Eerste lezing: 1 Petrus 1,10-16
Evangelie: Marcus 10,28-31
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd nam Petrus het woord en zei:
Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.
Jezus antwoordde:
Voorwaar, Ik zeg u:
er is niemand die huis, broers, zusters,
moeder, vader, kinderen of akkers
om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven,
of hij ontvangt nu, in deze tijd,
het honderdvoud aan huizen, broers, zusters,
moeders, kinderen en akkers,
zij het ook gepaard met vervolgingen,
en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
Veel eersten zullen laatsten en veel laatsten zullen eersten zijn.
Homilie
In het evangelie van gisteren (dat we niet gelezen hebben vanwege Pinkstermaandag) werd de rijke jongeman door Jezus geconfronteerd met de eis: verkoop alles wat je bezit (Mc 10,21). Hij kreeg van Jezus te horen wat hij allemaal moet doen om Hem te volgen en het eeuwige leven te verwerven. Jezus somde de voorwaarden op: onderhoud de geboden, niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen, niet vals getuigen, niemand te kort doen, vader en moeder eren. Vandaag krijgen we te horen wat Jezus doet en wat de beloning is als je alles verkoopt wat je bezit. "Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen", zegt Petrus namens de andere leerlingen, dus wat krijgen we dan? Als je dat doet, krijg je het eeuwige leven. Maar als je daarbij nog alles verkoopt wat je bezit en dat aan de armen geeft, dan zul je een schat in de hemel bezitten (Mc 10,21). Dan ontvang je het echte leven, het echte geluk, roestvrij geluk waar geen mot bij kan, dat geen dief kan roven.
Dat geluk is een bestendig geluk. Het is dus een ander soort geluk dan het geluk dat verbonden is met de tijdelijke goederen. Dit geluk geeft een onuitsprekelijke blijdschap. Zover als de aardse schepselen onderdoen voor de Schepper, zover blijft de aardse blijdschap om het bezit van iets achter bij de blijdschap omwille van Jezus en de Blijde Boodschap. Benedictus getuigt van die blijdschap in zijn regel: 'Laat je niet aanstonds afschrikken en ontvlucht niet omwille van de moeilijkheden de weg van het heil, die aanvankelijk altijd nauw is. Naarmate men echter voortgang maakt in het monniksleven en in het geloof, verruimt zich het hart en snelt men met een onuitsprekelijk blijde liefde voort langs de weg van Gods geboden.'
We lijken hier wel de psalmist van psalm 119 te horen. Die kan ook maar niet ophouden te getuigen van zijn blijdschap over Gods geboden. Het is voor hem puur genieten, wat geeft hem dat een vreugde!
Jezus zegt vandaag: Wie allen en alles "heeft prijsgegeven om Mij en de Blijde Boodschap ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud van dat alles en in de toekomstige wereld het eeuwige leven. Wat zou dat honderdvoud nu anders kunnen zijn dan die schat in de hemel, die schat in de akker van je hart. Toen iemand hem (de schat in de akker) vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker" (Mt 13,44).
Wat nu als iemand niet geroepen is, als iemand nooit akkers heeft gehad, nooit iets heeft bezeten dat hij kon prijsgeven. Is er voor hem ook het honderdvoud? Zeker, juist met het oog op deze mensen spreekt Jezus dit 'voorwaar': "Voorwaar, Ik zeg u." Er zijn zoveel mensen met niks, mensen van niks op deze wereld, dat Jezus ook zelf een mens van niks heeft willen zijn en ook zijn leerlingen heeft gevraagd het niet beter te willen hebben en niet beter te willen zijn dan Hij.
Als je niet geroepen bent om los te laten omdat je in feite niets hebt, hoe krijg je dan het geluk? Dat krijg je door je te laten roepen door Hem die gezegd heeft: 'Zalig de armen van geest, zalig die vervolgd worden, zalig die vergeven, zalig de barmhartigen' (vgl. Mt 5). Dat is je overkomen, daarom: laat je roepen tot wat je is overkomen, laat de zachte stem van Jezus klinken in je hart.