Heilige Vader Benedictus, abt
                                             Patroon van Europa
                                                 (eigen lezingen)



Eerste lezing: Spreuken 2,1-9
Tweede lezing: Kolossenzen 3,12-17
Evangelie: Lucas 22,24-27


Inleiding    
     

Benedictus beschrijft in zijn Regel het gemeenschapsleven en kluizenaarsleven als twee opeenvolgende fasen, eerst het cenobitische gemeenschapsleven en daarna het kluizenaarsleven. Maar Benedictus zelf begon als kluizenaar, hij heeft de eerste klas overgeslagen. Om het een beetje scherp te stellen: zelf is Benedictus nooit Benedictijn geweest in die zin dat hij, zoals hij het in zijn regel stelt, onder een regel en een abt heeft gediend. Maar hij is als kluizenaar leermeester geworden van velen, die hij zelf voorleefde en voorging als abt. Benedictus is monnik, dat is eenling, maar met zo'n sterke aantrekkingskracht dat hij school maakte en er om hem heen gemeenschapsleven ontstond, een gemeenschap van monniken, eenlingen, om met de steun van de gemeenschap als monnik geschoold te worden. De gemeenschap is er om te helpen steeds meer monnik te worden, steeds meer eenling te worden. Dat is een strijd, zoals Benedictus het in zijn Proloog, het voorwoord op zijn Regel, zegt: 'Laten wij dan ons hart en lichaam toerusten voor de strijd.' En dat is een strijd met jezelf, niet met elkaar, zoals het evangelie vandaag laat zien: "Ze hadden een woordenwisseling", ze hadden een strijd, een twist over wie de grootste was, wie er de lakens uitdeelde. Stof voor gewetensonderzoek, voor schuldbelijdenis, dat wij de wet van het evangelie, de wet van de vrijheid: 'niet heersen maar dienen', niet hebben onderhouden. Zoals Jezus, die onder ons is als Iemand die dient. Hij bedient ons met zijn woord, met zijn zelfgave.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Lucas


In die tijd ontstond er twist onder hen
wie van hen wel de voornaamste mocht zijn.
Maar Jezus sprak tot hen:
“De koningen van de volkeren oefenen heerschappij over hen uit
en hun machthebbers laten zich weldoeners noemen.
Zo moet gij niet doen,
maar wie onder u de voornaamste is, moet als de jongste wezen,
en wie bevelen geeft als iemand die dient.
Wie is immers de grootste: die aanligt of bedient?
Niet hij die aanligt?
Welnu, Ik ben onder u als degene die bedient.
Gij zijt het die trouw zijt gebleven in mijn beproevingen.
En Ik verleen u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend,
om in mijn koninkrijk aan mijn tafel te eten en te drinken
en op tronen te zetelen
en de twaalf stammen van Israël te oordelen.”

Homilie      

“In die tijd ontstond er twist onder hen
(de leerlingen) wie van hen wel de voornaamste mocht zijn." Waarom nu dit evangelie gekozen bij een heilige als Benedictus die een regel heeft geschreven voor monniken die willen leven onder een regel en een abt, die een gemeenschappelijk leven willen leven, die de steun wensen te hebben van een gemeenschap? Waarom nu een evangelie over twistzoekers,  ruziemakers, sfeerbedervers die roet in het eten gooien, en dan nog wel bij het Laatste Avondmaal?

Op de eerste plaats om te laten zien hoe wij, mensen, zijn. Het evangelie wordt ons niet voorgehouden om ons te laten weten hoe die leerlingen zijn, maar de leerlingen leren ons hoe wíj zijn. Wij allemaal. De leerlingen zijn zoals de mensen. De mensen hebben er moeite mee om gewoon te zijn, net als de anderen, gelijk, om allemaal hetzelfde behandeld te worden, als een van de velen, eentje in de rij. Als iemand zegt: 'ik woon daar en daar', en hij voegt eraan toe: 'in een rijtjeshuis', doet hij dat altijd met een zekere schaamte, zomaar een woning tussen de andere. Mensen willen méér zijn, boven de anderen uitsteken, iets bijzonders zijn, in een gezelschap de voornaamste plaats krijgen, groter zijn. Kortom, mensen willen eer, aanzien, met onderscheiding behandeld worden.

