Heilige Augustinus van Canterbury, bisschop
Eerste lezing: 1 Petrus 1,10-16 [III 87]
Evangelie: Marcus 10,28-31 [III 88]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd nam Petrus het woord en zei:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.
Jezus antwoordde:
Voorwaar, Ik zeg u:
er is niemand die huis, broers, zusters,
moeder, vader, kinderen of akkers
om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven,
of hij ontvangt nu, in deze tijd,
het honderdvoud aan huizen, broers, zusters,
moeders, kinderen en akkers,
zij het ook gepaard met vervolgingen,
en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
Veel eersten zullen laatsten en veel laatsten zullen eersten zijn.
Homilie
Dit zijn geheimen waarin zelfs engelen verlangen door te dringen", zegt Petrus in de eerste lezing. Hoe je rijk kunt zijn als je alles eraan hebt gegeven. Hoe je een schat in de hemel kunt hebben en er op aarde blij mee bent, je er rijk mee voelt. Je hebt stapels geld, maar ze zijn in valuta van een ander land en je kunt er in je eigen land niets mee beginnen. Zo klinkt ons dat 'blij zijn met een schat in de hemel' in de oren.
In het evangelie horen we hoe Petrus dan ook om uitleg vraagt. "Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen." Hoe zit dat dan met die schat in de hemel? U vroeg aan die rijke man om alles prijs te geven, zijn bezit te verkopen, het geld aan de armen te geven en: "Kom dan terug om Mij te volgen. Nu, wij hebben dat gedaan. En het antwoord van Jezus is: Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om Mij of de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud. De benaming broeders en zusters slaat in de taal van het evangelie in de eerste plaats op de 'familia Dei', het gezin van God, op de medegelovigen, die worden broers en zusters genoemd. Voorwaar, Ik zeg u er is niemand die huis, broers, zusters, enzovoort", als je die omwille van Hem en de Blijde Boodschap loslaat, van binnenuit loslaat, dat kan op elk ogenblik gebeuren, je zoekt niet hun nabijheid, hun troost, hun gezelschap, hun aandacht, dán komt het geheim dat zelfs engelen willen doorgronden, dan krijg je de troost van de heilige Geest. Dat is de schat in de hemel. Dan krijg je Gods aandacht. Dat is het honderdvoud. Dat geeft een blijdschap, waarbij de blijdschap die je bij mensen kunt vinden, niet in de schaduw kan staan, waarbij de dingen van deze wereld, van mensen, zoals geborgenheid van je medemensen, niet in de schaduw kunnen staan.
Hoe kan dat nu? De mens is een merkwaardig wezen, je zou hem kunnen vergelijken met een kleine mogendheid. Overal stoot een kleine mogendheid op de grenzen van zijn macht en van zijn kunnen. Hij is meer grens dan dat hijzelf iets is, en dat is heel bedreigend. Hij kan zomaar worden opgeslokt door zijn grote buren, door vijandige machten, die hem zomaar onder de voet kunnen lopen. Maar als die kleine mogendheid nu wordt omringd door goede buren, door bondgenoten, dan heeft hij niets te vrezen, dan voelt hij zich in zijn kleinheid sterk, niet uit eigen kracht, maar uit de kracht van het verbond, geallieerden noemen wij dat. Zo is de mens een heel kleine mogendheid, maar hij wordt aan alle kanten door Gods lommer omringd, zoals we zongen, door zijn schaduw, zijn geborgenheid. Die kun je krijgen, die kun je ook voelen, als je tenminste je eigen kracht loslaat, als je niet steunt op jezelf, op je menselijke mogelijkheden, maar je vertrouwen stelt op je verbondspartner, op God.
Ook in de eucharistie worden we altijd geconfronteerd met dat grote geheim dat de profeten hebben voorspeld, niet voor zichzelf, maar voor ons die leven in deze tijd, "al het lijden dat over Christus zou komen en de daarop volgende verheerlijking." Jezus heeft ze los van elkaar beleefd. De verheerlijking volgde op zijn lijden, maar ons wordt geopenbaard en ons wordt ook geschonken, zoals heel de sfeer van de eucharistie ook te kennen geeft: ín het lijden, ín het geven. Daarin wordt ons de troost, de schat in de hemel, het honderdvoud geschonken.