Zaterdag in de vijfde week van Pasen
Eerste lezing: Handelingen 16,1-10 [I 220];
Evangelie: Johannes 15,18-21 [I 221]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als de wereld u haat,
bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u.
Als gij van de wereld zoudt zijn,
zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort.
Daar gij echter niet van de wereld zijt,
maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen,
daarom haat de wereld u.
Herinnert u wat Ik u gezegd heb:
een dienaar staat niet boven zijn heer.
Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen.
Als ze mijn woord onderhouden hebben,
zullen ze ook het uwe onderhouden.
Maar dit alles zullen ze u vanwege mijn Naam aandoen,
want Hem die Mij gezonden heeft, kennen zij niet.”


Homilie  

Jezus gaat vandaag over op een ander thema dan Hij tot nu toe heeft behandeld. Het ging steeds over zijn verhouding tot de Vader en tot de leerlingen, en over de verhouding van de leerlingen ten opzichte van elkaar, een verhouding van liefde, van agapèliefde, van die dwaze, alles opofferende liefde. Maar de verhouding tot de wereld is net omgekeerd. "Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen." Worden de Vader en de Zoon en de mensen van de Kerk, de leerlingen geleid door de liefde, de wereld wordt in verhouding tot de leerlingen, tot de Kerk, geleid door haat. Heb je altijd succes, val je overal in de smaak, noemt iedereen je weldoener, pas dan maar op! Grote kans dat je de boodschap verzwakt, dat je het aanstootgevende erin hebt vervlakt, dat je de boodschap hebt vervalst, aangepast, gereduceerd misschien tot één van de modetrends in deze wereld.

Tegenwoordig is het allemaal spiritualiteit. Je moet een goed gevoel hebben, 'dat voelt goed aan, daar heb ik een goed gevoel bij.' Eerst moest het allemaal logisch zijn en natuurlijk en redelijk. Tegenwoordig moet het allemaal kloppen in je gevoel. Jij oké, ik oké, goed in je vel zitten. Dat wil zeggen: de laatste restanten van de wereld van God, van het heilige, worden zo door de wereld toegeëigend, in dienst gesteld van het menselijk welbevinden. Nee, er is tussen de wereld en de Kerk en de leerlingen van Jezus een afstoting, haat. Wordt de wereld van God bijeen gehouden door liefde, de vrucht, het levenwekkende sap in de wijnstok Jezus, een liefde tot de dood, een liefde die iemand ertoe brengt zijn leven te geven voor zijn vrienden; de wereld wordt bezield door haat, een dodelijke haat. Zoiets als wanneer men probeert een levend vitaal deel in het menselijk lichaam in te brengen, dat het niet pakt, niet aanslaat, er een proces van afstoting op gang komt. Zoiets gebeurt er in de wereld. Dat ondervinden mensen in onze dagen als ze zich van een algemeen aangepast geloofsleven bekeerd hebben tot een echt bezield geloof. Als Jezus persoonlijk iets voor hen gaat betekenen, een centrale plaats gaat innemen in hun leven, draaien binnen de kortste keren al hun kennissen, vrienden hun de rug toe. Er worden geen woorden aan vuil gemaakt, het gaat geruisloos, maar wel met een onverbiddelijke consequentie. Verreweg de meeste mensen zijn zich helemaal niet bewust van wat zich afspeelt in dit afstand nemen van echte gelovigen. Het gebeurt zonder dat ze er erg in hebben en ze voelen, onbewust, dat die anderen, die gelovigen, zich laten leiden door een totaal ander normen- en waardensysteem, diametraal het tegenovergestelde. Wat voor hen heilig is, is voor de mensen van de wereld een vloek, en andersom, geld, eer, macht, zekerheid, veiligheid, waar de mensen van de wereld alles van verwachten, voor de gelovigen is dat waardeloos.

