Dinsdag in de zesde week van Pasen
             Heilige Coelestinus, paus en kluizenaar


Eerste lezing: Handelingen 16,22-34 [I 224];
Evangelie: Johannes 16,5-11 [I 225]


Inleiding  

Vreugde om Jezus, om zijn glorie. 'Bestijg uw Koningstroon in glorie', nu, voorgoed. Maar als Jezus daar is, dan is Hij niet ver weg van ons, dan is Hij op een plaats vanwaar Hij Zich eerst goed aan ons kan geven, in de heilige Geest, een aanwezigheid in geest, soepel, flexibel, aan de binnenkant, niet langs de weg van de zintuigen, maar langs de weg van het hart. Hij laat ons niet verweesd achter, Hij zendt ons zijn Geest van de Vader, aan wiens rechterhand Hij zetelt in glorie. Hij blijft en komt steeds weer door zijn Geest bij ons.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft,
en niemand van u vraagt Mij:
Waar gaat Gij heen?
Omdat Ik u dit gezegd heb, is uw hart vol droefheid.
Toch zeg Ik u de waarheid:
het is goed voor u dat Ik heenga;
want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen.
Nu Ik wel ga zal Ik Hem tot u zenden.
Eenmaal gekomen
zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren
van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is:
van wat zonde is, omdat zij niet in Mij geloven;
van wat gerechtigheid is
omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet;
van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is.”

Homilie  

“Het is goed voor u dat Ik heenga."
Waarom is het goed, dat Jezus heengaat? Jezus zegt: 'anders kan de Geest niet komen.' "Als Ik niet heenga zal de Helper niet tot u komen; nu Ik wel ga zal Ik Hem tot u zenden." Blijkbaar is de tegenwoordigheid van de Geest een andere dan de tegenwoordigheid van Jezus. De tegenwoordigheid van Jezus is een geïncarneerde tegenwoordigheid, je kunt Hem zien, je kunt Hem aanraken en dat kun je de Geest niet. De Geest is niet geïncarneerd. Dat Jezus geïncarneerd is, heeft dus het nadeel dat je Hem alleen maar kunt ontmoeten op die bepaalde plaats waar Hij is, en op die bepaalde tijd. Is er een bijeenkomst, daar in Israël, maar je komt een uur te laat, dan kun je Jezus dus niet ontmoeten.

En wij allemaal, wij leven niet op die plaats waar Jezus heeft geleefd, dus we kunnen Jezus niet ontmoeten? Jezus is nu juist gekomen om Zich door alle mensen overal en altijd te laten ontmoeten. Daarvoor geeft Hij de heilige Geest. Toen Jezus lichamelijk de wereld heeft verlaten en naar de Vader is gegaan, heeft Hij zijn lichamelijke tegenwoordigheid, aanraakbaar, begrensd door tijd en ruimte, verruild voor een geestelijke tegenwoordigheid. Deze geestelijke tegenwoordigheid is niet zozeer een tegenwoordigheid van onstoffelijkheid, van immaterialiteit, maar het is de tegenwoordigheid van de heilige Geest. En de heilige Geest, zou je kunnen zeggen, is een tegenwoordigheid van God die Zich niet op één plaats incarneert, maar steeds opnieuw op die plaatsen en momenten waar wij er behoefte aan hebben. Want Hij is wel de blijvende tegenwoordigheid: "Als ge Mij liefhebt zult gij mijn geboden onderhouden, dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper schenken om voor altijd bij u te blijven, de Geest van de waarheid" (Joh 14,15-16); maar iets wat er altijd en overal is, is er voor onze waarneming eigenlijk niet.

Een voorbeeld: de lucht. Niemand zal het bestaan van de lucht ontkennen, maar je voelt hem niet. Pas als er iets niet in orde is, als er iets aan de hand is met de lucht of met je ademhalingsorganen, ga je de lucht opmerken. Zo is het met bijna alle grote, goede gaven van de schepping, zo is het met je gezondheid, zo is het ook met de Geest. Iemand kan dus ook een slechte geest bij zich dragen zonder dat hij dat merkt, omdat hij er zozeer mee vergroeid is; hij is er zozeer bij thuis, de slechte geest is altijd om hem heen, dat hij hem niet voelt. Zo is het ook met de goede geest, met de heilige Geest. Hij is altijd bij ons, maar je merkt het niet.

