Eerste lezing: Hebreeën 11,1-7
Evangelie: Marcus 9,2-13
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes Met Zich mee
en bracht hen boven op een hoge berg,
waar zij geheel alleen waren.
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd:
zijn kleed werd glanzend wit
als geen volder ter wereld maken kan.
Elia verscheen hun samen met Mozes
en zij onderhielden zich met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tot Jezus:
Rabbi, het is goed dat wij hier zijn.
Laten we drie tenten bouwen, één voor U,
één voor Mozes en één voor Elia.
Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren geheel verbluft.
Een wolk kwam hen overschaduwen
en uit die wolk klonk een stem:
Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.
Toen zij rondkeken, zagen zij plotseling niemand anders
bij hen dan alleen Jezus.
Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun
aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden,
voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.
Zij hielden het inderdaad voor zich
al vroegen zij zich onder elkaar af,
wat dat opstaan uit de doden mocht beteken
Aan Jezus stelden zij de vraag:
Waarom zeggen de schriftgeleerden
toch dat eerst Elia moet komen?
Hij antwoordde hun: Elia komt eerst om alles te herstellen.
Maar wat staat er geschreven over de Mensenzoon?
Dat Hij veel zal lijden en veracht zal worden.
Maar Ik zeg u: Elia is al gekomen
en zij hebben naar willekeur met hem gehandeld,
zoals over hem geschreven staat.
Homilie
Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen. Het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen." Of zullen we maar met eenvoudige woorden zeggen: door het geloof communiceren wij met God, door het geloof communiceert God met ons. Door het geloof is de zichtbare wereld verbonden is met de onzichtbare. God, die wij niet zien, worden wij gewaar als de Schepper van het zichtbare. Het zichtbare, zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën, is ontstaan uit het onzichtbare. Dat zien we door het geloof.
In het evangelie wordt het onzichtbare zichtbaar gemaakt. Het onhoorbare krijgt in het evangelie de klanken, de zintuiglijke waarneembaarheid van het woord, van menselijke woorden. De onhoorbare en onzichtbare God wordt in het evangelie hoorbaar en zichtbaar. "Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Elia verscheen hun samen met Mozes. En ze hoorden een stem: Dit is mijn Zoon, de Beminde." Het onhoorbare wordt hoorbaar gemaakt. Maar waarom is dat? Waarom mogen ze deze woorden horen? Waarom mogen ze Jezus zien, bekleed met de kracht van de Allerhoogste?
Het laatste woord van de lezing die hieraan voorafging luidde: "Voorwaar, Ik zeg u, onder de hier aanwezigen zijn er die de dood niet zullen ervaren voordat zij zien dat het Rijk Gods is gekomen in kracht" (Mc 9,1) En wat gebeurt er zes dagen later? De kracht van God bij Jezus, de Gezalfde. De Gezalfde bekleed met de kracht van God. Daar begon het toch mee? "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?" Een profeet, Johannes de Doper, Elia, één van de profeten. En wat zegt Gij? Christus de Gezalfde. De Gezalfde met de kracht van God. Geen wereldlijke kracht, maar een ongeschapen kracht, de kracht van God. En daarom verbood Hij hun nadrukkelijk hierover te spreken. Om de ongeschapen, goddelijke kracht niet te verwisselen met menselijke kracht, aardse kracht.
"En Hij begon hun te leren hoe de Mensenzoon veel zou moeten lijden en verworpen zou worden door de leiders van het volk." Hoe kun je dat nu aannemen? Hoe kun je Jezus nu zo aannemen, hoe kun je nu zo'n klap verwerken? Zo'n Jezus? En dat terwijl zij heel hun leven met Hem verbonden hadden, in zijn navolging gesteld hadden. Ze hadden hun leven verbonden met Hem en dan nu verwerping, lijden, dood? En daartoe worden zij als volgeling nog geroepen ook. Een kruisdragende Christus. Toch is dat precies wat mensen in hun leven overkomt. Het is niet alleen wat Jezus overkomt. Jezus overkomt wat mensen overkomt. Een gezond iemand wordt ziek. Een kwalijke ziekte sloopt zijn krachten. Iemand vindt levensvervulling in een baan en hij wordt werkloos. Een relatie die veel, of alles, voor iemand betekent, breekt in stukken. Een jeugdtrauma, een geboortetrauma breekt door, tast alle levensvreugde aan. Of een watervloed spoelt in een land twintig jaar ontwikkeling weg. Een burgeroorlog teistert alle ingezetenen van hoog tot laag. Of iemand ontdekt in zichzelf een ongeordendheid die zo centraal in hem is, dat deze alles doordringt en alles onzuiver maakt.
Wat de leerlingen met Jezus overkwam, kan elk mens overkomen. Dat overkomt ook iedere mens. Je hebt mensen, dingen, die je lief zijn geworden, zonder hem of haar, zonder dit of dat, kun je je het leven niet indenken. Het evangelie zegt vandaag: daar achter is de ongeschapen goedheid. Daar achter is de liefde van de hemelse Vader. Kijk maar naar Jezus, zie maar hoe Hij wordt aangenomen, opgenomen. "Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen volder ter wereld maken kan." Hij wordt opgenomen in de heerlijkheid van God. Opgenomen onder de leiders van het volk. Niet onder de huidige leiders, die hebben Hem verworpen, maar onder dé leiders, van wie de huidige leiders hun gezag, hun autoriteit ontvangen, dé leiders, Mozes, van de Wet, en Elia, de profeet. Zij onderhouden zich met Jezus.
Jezus is niet zomaar één van hen. Nee, Mozes en Elia onderhielden zich eerbiedig met Hem. Jezus staat dus in de traditie van zijn volk. De leerlingen hoeven niets te verloochenen van wat hun dierbaar is geworden. Hij is niet gekomen om Wet (Mozes) en profeten (Elia) af te schaffen, op te heffen, maar om tot vervulling te brengen. Maar ook Mozes en Elia verdwijnen naar de achtergrond. Nu wordt de sfeer geladen met Gods tastbare aanwezigheid, een wolk die hen overschaduwt, zoals Maria overschaduwd werd door de heilige Geest, zoals de Joden onder de wolk waren en allen door de wolk zijn gedoopt (door de heilige Geest). Jezus als opperste vertegenwoordiger van heel het volk, op Hem en op zijn volk trekt nu de wolk van Gods aanwezigheid zich samen. En die Jezus, die zijn verwerping en zijn dood vanwege de aardse autoriteit in het vooruitzicht stelde, wordt nu door een stem uit de hemel met een ongehoorde, unieke, bovenaardse autoriteit bekleed. "Dit is mijn Zoon, de Welbeminde. Luistert naar Hem." Naar Hem, het plechtanker van onze hoop, waardoor wij in geloof middellijk-onmiddellijk in communicatie staan met de ongeschapen goedheid, de bron van alle zijn: de Vader zelf.
Dat komt God nu in je leven zeggen. Daarvoor is het luisteren naar Gods woord, daarvoor is het geloof. Er is nog Iemand, er is nog iets wat volkomen toegewijd met je leven bezig is, waarin je bent ingebed, waardoor je bent ontstaan, naar wie je weer terugvloeit, God, Hij is er nu al. Daarop staan, als op een vaste grond, als op een burcht. Dat is ons heilig geloof.