Donderdag in de zevende week
        van het even jaar
   
Eerste lezing: Jakobus 5,1-6  
Evangelie: Marcus 9,41-50


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als iemand u een beker water te drinken geeft omdat gij van Christus zijt,
voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.
Maar als iemand één van deze kleinen die geloven,
aanleiding tot zonde geeft,
het zou beter voor hem zijn
als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp.
Dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven, hak ze af;
het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee handen in de hel te komen, in het onblusbaar vuur.
Geeft uw voet u aanleiding tot zonde, hak hem af;
het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen.
Geeft uw oog u aanleiding tot zonde, ruk het uit,
het is beter voor u met één oog het Rijk Gods binnen te gaan
dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen,
waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.
Iedereen zal met vuur gezouten worden.
Het zout is iets goeds;
maar als het zout zouteloos wordt
waarmee zult ge het dan zijn smaak hergeven?
Hebt zout in uzelf en leeft in vrede met elkaar.”


Homilie

Gisteren: “Wie niet tegen ons is, is met ons" (Mc 9,40). Het gaat om Christus, de Kerk staat open voor iedereen, want zij staat open voor Christus en Christus overschrijdt met zijn liefde alle grenzen, ook de grenzen die mensen zelf tegen Hem opwerpen: "Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten … zoals ook uw Vader in de hemel zijn zon laat opgaan over slechten en goeden, het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Mt 5,44-45). Het gaat om Christus. Christus is de zon van Gods liefde voor goeden en slechten, voor rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Hij heeft een Naam boven alle namen, een supernaam. Als je in zijn Naam iets doet voor een ander, echt alleen omwille van Hem, niet uit beleefdheid, omdat het zo hoort, of omdat je er anders op aangekeken wordt, of om van de ander af te zijn, om verder met rust gelaten te worden, of om in eigen ogen er beter op te komen te staan ('kijk mij eens'), als je iets, hoe gering ook, al was het maar iemand een beker water te drinken geeft, omwille van zijn Naam, omdat hij van Christus is "voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan” (Mt 10,42). “Als iemand u een beker water te drinken geeft omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan."

Loon? Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Kom je later in de hemel? Dat is de voltooiing van het loon. Maar je krijgt dat loon meteen al. Waarmee kan Christus iemand anders belonen dan met Zichzelf? Dat loon is een gevoelde nabijheid van de Heer door zijn Geest. Het gaat toch allemaal om Christus? Samenleven in zijn Naam: "Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden” (Mt 18,20). Aan God iets vragen doen we ook niet zomaar, maar 'in zijn Naam': “Wat gij ook zult vragen in mijn Naam, Ik zal het doen" (Joh 14,13). In Jezus' Naam iets vragen houdt in, dat er bij je vragen een gevoelde nabijheid is van de Heer, want zijn Naam, dat is de Naam, de roep die ervan Hem uitgaat, de geestkracht, dat je door die nabijheid weet dat je dit moet vragen.

Omdat die Naam zo bovenmate belangrijk is, worden er zulke verschrikkelijke straffen in het vooruitzicht gesteld voor wie aan één van deze kleinen die in de Naam van Jezus geloven, aanleiding tot zonde geeft. Als u mensen van Christus afhoudt, zegt Jezus: "Het zou beter voor hem zijn, als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp." Zo belangrijk is Christus voor deze wereld, dat mensen-van-Hem-af-houden zo zwaar moet worden gestraft.
Hoe komen mensen ertoe anderen van Christus af te houden? Wanneer men zijn eigen leven zo belangrijk gaat vinden, wanneer men zich verlaat op zijn eigen rijkdommen, en zo van niemand meer afhankelijk hoeft te zijn, zoals in de eerste lezing wordt gesteld, wanneer iemand wandelt naar de begeerte van het eigen hart. Zo kan van alles je van Hem afhouden: je hand, je voet, je oog, het kan je van Hem afhouden, wat je wilt hebben, de weg die je gaat, dat wat je op het oog hebt.

Het evangelie van vandaag lijkt wel beulswerk. Maar dit beulswerk wordt niet ingezet om er anderen mee af te beulen, maar om je eigen  ongeordendheid in de greep te krijgen, en de eigenzinnigheid waarmee je je losrukt van Hem, van Christus, van de trekkracht van de heilige Geest; om af te komen van je eigenwijsheid die je van Christus in je verwijdert. Je moet zo onthecht zijn, omdat je zo gehecht mag zijn aan Hém.

Ontvang Hem dan vandaag als het kostbaarste van heel de wereld en van heel de wereldgeschiedenis, als de enige waarborg voor de gerechtigheid in deze wereld, voor de toekomst van de wereld en van u zelf.
Wees blij met Hem om wat Hij voor de wereld betekent en ook voor u zelf. Hij heeft alles voor u over gehad, Zichzelf aan de beulen overgeleverd: u bent alles voor Hem, meer nog dan zijn eigen leven: ieder kan, met Paulus, zeggen: "Christus die mij heeft liefgehad en Zich heeft overgeleverd voor mij" (Gal 2,20).
Pas wanneer u werkelijk voor Hem leeft, kunt u de ander aanvaarden zoals Hij u aanvaard heeft, pas dan meet u de ander niet af naar wat hij voor u betekent, naar wat u zelf bent of niet bent, maar gaat u in de ander Christus zien, Christus' uitstraling.
Ontvangt Hem als onderpand van het goddelijk leven, van het goddelijk geduld, van de zelveloze liefde, een leven dat u hier op aarde al mag beginnen en dat in onze omgang met anderen mag uitgroeien tot eeuwig, oneindig hemels leven