Zevende dag van het kerstoctaaf
                              Heilige Silvester I, paus



Eerste lezing: 1 Johannes 2,18-21 [I 55]
Evangelie: Johannes 1,1-18 [I 56]


Inleiding  

'Te Betlehem geboren,' zo klinkt het liefelijk, 'ons kindje klein.' Maar het is minder liefelijk dan het op het eerste gezicht lijkt: 'al was Christus duizendmaal te Betlehem geboren, maar niet in mijn eigen hart, dan was ik nog verloren.' Dat is de ernst van het laatste uur, wij moeten kiezen. God komt voor óns, we kunnen er niet omheen, we moeten kiezen, ja of nee, voor of tegen, helemaal of helemaal niet. Het hoeft nog niet helemaal, want we leven in de tijd, maar iedere keuze in de tijd is wel een voorafschaduwing, een voorbereiding, een inspelen op dat definitieve ja of nee. We leven in de tijd, de laatste dag van het jaar, maar we leven ook in de volheid der tijden, waarin elke laatste dag de eerste dag is, 'vol van genade en waarheid'.
Belijden wij dan eerst onze schuld, dat wij blijven hangen in de tijd, in de voorlopigheid, in het 'nog niet', om deze heilige Geheimen van zijn definitieve, onvoorwaardelijke keuze voor ons, goed te kunnen vieren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God.
Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden
en zonder Hem is niets geworden
van wat geworden is.
In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen.
En het licht schijnt in de duisternis,
maar de duisternis nam het niet aan.
Er trad een mens op, een gezondene van God;
zijn naam was Johannes.
Deze kwam tot getuigenis,
om te getuigen van het Licht,
opdat allen door hem tot geloof zouden komen.
Niet hij was het Licht,
maar hij moest getuigen van het Licht.
Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld.
Hij was in de wereld;
de wereld was door Hem geworden,
en toch erkende de wereld Hem niet.
Hij kwam in het zijne,
maar de zijnen aanvaardden Hem niet.
Aan allen echter die Hem wel aanvaardden,
aan hen die in zijn Naam geloven,
gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden.
Zij zijn niet uit bloed, noch uit de begeerte
van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren.
Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader
ontvangt, vol genade en waarheid.
Wij hebben Johannes' getuigenis over Hem toen hij uitriep:
“Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt,
is vóór mij, want Hij was eerder dan ik.”
Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen;
genade op genade.
Werd de Wet door Mozes gegeven,
de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus.
Niemand heeft ooit God gezien;
de Eniggeboren God, die in de schoot des Vaders is,
Hij heeft Hem doen kennen.

Homilie  

De laatste dag van het jaar. De laatste dag is niet anders dan de voorlaatste dag of de eerste dag, want in de tijd is iedere dag de laatste dag, of de eerste dag. Maar zo'n grensovergang, wanneer wij een nieuw jaar beginnen, roept wel iets op: het doet ons terugblikken op het afgelopen jaar, we laten de voornaamste gebeurtenissen de revue passeren, grote historische gebeurtenissen in onze grote wereld en ook in onze kleine wereld, wat er voorgevallen is tussen mensen, ook wat er voorgevallen is tussen God en ons mensen, tussen God en de gemeenschap, tussen God en ieder van ons persoonlijk, de genadegaven, de vooruitgang die je gemaakt hebt, de gemiste kansen. En de Kerk doet daaraan mee door ook vandaag het verleden voor te houden. Maar dat is wel zo'n merkwaardige geschiedenis. Het begint met een geschiedenis vóór alle geschiedenis. Voordat er überhaupt iets was, was het Woord er al, en dat wordt ons verteld. Je zou misschien vragen, wat hebben wij daaraan, dat in het begin het Woord was, dat het Woord bij God was, en dat het God was?

"Het was in het begin bij God." Dat hoeft óns toch niet verteld te worden. Dat was in het begin bij Gód. Jawel, maar dat Woord is niet zomaar een woord dat klinkt in de ruimte, nee, dat Woord is tot óns gericht, tot mij, heel persoonlijk. Dat Woord is deel gaan uitmaken van onze geschiedenis, dat "Woord is vlees geworden." Dat betekent niet dat het zomaar ergens in onze geschiedenis is binnengestapt en daar toen deel van is gaan uitmaken, zoals alle mensen deel uitmaken van de geschiedenis, er een grote of kleine rol in spelen en weer verdwijnen. Nee, "het Woord is vlees geworden", dat betekent wat we bij iedere consecratie in de mis meemaken: 'Dit is mijn Lichaam voor u.' Dát betekent "het Woord is vlees geworden." Het is een Woord voor ons, waarin God Zich helemaal geeft, waarin Hij Zich helemaal aan ons uitlevert. 'Dit is mijn Bloed dat voor u wordt uitgegoten tot vergeving van de zonden.'

We zijn dus door dat Woord, dat in het begin was, helemaal omvat, we zijn er helemaal in opgenomen, in geborgen. Dat Woord is een heel fijn, een heel persoonlijk Woord, een warm, liefdevol Woord, een Woord dat Zich helemaal geeft. Het mag er in onze geschiedenis een beetje willekeurig aan toe lijken te gaan, toevallig, grillig, onberekenbaar. 'Zonder God zijn de mensen aan willekeur uitgeleverd', zegt paus Benedictus in zijn encycliek over de hoop. Maar God heeft de touwtjes stevig in handen. Vanaf het begin. Zijn Woord omvat ons. Het eerste woordje dat een kind terugzegt, dat is iets geweldigs. Nu, zo'n Woord heeft Hij tot ons gesproken en wij geven het terug: 'Abba - Vader'.

Wij gebruiken dat woord 'Abba' - 'Vader', omdat Jezus zijn Vader zo aansprak: 'Abba' - 'mijn Vader, mijn lieve Vader'. Wij zijn in dat bestaan geboren, doordat Hij in ons bestaan is geboren. Hij is mens geworden, opdat wij kinderen van God zouden worden. En dat is onherroepelijk, niet meer terug te draaien. Zoals in dit evangelie keer op keer gezegd wordt: "Vol genade en waarheid.” “Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen.” Maar dat kan niet: de volheid in de tijd, de eeuwigheid in de tijd. Het kan wél: “genade op genade." Het gaat maar door.

"Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus." Genade, dat je aan Gods leven mag deelnemen, dat God nooit zomaar 'iets' geeft, maar met dat 'iets' ook altijd 'Zichzelf' geeft, zijn liefde geeft, en dat Hij daarmee doorgaat, trouw in waarheid, dat is hetzelfde Woord. Hij zal het einde aan het begin doen beantwoorden. Geen liefde op proef, voorlopig, maar trouw voor altijd. 'Dit is mijn Lichaam voor u.' Helemaal en voor altijd.