Heel concreet nu. U bent hier allemaal samen, geroepen als u bent door dezelfde heilige Geest. Dat is wat u hier verbindt. Het is niet dezelfde aspiratie, een bepaalde aanleg, eigenschappen, bepaalde omstandigheden, nee, dat is er ook allemaal, maar al die dingen zijn bezield, aangeblazen door de heilige Geest, bezield door zijn adem, zijn liefde. Dat kan een heel andere kijk geven op het omgaan met elkaar; dat kan een heel andere ervaring geven met elkaars goede en minder goede eigenschappen. Gewoonlijk kom je daar pas toe als het moeilijk is, als je moeite hebt met een ander, dan moet je dieper graven. In de moeilijkheden moet je je laten leiden door de heilige Geest. Het is nodig dat je daarom vraagt. De heilige Geest is er dus niet zomaar, Hij moet worden gezonden op het gebed van Jezus. "De Vader zal op mijn gebed u een andere Helper zenden." Het is dus geen automatisme, geen natuurverschijnsel. Nee, de heilige Geest is iets persoonlijks. Het is het persoonlijke in Jezus voor ons, voor onze persoonlijkheid, in onze eenmaligheid, het is liefde, de persoon geworden liefde. Daarom moeten ook wij vragen. Of zouden wij eigenlijk moeten zeggen: de heilige Geest zelf vraagt in ons om de heilige Geest? "Als gij die slecht zijt goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw hemelse Vader de heilige Geest geven aan wie er Hem om vragen" (Mt 7,11).

Het is een bekend verschijnsel bij christenen, dat ze zich de gewoonte eigen maken om in allerlei omstandigheden steeds opnieuw om de heilige Geest te vragen. Dat doen ze natuurlijk omdat ze merken dat Hij komt als ze het vragen: 'Kom, heilige Geest', en Hij komt. Er is maar één voorwaarde: je moet het vragen. De heilige Geest is een gave die je nooit bezit, die je steeds opnieuw krijgt en ook zult krijgen. Jezus vond het nodig om één omstandigheid te vermelden waarin wij de heilige Geest per se moeten aanroepen, dat is het moment waarop wij het sterkste de grenzen van onze eigen geest ervaren, van onze eigen geestkracht: "wanneer men u overlevert” - met huid en haar overgeleverd zijn, u weet hoe erg dat is - maak u dan niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken, op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat ge moet zeggen, want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader" (Mt 10,19-20).

Nu bent u aan elkaar overgeleverd, uitgeleverd, en voortdurend doet u elkaar ook geweld aan, zet u elkaar onder druk, bewust, onbewust en vanzelf ga je je daar tegen verzetten, je zet je schrap, of je maakt je gevoelloos, je wapent je, je gaat er iets tegen verzinnen, zodat ze je niet kunnen raken, geen pijn kunnen doen. De heilige Geest kan u leren dat niet te doen, niet vanuit je gevoel, vanuit je spontane reactie er tegenin te reageren, maar vanuit de diepte, vanuit de heilige Geest die in je hart is uitgestort en die wacht op het moment dat je om zijn bijstand, zijn hulp, vraagt. Dan krijg je een andere kracht, ook kracht, maar een zachte kracht. Dat is de kracht van God. Dat is de kracht van Jezus. Jezus is het slachtoffer van geweld, dat is Hij ten einde toe. De geest waarmee Hij dat gedragen heeft, is de heilige Geest. Die heilige Geest is dus een zachte kracht die bij je is als anderen je geweld aandoen. Ook als je in een positie verkeert dat je geneigd bent anderen geweld aan te doen. Dan haalt de heilige Geest je terug met die zachte kracht om het niet te doen.