Donderdag in de zevende week van Pasen
     HH. Plechelmus, Wiro en Otger, geloofsverkondigers


Eerste lezing: Handelingen 22,30; 23.6-11 [I 240]
Evangelie: Johannes 17,20-26 [I 241]


Inleiding  


Vandaag de gedachtenis van heiligen met wat buitenlands klinkende namen: Wiro, Plechelmus en Otger. Ze komen dan ook uit een andere streek dan de onze. Het zijn Angelsaksische geloofsverkondigers, monniken, navolgers van Patrick, Columba en anderen uit Ierland. Voordat ze hier kwamen, pelgrimeerden ze naar Rome, hetgeen een heilig verlangen was van alle Kelten. Dat deden ze omdat Wiro en Plechelmus tot bisschoppen van Ierse bisdommen waren gekozen en van de paus de wijding wilden ontvangen. En iets later, later dan Willibrord, kwamen ze naar de Lage Landen, waar de wereldlijke heerser Pepijn III van Herstal hun het gebied rond het latere St.Odiliënberg schonk als uitgangspunt voor hun geloofsverkondiging en als rustpunt. Die heerser, de politieke leider Pepijn, pelgrimeerde jaarlijks in de vasten naar St. Odiliënberg, naar zijn geestelijke leider en biechtvader Wiro. Daar herinnert de Pepijnabdij, op de weg tussen Echt en Susteren, nog steeds aan.
Volgens de bekende wereldkroniek van 1480 zou Plechelmus rond het jaar 720 de kerk van Tegelen gesticht hebben. En volgens een andere kroniek wijdde hij de kerk aan Martinus toe en is zij, wat de inwoners van Tegelen maar al te graag horen, de Moederkerk van Venlo geworden. In Tegelen heeft hij een straat, de Plechelmusstraat (hier tegenover de priorij), en op de Oude Munt is er een beeld van hem in de gastenkapel, welwillend neerziend op de gasten. Als het verre verleden en die verre streken door de heiligen zo nabij zijn, wil dat eigenlijk zeggen dat God, die de heiligen maakt, ons zo nabij is.
Maken we ons dan onze onwaardigheid bewust voor een zo grote aanwezigheid en bescherming.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:
“Heilige Vader,
niet voor hen alleen bid Ik
maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven,
opdat zij allen één mogen zijn
zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U;
dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove
dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn
en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden
en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad.
Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt,
met Mij mogen zijn waar Ik ben,
opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,
die Gij Mij gegeven hebt,
daar Gij Mij lief hebt gehad
vóór de grondvesting van de wereld.
Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend,
Ik heb U erkend,
en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.
Uw naam heb Ik hun geopenbaard
en Ik zal dit blijven doen,
opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad
in hen moge zijn en Ik in hen.”

Homilie  

“Opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U: dat zij ook in Ons mogen zijn."
Wat Jezus hier zegt, is moeilijk. Wat zijn dat toch voor moeilijke woorden? Zo eenvoudig als de woorden op zichzelf zijn, zo moeilijk lijkt het te begrijpen wat ze willen uitdrukken. Maar dat is niet omdat wat ermee wordt uitgedrukt moeilijk is, maar omdat het de dingen van het leven betreft. Als je de dingen van het gewone leven in begrippen gaat uitdrukken, dan wórdt het moeilijk. Stel dat iemand gaat uitleggen wat er nu precies gebeurt wanneer twee mensen gaan trouwen. Wat er dan allemaal verandert in de relatie. Ten opzichte van elkaar, van de familieleden, de innerlijke processen die zich afspelen, wat er gebeuren gaat als er nog een kind bij komt en hoe dán de onderlinge verhoudingen veranderen. Als je dat gaat uitdrukken met woorden en begrippen wordt het allereenvoudigste bar ingewikkeld, maar als je het voor je ziet gebeuren is het heel eenvoudig.

Wat hebt u nu zo-even gehoord? Jezus en de Vader hebben iets met elkaar. "Heilige Vader … zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U." Jezus is gewoon wég van de Vader, idolaat van de Vader. De Vader is niet uit het Hart en uit het leven van Jezus weg te denken. Ze zijn gewoon met elkaar verweven. Dat wil zeggen: Jezus en de Vader hebben helemaal niets voor Zichzelf alleen. Ze leiden een leven waarin alles van de één in de ander is, en alles van de ander in de één. Ze hebben geen gedachten, geen gevoelens die ze voor Zichzelf alleen hebben. Ze gaan in elkaar op, maar zonder dat ze in elkaar onder gaan. Ze blijven onderscheiden personen. " … zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U." Dit betekent dat, als zij zo één zijn dat ze in elkaar opgaan zonder dat ze in elkaar ondergaan, de band van de liefde de onderlinge band is. Dat ze steeds opnieuw voor elkaar kiezen, dat het niet iets is van gewoonte of van natuur, maar van vrijheid, van persoon.

Jezus wil ons vandaag meedelen dat Zij zouden willen dat, wat er tussen Hem en de Vader is, ook zo tussen Hen en de mensen is. Dat ook de mensen niets voor zichzelf alleen hebben, geen eigen leven leiden. Bijvoorbeeld: mensen communiceren wel heel veel met Hen, bidden wel regelmatig, komen regelmatig naar de eucharistievieringen, maar daarnaast hebben ze nog een heel eigen leven. Dat wil Hij niet. Hij wil dat alles wat van ons is, ook van Hem is. Dat wij samen met God één leven hebben, één van hart zijn en één in de liefde. "Opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U: dat zij ook in Ons mogen zijn …"

Om tot zo'n eenheid te kunnen komen was het nodig dat Jezus Zich met ons verbond, dat Hij Zich met ons verenigde en dat Hij al onze gedachten, al onze gevoelens, in Zich opnam. Dat is de menswording. Maar die menswording, die vleeswording is voltooid op het kruis, want in de mens was ook de zonde, was ook een tegenbeweging, die zich niet liet opnemen, maar zich uit Jezus' Hart wilde losrukken. Dat gebeurt nog steeds. Zondigen is namelijk dat iemand zich losrukt uit het Hart van Christus, waarin hij ten koste van diens bloed, Jezus' hartenbloed, was opgenomen. Álles heeft Hij ten koste van Zichzelf voor ons gedaan en daardoor zijn wij helemaal in Hem. Als wij zondigen, rukken wij ons niet alleen los uit de eenheid met de Vader, maar ook uit de eenheid met de Zoon, die er álles voor over gehad heeft om ons in Zich op te nemen.

Die dubbele beweging van God in Jezus naar ons toe en van ons uit Jezus weg, is wat wij hier vieren. Maar zeker óók dat die beweging van God naar ons toe, sterker is dan de beweging van ons uit Hem weg. Een tegenstrijdig gebeuren, een dramatisch, een tragisch gebeuren, maar met een goede afloop. De liefde overwint! Zijn trouw is sterker dan onze ontrouw.
Is dat niet waartoe u geroepen bent, om dát te weten, opdat er tenminste sommigen zijn die dit geheim kennen en, voor zover de genade hun dat geeft, hun leven daaraan gelijkvormig maken.