Maria op zaterdag
Eerste lezing: Judas 17,20b-25
Evangelie: Marcus 11,27-33
Inleiding
Maria op zaterdag, de ingang naar de zondag, naar de dag van de Heer, als de ingang naar Jezus. Ze staat aan onze kant. Door haar komen wij gemakkelijker bij Jezus. Door Maria naar Jezus! Van de andere kant staat zij heel erg ver van ons af. Zij, de onbevlekte, wij, met zonden beladen, zondig tot in de wortel. Zij is gevrijwaard van de zonde van Adam.
Belijden wij dan eerst onze schuld, dat wij er te weinig op vertrouwen dat de zonde niet de overmacht heeft, maar de zuiverheid, de reinheid, de genade.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd kwam Jezus met zijn leerlingen in Jeruzalem.
Terwijl Hij rondwandelde op het tempelplein,
traden de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten op Hem toe
en vroegen hem:
Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen?
En wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven?
Jezus antwoordde:
Ik zal u één enkele vraag stellen
en als gij Mij daar antwoord op geeft,
zal Ik u op mijn beurt zeggen
krachtens welke bevoegdheid Ik dit alles doe.
Het doopsel van Johannes, kwam dat van de hemel of van de mensen?
Geeft Mij daar een antwoord op.
Zij beraadslaagden onder elkaar:
Als wij zeggen: van de hemel, dan zal Hij antwoorden:
Waarom hebt gij hem dan geen geloof geschonken?
Maar zeggen we: van de mensen? ...
Zij waren bang voor het volk,
want iedereen hield Johannes voor een profeet.
Zij gaven Jezus dus ten antwoord:
Wij weten het niet.
Toen zei Jezus tot hen:
Dan zeg Ik u evenmin krachtens welke bevoegdheid Ik zo handel.
Homilie
Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen?" Wat deed Jezus dan? Kopers en verkopers van het tempelplein afjagen. De tafels van de geldwisselaars omver werpen. Stoeltjes van de duivenverkopers omver werpen. Verbieden om iets over het tempelplein te dragen. Welke bevoegdheid? Van wie heb je de volmacht? Jezus heeft alle macht. "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde (Mt 28,18), Jezus spreekt als iemand die volmacht heeft, die gezag heeft. Hij sprak niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag heeft (Mc 1,22). Hij zegt: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u." Of gewoon: Maar Ik zeg u. Het is waar omdat Hij het zegt. Zijn Ik. Er zit dus een inwendige zekerheid achter, een inwendige macht, de macht van de heilige Geest.
De schriftgeleerden en Farizeeën, de hogepriesters, hebben die zekerheid niet. Die zijn bang voor het volk en daarom durven ze geen getuigenis af te leggen. Dat is een menselijke zekerheid, gebouwd op menselijke kracht. Natuurlijk mag Hij dat doen. "Aan Hem, de enige God die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, aan Hem zij de heerlijkheid, majesteit, kracht en macht", zo staat dat vandaag in de brief van Judas. Maar als Hij nu zoiets doet in je eigen hart? Als Hij daar nu eens ontmaskert hoe je daar marchandeert met het goede geweten. Als Hij zomaar je verborgen eigenliefde blootlegt, je laat zien hoe je werkelijk bent en onverbiddelijk je armzaligheid toont. Dan mag Hij dat doen door de heilige Geest. En jij mag dat aannemen door de heilige Geest. Dat Hij je overtuigt, ook tegen je eigen gevoelens in, kan alleen maar door de macht van de heilige Geest.
Zo'n inwendige tempelreiniging kan allerlei vormen aannemen. Als we zorgen hebben, kan Hij ons op een gegeven ogenblik zeggen: Weest niet bezorgd. Ik ben er toch. Ik heb zorg voor u. Of als wij ons moeten haasten om met ons werk klaar te komen, kan Hij onze bedrijvigheid ineens stilleggen door ons erop te wijzen, dat wij die innerlijke bedrijvigheid moeten staken, dat het erom gaat de vele dingen in rust te doen. En zo in het gebed. Wij maken een fout, of weten wij ons een en al fouten, en kunnen daarin vastzitten aan onszelf. Dan kan Hij in een soort innerlijke tempelreiniging ons ervan overtuigen dat wij alles van Hem moeten verwachten. Wij stoten op onze grenzen, op ons onvermogen, en Hij zegt: het gaat er niet om volmaakt te worden, maar om eerst het fundament te leggen, dat je groeit in deemoed, in nederigheid, dat je eerst je zwakheden aanneemt.
Zo kan Jezus de hele dag, van de vroege morgen tot de late avond, bezig zijn de tempel van ons hart te reinigen. Want daar gaat het in het christelijk leven toch om? Niet om het goede gedrag, maar om een goed hart, de zuiverheid van hart. Alle gelegenheden in het gewone leven buit Hij uit om ons daarin voortgang te laten maken. Een smetteloze hostie, hier in aanbidding altijd uitgesteld, dat is wat Hij doet aan de binnenkant van ons eigen hart. Ons hart zo smetteloos wit, rein maken.