Eerste lezing: Job 7,1-4.6-718,15-20 [B 122]; antwoordpsalm: Psalm 147,1-2.3-4.5.6 [B 122]
Tweede lezing: 1 Korintiërs 9,16-19.22-23 [B 123]; vers voor het evangelie: Johannes 6,463b.69b [B 124]
Evangelie: Marcus 1, 29-39 [B 124]
Inleiding
'Venite, adoremus Deum, et procidamus ante Dominum.' 'Komt, laten wij God aanbidden en neervallen voor de Heer.' Deze woorden zijn afkomstig uit psalm 94, uit het liturgisch liedboek van het Oude Verbond, en worden vandaag gebruikt om de zondagse eucharistieviering in te leiden, om ons uit te nodigen hulde te brengen aan de Heer, wiens verrijzenis wij op zondag vieren.
Er zijn er die de Verrezene hebben gezien; Johannes schrijft daarover in het Boek van de Openbaring: "Ik keerde mij om om te zien wie mij had aangesproken. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden luchters, en tussen de luchters iemand als een mensenzoon, gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte, het middel omgord met een gouden gordel. Zijn hoofd en haren waren wit als sneeuwwitte wol en zijn ogen vlamden als vuur. Zijn voeten waren koperbrons dat in de oven is gegloeid, en zijn stem klonk als het gedruis van vele wateren.
Toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten" (Apk 1,12-16.17). Ook Paulus heeft Hem gezien. Hij werd ogenblikkelijk blind ten gevolge van de schittering van een licht dat feller was dan het zonlicht op het middaguur en viel ter aarde neer (vgl. Hnd 9,3).
Wij zien de Verrezene niet, wij vieren Hem. Wij zien Hem niet op de manier zoals deze twee mensen Jezus gezien hebben, wij zien Hem in geloof. We vallen Hem te voet, werpen ons neer in het niets, het niets waaruit wij zijn geschapen door Hem. Wij werden uit het dubbele niets van de zonden door Jezus opgericht bij het doopsel, en dat vieren we op zondag met de wijding en besprenkeling van het water. Doopsel en eucharistie maken het christelijk leven; door die sacramenten verricht de Verrezene aan ons zijn barmhartigheid.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd toen Jezus uit de synagoge kwam,
ging Hij met Jakobus en Johannes naar het huis van Simon en Andreas.
De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed;
zij spraken Hem aanstonds over haar.
Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan;
zij werd vrij van koorts en bediende hen.
In de avond, na zonsondergang,
bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem.
Heel de stad stroomde voor de deur samen.
Velen die aan allerhande ziekten leden, genas Hij
en Hij dreef tal van geesten uit,
maar Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken,
omdat zij Hem kenden.
Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten
en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden.
Simon en diens metgezellen kwamen Hem achterop,
en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze:
Iedereen zoekt U.
Hij antwoordde hun:
Laten we ergens anders heen gaan,
naar de dorpen in de omtrek,
opdat Ik ook daar kan prediken.
Daartoe immers ben Ik uitgegaan.
Hij trok door heel Galilea, predikte in hun synagogen
en dreef de boze geesten uit.
Homilie
De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed; zij spraken Hem aanstonds over haar." Wat is Jezus, de Onbenaderbare, voor wie gelovigen als dood voor zijn voeten neervallen, benaderbaar voor de kleinen en de zwakken! Wat gaan ze vertrouwelijk met Hem om! Hij láát Zich ook door hen benaderen, niet om Zich te laten verheerlijken, maar om hun zijn barmhartigheid bewijzen en in zijn verrijzeniskracht te laten delen. "Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan, deed haar verrijzen. In de avond, na zonsondergang, bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem. Heel de stad stroomde voor de deur samen. Velen die aan allerlei ziekten leden, genas Hij." Wat een overvloed van barmhartigheid!
Paulus lijkt wel een andere Jezus. "Van allen onafhankelijk, heb ik mij de slaaf van allen gemaakt om er zoveel mogelijk voor Christus te winnen. Met de zwakken ben ik zwak geworden om de zwakken te winnen. Alles ben ik voor allen om er tot elke prijs enkelen te redden." Waar haalt Paulus de motivatie vandaan? Waar halen wij de motivatie vandaan om onszelf te geven zonder te ontvangen, zó te geven dat je er zelf niet beter van wordt, dat je er zelfs niet beter van wordt in je eigen ogen, dat je linkerhand niet weet wat je rechter doet? Paulus zegt: "Het is een taak die mij is toevertrouwd", door God. Ik doe het niet uit eigen beweging. De beweegreden of de beweegkracht ligt niet in mij, maar buiten mij, die ligt bij God. En als God iemand ergens toe roept, wordt dat waartoe Hij hem roept hem zo eigen, dat hij niet anders kan. "Broeders en zusters, dat ik het evangelie predik is voor mij geen reden om te roemen: ik kán niet anders.
Ik doe alles voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen."
Hier ligt het geheim van het evangelie, het geheim van het Rijk Gods. Het is het geheim van Jezus. Ik doe alles voor het evangelie, ik doe alles voor Jezus, om ook zelf deel te krijgen aan Jezus, aan het andere leven. Het is delen, uitdelen, jezelf wegschenken en je daardoor verrijken. Het is je leven verliezen om het te winnen; vermenigvuldigen door te delen. Je geeft weg, je houdt niets over, en je wordt er toch beter van. Als je weggeeft, krijg je!
Waar haal je dat vandaan? Waar haalt Jezus het vandaan? Het evangelie begon met te zeggen dat Jezus uit de synagoge kwam, Hij doet het dus vanuit het gemeenschappelijke gebed. En aan het einde van de lange werkdag, "vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging buiten en begaf Zich naar een eenzame plaats waar Hij bleef bidden." Aan het einde van de lange dag gaat Hij weer terug naar het gebed, terug naar zijn Vader, naar zijn oorsprong, naar zijn roeping, zijn zending.
Als de leerlingen Hem achterop komen en willen dat Hij mee teruggaat, omdat iedereen Hem zoekt, antwoordt Hij: "Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben Ik uitgegaan." Het is dus in het gebed dat Jezus Zich zijn oorsprong te binnen brengt. Hij herbront zijn zending, zijn roeping, zijn motivatie, zijn beweegreden en zijn beweegkracht en zo blijft Hij vrij van de vangnetten van de mensen, zo raakt Hij niet in het drijfzand van het succes. "Iedereen zoekt U." Ze willen U. Ze willen U vasthouden.
Bij Paulus is het niet anders. Ook hij handelt vanuit dat zendingsbewustzijn, vanuit de taak die hem is toevertrouwd door God. Niet om zich vrij te maken voor zichzelf, maar om zich vrij te maken vóór en zich meer te binden áán anderen.
Aan het begin van de week gaan wij, net als Jezus, naar een eenzame plaats: de kerk. We gaan weg uit het gewoel en de motiverende krachten van het doen en laten van de mensen, om ons te laten opnemen in de zending van het volk Gods. 'Ite Missa est', zegt de priester of diaken aan het einde van de mis, dat is de wegzending, maar het is ook de zending om de barmhartigheid aan u gedaan, de goddelijke barmhartigheid die in de heilige mis aan u is verricht, ook aan anderen te laten gebeuren, door uzelf slaaf te maken van de minsten onder u.
Dat is ons heilig geloof. Wij geloven dat de barmhartigheid van God de wereld regeert. Dat is de koninklijke heerschappij van God. Hij begint met barmhartigheid, Hij gaat door met barmhartigheid, en ook het laatste oordeel is een oordeel van barmhartigheid