Heilige Jacobus, apostel
                                                   (eigen lezingen)




Eerste lezing: 2 Korintiërs 4,7-15  
Evangelie: Matteüs 20,20-28

Inleiding    

Jakobus in zijn eentje. In het evangelie zijn ze altijd met zijn tweeën: Jakobus én Johannes. Samen worden zij geroepen, Jezus neemt hen beiden mee de berg van de gedaanteverandering op, samen zijn zij in de Hof van Olijven. Ook in het evangelie zijn ze vandaag samen, Johannes en Jakobus, om samen met hun moeder de ereplaatsen te veroveren links en rechts naast Jezus' troon van glorie. Toch wordt Jakobus vandaag alleen gevierd, niet samen met zijn lotgenoot en broeder Johannes. Hoezeer we ook samen zijn in het menszijn, in de gemeenschap, in het werk, in de familie, door de banden van bloed met elkaar verbonden, voor Jezus zijn wij uniek. Deze ene! Zoals ook wij hier staan in gemeenschap en toch ieder los van de ander. Met wortels tot in de diepte, tot in de grond van ons bestaan, zijn uitverkiezing, zijn persoonlijke liefde.
Belijden wij dan eerst onze schuld om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd trad de moeder van de zonen van Zebedeüs samen met hen op Jezus toe
en wierp zich voor zijn voeten om Hem iets te vragen.
Hij sprak tot haar: “Wat verlangt ge?”
Ze antwoordde Hem:
“Laat deze twee jongens van mij in uw Koninkrijk zitten
een aan uw rechter- en een aan uw linkerhand.”
Maar Jezus antwoordde:
“Ge weet niet wat ge vraagt.
Zijt ge in staat de beker te drinken die Ik ga drinken?”
Ze zeiden Hem: “Ja dat kunnen wij.”
Hij sprak:
“Inderdaad, mijn beker zult ge drinken,
maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand,
omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie mijn Vader dat heeft bereid.”
Toen de tien anderen dit hoorden, werden zij kwaad op de beide broers.
Jezus echter riep hen bij Zich en sprak:
“Gij weet, dat de heersers der volkeren hen met ijzeren vuist regeren
en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.
Dit mag bij u niet het geval zijn.
Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn.
En wie onder u de eerste wil zijn, moet slaaf van u wezen.
Zo is ook de Mensenzoon niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen
en zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

Homilie      

“De moeder van de zonen van Zebedeüs trad samen met hen op Jezus toe."
Eén van die zonen, Jakobus, is de heilige van vandaag. Het is niet zonder reden dat de tien anderen kwaad werden op de beide broers. Want niet alleen hun moeder is bezig aan de wedloop naar de top. Wat verlangen ze? In uw Koninkrijk één aan uw rechter- en één aan uw linkerhand. De beste plaatsen. Reserveer voor ons de beste plaatsen. En wat zijn de beste plaatsen? Wat zijn de beste plaatsen bij Jezus? Wat is eigenlijk Jezus' plaats? "De Mensenzoon - Hij geeft zelf het antwoord - de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen."

U kunt het hier voor u zien. Hij komt hier niet om aan tafel bediend te worden, maar om te dienen. Om u te dienen. Het is in deze gemeenschap gebruik dat niet u naar de priester komt om de heilige communie te ontvangen, maar dat de priester naar u toekomt. Dat is Jezus die bij u komt. U laat zich door Hem bedienen. Precies wat Jezus zegt. Nu heeft men daar soms verkeerde gevoelens bij. Sommige zusters benijden de zusters die worden uitgekozen om de kelk met het heilig Bloed aan hun medezusters te mogen aanreiken. Maar dan krijgen zij, die de dienst niet mogen bewijzen, juist de ereplaats, de ereplaats van het bediend wórden, het beste deel. Het beste deel dat de Vader voor u in petto heeft, in het hart draagt, is dat u wordt bediend, niet zomaar met spijzen, u wordt bediend met zijn Lichaam en zijn Bloed, waarvan Hij zelf zegt: "De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen." Zijn dienst bestaat erin dat Hij zijn leven geeft. En uw bediend worden bestaat erin, dat u bediend wordt van zijn leven. Ontvang Hem dan hier ten leven. Laat u bedienen van zijn heilig Lichaam en Bloed. Als u de beste plaatsen wilt, de beste plaats is: met Hem uw leven geven.

