Verbond in het vooruitzicht heeft gesteld: "Dan geef Ik u een nieuw hart en stort een nieuwe geest in uw binnenste. Verwijder het stenen hart uit uw lichaam en Ik geef u een hart van vlees. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste uitstorten" (Ez 11,26-27).

De nieuwe volmaaktheid. Dat je heel je wezen legt in je daden en woorden. Dat je eenvoudig bent, oprecht. Dat is de inzet van het religieuze leven: de zuiverheid van hart. Onze godsdienst is een godsdienst van het hart. Dat betekent niet een gevoelige godsdienst, een godsdienst met veel gevoel, dat ook, maar het is vooral een godsdienst waarin de mensen zich erop toeleggen God van ganser harte te dienen. Bijvoorbeeld: dat je probeert te bidden zonder verstrooiingen, jezelf onder kritiek stelt als je niet zonder verstrooiingen bidt, als je hart in je gebed uitgaat naar dingen buiten God. Je zult zeggen: dat is wel een erg hoge eis. Dat is het ook, maar dat is nu net het bewijs dat wij leven in een hartelijke Kerk.

Je probeert te spreken zonder gemaaktheid, zonder bijbedoelingen. Je kunt spreken vanuit je hart, omdat je door God geraakt bent tot in je hart. Dat wil niet alleen zeggen dat je aan niets anders meer kunt denken, maar dat je geraakt bent tot in je levensgrond. "Ik geef u een nieuw hart." Die volmaaktheid kun je niet zelf maken. God gaat een nieuwe schepping beginnen. Hij schept een nieuwe mens en Hij begint met het hart, Hij begint met het diepste, met het innerlijk, met de kern, van waaruit heel die nieuwe mens verder zal worden opgebouwd. "Opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel (Mt.5,45) “Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is" (Mt.5,48). Hebt zorg voor je hart. Wij doen tegenwoordig aan milieuzorg, dat is de zorg voor de buitenkant; moet ook gebeuren, maar hebt eerst zorg voor je hart. Denk er niet aan hoe je overkomt bij de mensen, dat is de buitenkant, maar hoe je overkomt bij God. Let op je hart, let op je gedachten, die voortkomen uit dat hart.