Vrijdag in de zevende week
    van het even jaar
Eerste lezing: Jakobus 5,9-12 [III 81]
Evangelie: Marcus 10,1-12 [III 82]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd
vertrok Jezus naar het gebied van Judea en het Overjordaanse.
Ook daar kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe
en als naar gewoonte onderrichtte Hij hen.
Er kwamen ook Farizeeën die Hem vroegen:
“Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?”
Daarmee wilden zij Hem op de proef stellen.
Hij antwoordde hun met een wedervraag:
“Wat heeft Mozes u voorgeschreven?”
Zij zeiden:
“Mozes heeft toegestaan een scheidingsbrief op te stellen
en haar weg te zenden.”
Doch Jezus antwoordde hun:
“Om de hardheid van uw hart
heeft hij die bepaling voor u neergeschreven,
maar in het begin, bij de schepping,
heeft God hen als man en vrouw gemaakt.
Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten
om zich te binden aan zijn vrouw
en deze twee zullen één vlees worden.
Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn.
Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.”
Thuis ondervroegen de leerlingen Hem nogmaals daarover.
Hij sprak tot hen:
“Wie zijn vrouw wegzendt en een andere huwt,
maakt zich tegenover haar schuldig aan echtbreuk.
En wanneer zij haar man verlaat en een andere huwt,
begaat zij echtbreuk.”

Homilie  

“Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?"
Het is de vraag van een mannenmaatschappij. Er wordt niet gevraagd: Staat het een vrouw vrij haar man te verstoten? Dat kwam niet in aanmerking. De man was de heer van het huwelijk. Maar God kiest in het evangelie altijd de partij van het zwakke en dat is hier de vrouw. Als men tegenwoordig het evangelie leest, geldt hetzelfde voor de man als voor de vrouw. Maar ook zij is niet de heerseres van het huwelijk, want van het begin heeft Gód hen man en vrouw gemaakt. Niet de man is de heer van het huwelijk, maar God. Ook niet de vrouw is de heerseres in het huwelijk, maar God.

In het sacrament van het huwelijk wordt wat twee mensen met elkaar verbindt, opgenomen in het liefdesverbond van God met deze mensen. En van dat ogenblik af is de liefde van man en vrouw niet meer het laatste. Het laatste is de liefde van God. Het laatste maar ook het eerste. God is immers dichter bij de mensen dan mensen bij elkaar zijn. Je kunt nog zo dichtbij een ander zijn, God is nog dichterbij. En dus ook zijn liefde, want God is liefde.
Op grond van die liefde sluiten gelovige mensen met elkaar een huwelijksverbond. En gelovige mensen gaan op grond van die liefde van God met elkaar om. Wat is dan het verschil als mensen alleen trouwen op grond van hun eigen gevoelens voor elkaar?

Door de liefde van God komt er een nieuwe dimensie in de menselijke liefde, daardoor wordt liefde pas echt liefde. Liefde wordt dan trouw. De liefde die trouw is, komt van God. De goddelijke liefde is trouwe liefde: "Mannen, hebt uw vrouw lief, zoals Christus de Kerk heeft liefgehad: Hij heeft Zich voor haar overgeleverd" (Ef 5,25). Dat is een liefde die sterker is dan de dood. De dood van Jezus is het voorbeeld van mensen die elkaar voor het leven willen liefhebben. Christenen weten daarom beter dan niet-christenen dat er in hun liefde altijd iets van doodgaan moet zitten, aan jezelf afsterven, steeds een beetje, iets van je eigen grenzen doorbreken, over de grenzen van je eigen wezen heen - door dat stukje leegte heen - naar die ander toe.
Daarbij is Jezus ons voorbeeld. Niet een voorbeeld in de gewone zin. Voorbeelden kunnen juist afschrikken. Nee, Jezus laat door zijn voorbeeld niet alleen zien hoe het moet, maar Hij geeft ons ook de kracht daartoe. Die kracht hebben we hard nodig om door een moeilijke periode heen te groeien. Het begint altijd fantastisch, dat is met alles zo, met het huwelijksleven, met het kloosterleven, met het priesterleven, met het beroepsleven. Maar dan, na een eerste periode van idealisme, van verliefdheid, sluipt er dikwijls een vervreemding binnen en velen blijven dan met een innerlijke leegte achter. Die leegte moet dan aangevuld worden, door werk, kinderen, hobby, vriendschap, vermaak. Na die eerste periode van verliefdheid en idealisme waarin alles van een leien dakje gaat, moet er iets ingeoefend worden van een diepere, echte liefde. De betuigingen van genegenheid moeten bezield worden, zich laten bezielen door een diepere communicatie, waardoor je nu echt die ander zoekt omwille van hem, van haar, omdat hij het is, een kind van God.

Dat kan alleen God. God verbindt man en vrouw, niet alleen als wetgever, maar het is zijn eigen liefde. En die liefde kan niet ontbonden worden, want die liefde is onvergankelijk trouw.

Het is niet zonder zin dat de woorddienst in elke heilige mis zijn natuurlijk eindpunt heeft in de offerdienst, waarin de Heer zelf Zich openbaart door te geven wat Hij is, niet met woorden, maar met een daad, de daad van zijn Zelfgave. "Hij heeft Zich voor haar overgeleverd (Ef 5,25). Datzelfde doet Hij nu: “Dit is mijn Lichaam voor u." Opdat wij er steeds aan herinnerd worden dat Hij van ons houdt, niet met woorden, maar met de daad en in waarheid. Al zouden wij God loslaten of elkaar, Hij laat ons nooit los. Zijn liefde blijft. Want niet wij hebben Hem uitverkoren, maar Hij ons.