De martelaar van vandaag deed dat met zijn bloed, hij deed dat door te sterven. U mag het doen door voor Hem te leven, door een verstorven leven. Zoals sint Paulus in de eerste lezing zei: door altijd het sterven van Jezus in uw lichaam te dragen. De martelaar stierf door het zwaard. U mag sterven, om met een heilige te spreken, aan speldenprikken. Zoek dus in uw leven de plaats waar u het meeste dient, of waar u het meeste sterft. Dat is gewoonlijk niet de plaats die men zelf heeft uitgezocht, niet de plaats waar iemand het liefst zou willen dienen, maar het is vaak de plaats die u wordt aangewezen. Dat overkomt je.

Zo ging het tenminste ook in het evangelie. Naast Jezus aan het kruis waren twee plaatsen vrij, een plaats rechts en een plaats links. Dat waren de beste plaatsen. En door wie werden die plaatsen ingenomen? Door twee moordenaars. Nu gaat het er niet zozeer om wie dat dan wel waren, maar het gaat er vooral om wie het niet waren. Dat waren niet Johannes en Jakobus. Die waren gevlucht, die hadden die ereplaatsen kunnen innemen, als ze niet waren gevlucht. Niet bij Jezus zijn, niet op zijn plaats zijn, dat is eigenlijk zonde.

Hoe is Jakobus dan, na zijn ereplaats te hebben misgelopen doordat hij de benen nam, toch nog aan zo'n goede plaats gekomen, de plaats waarom wij hem vandaag eren met een rood gewaad? Jezus geeft weer het antwoord: "Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken? En ze antwoordden: Ja, dat kunnen wij. Hij sprak: Inderdaad, mijn beker zult gij drinken, maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie mijn Vader dat bereid heeft.” Er worden in het evangelie dikwijls vragen gesteld. Allerlei vragen. “Zijn het er velen die gered worden?" (vgl. Lc 13,23). En zo nog allerlei andere vragen. Er zijn zoveel vragen waarop Jezus geen antwoord geeft. Er zijn zoveel vragen waarvan Hij vindt: ach, daar moet je niet zo mee bezig zijn. Laat dat nu maar aan je Vader in de hemel over. Die ereplaats, die eer, dat is de inwendige eer, niet de eer van de mensen. En nu zegt Hij: Wees nu niet zo bezig met die ereplaatsen, met die eer. Laat dat nu maar aan je Vader over. Maar drink de beker.

Tussen Jakobus' vlucht en zijn martelaarschap ligt de bekering, en tussen hun eerzucht, waarover het evangelie vandaag spreekt, en onze verering nu ligt de beker van de eucharistie. Ze hadden de beker niet samen met Jezus in de Hof van Olijven gedronken. Toen lagen ze te slapen. Zo hebben zij die eerste plaats gemist. Maar door eerst de beker te drinken van Jezus' lijden in de eucharistie zijn ze tenslotte ertoe gekomen hun leven te geven, hun bloed te geven. Dus als u straks uw lippen zet aan de kelk met zijn Bloed, doet u eigenlijk niets anders dan uw leven dopen in zijn lijden, in zijn lijdensbereid hart, in zijn verlangen om te sterven, in zijn verlangen zijn leven te geven voor anderen. En dat gaat samen met zijn Lichaam door uw leven heen, door uw lichaam heen, door uw hart, zodat u hetzelfde doet. De laatste plaats, een plaats om te dienen, een plaats om te sterven. Dat is de plaats die Hij heeft ingenomen en waartoe Hij u door de dag steeds opnieuw zal uitnodigen.