Donderdag in de zevende week van Pasen

Eerste lezing: Handelingen 22,30; 23.6-11  
Evangelie: Johannes 17,20-26


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes


In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:
“Heilige Vader,
niet voor hen alleen bid Ik
maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven,
opdat zij allen één mogen zijn,
zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U;
dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove
dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn
en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden
en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad.
Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt,
met Mij mogen zijn waar Ik ben,
opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,
die Gij Mij gegeven hebt,
daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld.
Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend,
Ik heb U erkend,
en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.
Uw naam heb Ik hun geopenbaard
en Ik zal dit blijven doen,
opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad
in hen moge zijn en Ik in hen.”

Homilie  

Jezus bidt om eenheid, dat allen één zijn. Ze zijn het dus niet. Je bidt niet om wat er al is. Er is geen eenheid, er is verdeeldheid, er is verscheurdheid. De eerste lezing gaf daar een tekenend voorbeeld van en laat zien hoe Paulus daarvan gebruik maakt: verdeel en heers. Laat de verdeeldheid maar eens naar boven komen. De verdeeldheid tussen Farizeeën en Sadduceeën, zij die geloven in de verrijzenis, en zij die daar niet in geloven, laat hun verdeeldheid maar eens aan het licht komen, laten ze zich dat maar eens bewust maken.

Hoe ga je om met verdeeldheid? Hoe gaat Jezus om met verdeeldheid? Hij weet niets beters te doen dan ervoor te bidden. Jezus bidt dat ze één mogen zijn. Jezus weet dat de Vader Hem zal verhoren en ook wij weten dat wij krijgen wat wij vragen. Maar wat laat de verhoring lang op zich wachten! Wat moeten wij een geduld oefenen! Ook Jezus moest geduld oefenen. Patientia, geduld. Daar zit het woord 'pati' in, lijden. Zijn geduld openbaarde zich in een weergaloos lijden. Zijn bidden voor de eenheid is eigenlijk niets anders dan een lijden aan het gebrek aan eenheid, lijden aan de verdeeldheid.

Dat is eigenlijk met alle verlangens zo. Alle heilige verlangens, het uitzien naar God, brengen lijden met zich mee. Je hebt het en je verlangt ernaar, je hebt het dus ook niet. Dat hebben op de wijze van het verlangen, en het nog niet hebben, omdat het toch een verlangen is, geeft een verscheurende pijn. Dat betekent tegelijkertijd dat wij, als wij die pijn geduldig verdragen, op die manier afsterven aan alle zelfgemaakte eenheid, aan alle eigenmachtige pogingen om eenheid tot stand te brengen via diplomatie, politiek, gezelligheid of culturele eenheidsbelevingen. Dat zijn noodzakelijke middelen, die er zeker mogen zijn, maar waarop men nooit zijn vertrouwen kan stellen.

Uiteindelijke brengen die dingen niet de vrede tot stand, niet de echte eenheid die stand houdt. De echte eenheid die stand houdt, is de eenheid die van Godswege geschapen wordt, die ons geschonken wordt. Dat is een geest van eenheid, een heilige Geest, zoals die op Pinksteren, wat we aanstaande zondag zullen vieren, onder de mensen wordt gebracht. De toren van Babel, dat is een zelfgemaakte poging, een eigenmachtige poging tot eenheid. Pinksteren is een goddelijke poging tot eenheid. Het gaat van boven naar beneden, terwijl mensen van beneden naar boven werken.

Dat moeten we dus eigenlijk in iedere eucharistie doen, eenheid vieren, een eenheid van Godswege. Jezus is degene die ons hier verenigt in de communio, de communie. Dat betekent dat je moet afsterven aan alle vormen van eenheid maken. Dat betekent ook dat je het goed vindt dat het niet lukt, dat geen enkele poging slaagt, dat je je daarbij neerlegt, om dan Hem de ruimte te geven de eenheid, die wij zelf niet kunnen maken, van zijn kant te scheppen.