Eer en aanzien zijn geweldige krachten, het zijn waarden waar ieder mensenhart gevoelig voor is, waar elke mens door te motiveren is. Als je iemand belooft: 'als je dit of dat doet, krijg je een hogere plaats, krijg je meer aanzien', dan zet hij alles opzij, dan gaat hij nog harder lopen, nog harder fietsen, nog harder dit, nog sneller dat, nog langer op een paal zitten, nog langer levend begraven zijn, of wat voor vorm van recordjagerij dan ook. Daar is een heel boek van, 'The book of Records'. Dat wordt ieder jaar opnieuw uitgegeven en ieder jaar blijken er weer hele volksstammen mensen te zijn geweest die het de moeite waard vonden een of ander record te verbeteren, om zo een plaatsje in het Book of Records te veroveren, een heel leger van eerzuchtigen. Maar omdat iedereen daartoe gemotiveerd wordt, ontstaat er onenigheid, twist.

"Er ontstond twist onder de leerlingen wie van hen wel de voornaamste mocht zijn." En terwijl de ruzie in volle gang was, de emoties hoog oplaaiden, trok Jezus Zich stilletjes terug, ging naar achteren waar de dingen te vinden waren die nodig zijn voor een maaltijd, vond daar een kom, vulde die met water, bond Zich een linnen doek om, en kwam zo, uitgedost als een slaaf, bij de totaal verbijsterde en beschaamde leerlingen en begon hen een voor een de voeten te wassen. Een onvergetelijke preek, niet met woorden, maar met een handeling, een profetische handeling.

En dan volgt de les, het praatje bij het plaatje, de woorden bij het schouwspel dat ze zo-even gezien hadden: Jezus' vrijwillige zelfvernedering, en die luidt dit keer: "De koningen van de volkeren oefenen heerschappij over hen uit en hun machthebbers laten zich 'weldoeners' noemen. - Dat was een officiële titel - Zo moet gij niet doen. Maar wie onder u de voornaamste wil zijn moet als de jongste wezen, en wie bevelen geeft moet zijn als iemand die dient. Wie is immers de grootste? Hij die aanligt of die bedient. Is hij het niet die aanligt? Welnu, Ik ben onder u als degene die bedient", en wel met voeten wassen.

Misschien is het wel meer gebeurd dat Jezus insprong, wanneer Hij merkte dat een of andere leerling, of verschillende leerlingen, zich onttrokken aan een wat mindere taak bij het samen eten en het samen optrekken, dat Hij dan diende, terwijl Hij niet hoefde te dienen omdat Hij als de Meester meteen mocht aanliggen. Kortom: nederig zijn. Je onderschikken in je gedachten en in je gedrag. Daar heeft Benedictus een heel hoofdstuk van zijn Regel aan gewijd, het zevende hoofdstuk. Hij laat daar een samenvatting aan voorafgaan: 'In dit leven ga je omhoog door omlaag te gaan, en ga je omlaag door omhoog te gaan.' Dat laatste zeggen wij ook wel eens: 'Hoogmoed komt ten val'. Zelfverheffing leidt tot vernedering. Jezus zegt het verschillende malen in het evangelie van Lucas: "Al wie zichzelf verheft, zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden" (Lc 14,11; 18,14).
 
Dat is wat Benedictus vraagt van zijn monniken, dat zij wedijveren in eerbied voor elkaar. Ze moeten dus ruzie maken om de mindere te mogen zijn. Ze moeten elkaars zwakheden, lichamelijke en morele, met het grootste geduld verdragen. Om strijd moeten ze elkaar gehoorzaamheid betonen. Dus niet strijden om de grootste te zijn, maar om de minste te willen zijn, om zich door anderen te laten gezeggen. Een kleine gedachte hebben van jezelf, een kleine plaats willen hebben, de mindere plaats. Dat leer je, zo'n mentaliteit wordt je eigen, door vernederingen, door het realistische onderwijs dat je in het leven te beurt valt. Maar het valt je ook ten deel in het sacrament. Want wat is het sacrament dat wij nu vieren anders dan dat wij worden verenigd met Jezus, die Zichzelf vernedert? Door ons met Hem te laten verenigen, wordt zijn zelfvernedering ook ons deel. "Leert van Mij, Ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (Mt 11,29).