Zaterdag in de vijfde week van Pasen

Eerste lezing: Handelingen 16,1-10  
Evangelie: Johannes 15,18-21


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als de wereld u haat,
bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u.
Als gij van de wereld zoudt zijn,
zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort.
Daar gij echter niet van de wereld zijt,
maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen,
daarom haat de wereld u.
Herinnert u wat Ik u gezegd heb:
een dienaar staat niet boven zijn heer.
Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen.
Als ze mijn woord onderhouden hebben,
zullen ze ook het uwe onderhouden.
Maar dit alles zullen ze u vanwege mijn Naam aandoen,
want Hem die Mij gezonden heeft, kennen zij niet.”

Homilie  

“Ze werden er door de heilige Geest van weerhouden het woord te verkondigen in Asia.” … “In Mysië gekomen, maakten zij aanstalten om naar Bitynië te reizen, maar de Geest van Jezus stond hun dit niet toe."
De landstreken die in de eerste lezing genoemd worden, staan u waarschijnlijk niet zo voor de geest, maar het komt er op neer, dat zij van zichzelf uit geneigd waren om in het tegenwoordige Turkije (Asia Minor, Klein Azië), meer landinwaarts te trekken. Maar elke keer als zij daartoe een poging ondernamen, kwam er een kracht, een innerlijke kracht, de kracht van de heilige Geest, die hen naar de andere kant toetrok, naar de kust toe. Eenmaal in de kustplaats, Troas, aangekomen, de havenplaats aan de Egeïsche Zee, aan de andere kant van Griekenland, werd het door de heilige Geest niet in hún harten gelegd, maar in een droom alleen aan Paulus gegeven om naar Macedonië toe te gaan. "In een visioen ziet hij een Macedoniër voor zich staan, die in nood verkeert en angstig roept: Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp” (Hnd 16,9). 'Red ons', staat er in het Grieks. “Wij maakten er uit op dat God ons geroepen had om hun het evangelie te verkondigen" (Hnd 16,10). Evangelieverkondiging is redding brengen. Luisteren naar het evangelie, is luisteren naar een reddingbrengend woord, en dat reddingbrengende woord opnemen is alsof u zich vastklampt aan een reddingsboei. Waarvan heeft u dan redding nodig? U heeft redding nodig om los te komen van uw eigen gedachten, van uw natuurlijke impulsen, van wat staat tegenover de geest: het vlees; redding van wat allemaal tot niets leidt.

Een voorbeeld hiervan is: Je krijgt een verwijt, of een op- of aanmerking, dan geeft de natuur je in om jezelf te verdedigen, je straatje schoon te vegen. Maar dan leidt de heilige Geest je met zachte bewegingen om te zwijgen. Dat staat natuurlijk ook wel in het toegepaste evangelie of in de regel (van Benedictus), maar die regel op zich genomen motiveert niet voldoende om jezelf te overwinnen, om die natuurlijke impuls niet te volgen. Er is dan ook waarschijnlijk geen regel die zo slecht wordt onderhouden als de regel dat je jezelf niet mag verdedigen. Dat is niet omdat u zo ongehoorzaam bent, maar omdat dat leven van binnenuit door de heilige Geest, die inwendige kracht, nog zo weinig macht heeft over uw hart. Dat je jezelf niet mag verdedigen staat niet zomaar in de regel, maar het staat in de regel omdat de heilige Geest dat ingegeven heeft bij degene die de regel geschreven heeft, maar ook bij iedereen die zich tot dit leven weet geroepen.

Een ander voorbeeld is: armoede, het minste kiezen, tevreden zijn met het minste, met de kleinste portie, daarvoor is het echt nodig dat de heilige Geest je te hulp komt met zijn zoete, zachte kracht, om, als de gelegenheid zich aanbiedt, te kiezen tussen het betere en het mindere, dan ook daadwerkelijk te kiezen voor het mindere. Dat wordt dan ook meteen beloond. De innerlijke eer zal over je komen, de eer van een goed geweten, de eer van de Vader, die degene verheft die zich voor Hem vernedert.

Zo worden wij, zoals de leerlingen in Asia Minor, in Klein Azië, ook voortdurend bijgestuurd door de Geest van Jezus. Het is als het ware een verfijning van het gewone menselijke geweten. Dat wij ons niet alleen laten leiden door ons geweten, maar door ons geweten in verbondenheid met Hem.