Zo ontstaan niet alleen nieuwe vijanden, maar er ontstaan ook nieuwe kennissen, een nieuwe kring, een nieuw milieu, en de gelovigen, de leerlingen van Jezus, vinden dat in de Kerk. Binnen die Kerk, het milieu van Jezus, ontstaan er allerlei groeperingen, verbanden, waar mensen van allerlei pluimage hun persoonlijke bezieling aanvaard weten door anderen. Zo zijn er in de loop der eeuwen kloosterorden ontstaan, religieuze bewegingen. Hebben die van dat uitstotingsproces dan geen last, van die vervolging en die haat van de mensen van de wereld, trekken zij zich mooi terug en leiden een rustig leventje onder gelijkgezinden, de vijanden en de bekoringen, de verleidingen, de uitdagingen buiten, leiden zij hier binnen een mooi, geordend, harmonisch leventje?

Nee, zo is het niet. Wanneer je je losmaakt van de wereld en van alles wat verstrooit, komt er een confrontatie in jezelf tussen wat het beginsel is in die beide werelden, in de wereld zonder God en de wereld van God; het beginsel van de liefde, de Geest van Jezus, de heilige Geest, zoals we die aan het werk zagen in de Handelingen der Apostelen, en het beginsel van de wereld, dat is de eigenliefde. Het onderscheid tussen wat sint Paulus noemt: het vlees en de geest. Daar heeft iedereen last van, daar heeft iedereen mee te maken. Daartussen is een spanning. "Het streven van het vlees loopt uit op de dood; het streven van de Geest op leven, - zo diametraal staan die twee tegenover elkaar - want het verlangen van het vlees staat vijandig tegenover God, het onderwerpt zich niet aan Gods wet - kan dat niet eens - en zij die volgens het vlees leven, kunnen God niet behagen (Rom 8,6-8). “Broeders, zegt sint Paulus, wij zijn schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te leven. Als gij volgens het vlees leeft, zult gij zeker sterven, maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult ge leven" (Rom 8,12-13). Er is een spanning als tussen leven en dood. Dat is wat er in het kloosterleven gebeurt. Achter het rustige, stille, geordende, teruggetrokken en ingetogen leven dat je aan de buitenkant ziet, woedt een strijd, een strijd als tussen leven en dood, een nooit aflatende strijd tegen vijanden die nooit aflaten en die elk moment van slapheid of onwaakzaamheid onmiddellijk uitbuiten om het verloren terrein terug te winnen.

Dat is de strijd die elke mens moet strijden, waar hij ook staat. U hoorde hoe Paulus, in het Klein Azië van toen, wat tegenwoordig Turkije is, een droom kreeg, een visioen: een Macedoniër, dat is iemand van de andere kant, van Griekenland, "die hem smeekte: Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp." Eigenlijk staat er: en kom ons redden. Dat is het woord dat de leerling-monikken in de woestijn altijd hanteerden als ze ten einde raad bij hun abbas aankwamen, wanneer ze in dat gevecht op leven en dood geen uitweg meer zagen. Ze zeiden dan: 'Abbas, dit is mijn moeilijkheid. Ik kom er niet uit. Geef mij een reddend woord. Zeg mij hoe ik gered moet worden.' Je voelt dus: een strijd op leven en dood, geen uitweg meer, geen leven, een doodlopende weg. Maar er is een redder, iemand die een reddend woord kan spreken, die door de heilige Geest geleid, door de Geest van Jezus bezield, het reddende woord kan spreken, zoals die leerlingen van Jezus daar rondreizend in Macedonië door Jezus' Geest werden geleid. En die persoon dat is: Jezus, nu, hier, levend in uw midden met zijn woord en straks met zijn zelfgave, die ook tot stand komt door de heilige Geest. De heilige Geest, de Geest van Jezus, is altijd om ons heen, is altijd bij ons en brengt ons altijd weer van de doodlopende wegen waarop wij vastliepen, terug naar het echte leven.