Heilige Fidelis van Sigmaringen, priester en martelaar
Eerste lezing: Handelingen 15,7-21 [I 216]
Evangelie: Johannes 15,9-11 [I 217]
Inleiding
Zo'n herder voor een kudde gelovigen was de heilige Fidelis van Sigmaringen, priester en martelaar. Hij leefde in de overgang van de zestiende naar de zeventiende eeuw, was advocaat voor armen, werd later zelf arm, trad in bij de orde van de Kapucijnen en werd daar overste. Hij was zelfs een tijdlang bij het leger, aalmoezenier, en werd tenslotte als missionaris gezonden naar Zwitserland, waar de calvinistische interpretatie van het christelijk geloof vaste voet had gekregen. Door de Calvinisten uitgedaagd om in een van hun kerken te preken, wat hij deed, stonden ze hem na afloop op te wachten en knuppelden hem neer. Hij stierf met de woorden: 'Eén God, één geloof, één doopsel'. Hij heeft voor God gekozen.
In het evangelie van vandaag stelt Jezus zijn leerlingen voor de keuze: helemaal of helemaal niet. Dat is de keuze die wij ook steeds op ons mogen laten afkomen: kiezen voor Hem. Dat wij voor die keuze terugschrikken, dat we daaraan afbreuk hebben gedaan, is dat niet onze zonde?
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Zoals de Vader Mij heeft lief gehad,
zo heb ook Ik u lief gehad.
Blijft in mijn liefde.
Als ge mijn geboden onderhoudt
zult ge in mijn liefde blijven,
gelijk Ik,
die de geboden van mijn Vader heb onderhouden,
in zijn liefde blijf.
Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn
en uw vreugde volkomen moge worden.
Homilie
Gisteren hoorden we in het evangelie: "Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Blijft in Mij dan blijf Ik in u. En vandaag zegt Jezus: Blijft in mijn liefde. Dat is de liefde die er is tussen de Vader en de Zoon. Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde." Zoals de verhouding is tussen de Vader en de Zoon, zo is ook de verhouding tussen Jezus en zijn leerlingen, tussen Jezus en ieder van ons.
Alles, het leven, het kennen, wordt teruggevoerd tot de bron waar alles vandaan komt. "Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken (Joh 10,14 en 25). We zijn in die goddelijke kennis opgenomen en ook in het liefhebben en in het onderhouden van de geboden. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf (Joh 15,10). Zoals Ik, die door de Vader gezonden ben
"
Het zijn even zovele omschrijvingen van de ene gezagsaanspraak dat de Kerk haar gezag, via Jezus, ontleent aan God de Vader.
We zouden kunnen spreken van een verticale traditie tegenover de horizontale traditie, waarbij de ene mens, het ene geslacht, iets doorgeeft aan het andere. In die horizontale traditie werkt een verticale traditie, in dit menselijk doorgeven van de één aan de ander werkt God.
We zien deze horizontale houding vandaag in de Handelingen der Apostelen: "Nadat men veel heen en weer had gepraat
" Dat is de menselijke traditie, dat zijn de menselijke overwegingen. Daar hoort ook het schriftgebruik bij, het verklaren van de schriften. Daarin is wel het Woord van God aanwezig, maar het is pas echt het Woord van God door de inspiratie van de heilige Geest. Je moet het lezen met de heilige Geest, met de ogen van het geloof, met een hart dat vervuld is van de liefde van God. Na dat vele heen en weer praten, brengen ze tenslotte verslag uit over alles wat er gebeurd was van Godswege, door de heilige Geest. Wat er allemaal door God, met hun medewerken, tot stand is gebracht bij de heidenen. Dat is iets wat niet door mensen wordt opgeroepen, niet door mensen in stand kan worden gehouden, namelijk: dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen Joden en heidenen.
God kent geen onderscheid. God discrimineert niet tussen Joden en heidenen. Daar kunnen natuurlijk schriftteksten voor worden aangehaald en dat doet Jakobus ook, hij, die eerst aan de kant van het Joods exclusivisme stond. Maar wij weten: iedere ketter vindt zijn letter. Daarom moet het schriftgebruik worden opgenomen in die verticale traditie. De heilige Geest moet eraan voorafgaan, ook in het gezagvol spreken van Petrus waarop Jakobus zich beroept. Dan pas kan er vreugde zijn die volkomen is, als je aansluiting hebt gevonden bij de bron, als je aansluiting hebt gevonden bij God. "Dit zeg Ik u opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden."
Doorgaans hebben de mensen nog heel wat anders in hun hart, dingen waarin ze gefrustreerd zijn, gekwetste gevoelens en dat werpt een schaduw over hun blijheid. Dat hoeft door het geloof niet ineens te worden weggenomen, maar wie gelooft, houdt diep in zijn hart een vrede, een blijdschap die stand houdt door alle onverkwikkelijkheden heen, door alle troosteloosheid in de menselijke omgang, door de slagen van het leven, want hij heeft aansluiting bij God, die de God is van zijn jeugd, toen hij nog als een kind uit de hand van God leefde, uit het Hart van God. Dát nu is die vreugde, die volle, volgegoten, volstromende vreugde waarvan Johannes de Doper zei: "De bruidegom is hij die de bruid heeft, maar de vriend van de Bruidegom die staat te luisteren of hij Hem hoort, is al vervuld van blijdschap wanneer hij de stem van de Bruidegom verneemt. Zo nu is mijn vreugde en ze is volkomen" (Joh 3,29). Het kan niet meer stuk.
Dat staat aan het begin van het Nieuwe Verbond, in die traditie, horizontaal én verticaal. Wij mogen delen in die vreugde.