Eerste lezing: Sirach 17,1-15
Evangelie: Marcus 10,13-16
Inleiding
Er zijn martelaren te vieren vandaag, nieuwe martelaren die erbij gekomen zijn in de kalender van de heiligen: de heilige Christophorus Magellaen, priester, en zijn gezellen, die in 1927 in een vlaag van vervolging, van onverdraagzaamheid tegenover de christenen in Mexico werden terechtgesteld, terwijl zij Christus beleden als Koning. Zij riepen toen uit: 'Christus Koning!' Dat is wat mensen kunnen zeggen wanneer zij afscheid nemen van deze wereld, dat het koningschap van Christus verder reikt dan deze wereld. Het begint in deze wereld, maar het wordt voltooid in de hemel. Belijden wij dan onze schuld dat wij het koningschap van Christus zo gemakkelijk beperken, dat er zoveel gebieden zijn waar wij zelf koning willen blijven.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd brachten de mensen kinderen bij Jezus
met de bedoeling dat Hij ze zou aanraken.
Maar bars wezen de leerlingen ze af.
Toen Jezus dat zag, zei Hij verontwaardigd:
Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen.
Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods.
Voorwaar, Ik zeg u:
Wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind,
zal er zeker niet binnengaan.
Daarop omarmde Hij ze en zegende hen,
terwijl Hij hun de handen oplegde.
Homilie
Hij vervulde al wat leeft met ontzag voor de mens om hem over dieren en vogels te laten heersen.
Hij gaf hun onderscheidingsvermogen en tong en ogen, oren en een hart om te kunnen denken.
Hij vervulde ze met kennis en verstand; goed en kwaad hield Hij hun voor."
Hier wordt de mens geschetst als de kroon op het werk van Gods schepping, of als het middelpunt daarvan. Maar Hij gaf de mens ook wijsheid, die goddelijke wijsheid die de mens doet inzien dat hij alles wat hij heeft en is, te danken heeft aan God. De mens werd overladen met geschenken, niet zoals liefdeloze ouders hun kinderen verwennen om van ze af te zijn, maar Hij overlaadt ze met geschenken die voortkomen uit zijn Hart, geschenken die de liefde van zijn Hart vertolken. Dat is wat de mens pas echt rijk maakt: de liefde van Gods Hart. De zonde echter bestaat erin dat de mens die gave uitspeelt tegen de Gever. Dat hij aan God gelijk wil worden, zich boven God wil verheffen, niet meer wil ontvangen, maar wil heersen. En dáárin brengt Jezus verandering.
"Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen." Hij laat de mens terugkeren naar zijn oorspronkelijke status, zijn oorspronkelijke waardigheid, en dat is er een van kinderen die begiftigd worden met de liefde van God, bezield door zijn heilige Geest. Zo houdt Jezus het zijn leerlingen voor: "Voorwaar, Ik zeg u: wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan. Word weer ontvankelijk, word weer kind om de gave te ontvangen, maar bovenal de Geest. Daarop omarmde Hij ze en zegende hen terwijl Hij hun de handen oplegde."
Mensen die klein zijn, kunnen, als zij die kleinheid aanvaarden, meer ontvankelijk worden voor de liefde van God. Mensen die ziek zijn, die uit het gewone circuit van de volwassen mensen zijn weggenomen, geïsoleerd zijn, op zichzelf teruggeworpen, zijn meer ontvankelijk voor de liefde van God. Mensen die retraite doen, zich losmaken uit het gewone doen en laten van alledag, om alleen maar te luisteren, stellen zich meer ontvankelijk op tegenover het Woord, tegenover de liefde van God.
Wij mogen, dat wat zich hier in het evangelie voor onze ogen afspeelde, nog eens opnieuw meemaken. "Daarop omarmde Hij ze en zegende hen, terwijl Hij hun de handen oplegde."
Bij de heilige communie ontvangen wij Jezus in onze handen en in ons hart. Als we dat nu eens zó zouden doen zoals bij onze eerste communie: er vol verwachting en vol verlangen voor openstaan, helemaal ontvankelijk, zodat Hij ons helemaal kan vervullen.