Heilige Jozef, bruidegom van Maria
(eigen lezingen)
Eerste lezing: 2 Samuël 7,4-5a.12-14a.16
Tweede lezing: Romeinen 4,13.16-18.22
Evangelie: Matteüs 1,16.18-21.24a
Inleiding
Vandaag vieren we het feest van de heilige Jozef, bruidegom van de heilige maagd Maria, voedstervader van Jezus en beschermheer van uw Instituut, want zoals Jozef de taak kreeg toevertrouwd Jezus, Gods eigen Zoon, te beschermen, te behoeden, op te voeden en groot te brengen hier op aarde, zo is ook aan de zusters, aan deze communiteit de taak toevertrouwd Gods aanwezigheid hier op aarde te beschermen, te eerbiedigen, te aanbidden en eerherstel te brengen. Daarom wordt Jozef ook wel Justus genoemd, de rechtvaardige, omdat Hij rechtvaardig is op de wijze van zijn Vader in de hemel, namelijk: goed voor de slechten. Eerherstel brengen betekent: het kwade van de mensen niet straffen maar dragen, dulden en vergeven.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
Jakob was de vader van Jozef, de man van Maria,
en uit haar werd geboren Jezus die Christus genoemd wordt.
De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze.
Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef,
bleek zij voordat ze gingen samenwonen, zwanger van de heilige Geest.
Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was
en haar niet in opspraak wilde brengen,
dacht hij er over in stilte van haar te scheiden.
Terwijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom
een engel van de Heer die tot hem sprak:
Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw,
tot u te nemen;
het kind in haar schoot is van de heilige Geest.
Ze zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen,
want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.
Ontwaakt uit de slaap deed Jozef
zoals de engel van de Heer hem bevolen had.
Homilie
Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was." Hij was rechtvaardig. Dat klinkt ons niet zo aangenaam in de oren. In de beurtzangen van het brevier wordt Jozef steeds de rechtvaardige genoemd. 'De rechtvaardige zal ontluiken als een lelie en hij zal eeuwig bloeien voor de Heer.' In de intredezang hoorden we: 'Justus ut palma florebit - de rechtvaardige zal bloeien als een palmboom.'
Maar in de Schrift, met name in de schriftuur van het Nieuwe Verbond, staat de rechtvaardigheid niet op zo'n gewaardeerd plan. Jezus vertelt de parabel van de Farizeeër en de tollenaar "met het oog op sommigen, die overtuigd van eigen gerechtigheid, de anderen minachten. En de Schrift kent rechtvaardigen die Jezus niet is komen roepen. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars" (Mt 9,13).
Is dat ook niet de zending van de Zoon zoals het zo-even werd voorgelezen? "Zij zal een Zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden." De rechtvaardigen van het evangelie zijn niet gerechtvaardigd door eigen werk, maar ze zijn door het werk van Gods goedheid rechtvaardig gemáákt. Jezus roept 'wee' uit over die andere rechtvaardigheid, die harde, kille rechtvaardigheid van de stipte, maar liefdeloze Farizeeën. Het zijn huichelaars die tienden betalen van munt, kruid, anijs en komijn, maar die nalatig zijn in het voornaamste deel van de wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw.
Het recht dat Jezus prijst, de rechtvaardigheid die Hij hoog heeft, bestaat vooral in het voornaamste deel van de wet: barmhartigheid en trouw. De rechtvaardigheid van Sint Jozef was niet zomaar een rechtvaardige, zijn rechtvaardigheid bestond er niet in dat hij goed, goed noemde en kwaad, kwaad, maar dat hij leefde in een houding van goedheid die doorgaat als de ander hem teleurstelt. Want Maria stelde hem teleur. Ze waren met elkaar verloofd, ze hadden elkaar het jawoord gegeven, ze hadden recht op de liefde en de trouw van de ander en voordat ze gingen samenwonen, wat de volgende stap was, bleek zij zwanger. Van wie? Dat wist sint Jozef niet. Maar op overspel stond de doodstraf. Zoals bij die overspelige vrouw in het evangelie. "Nu heeft Mozes ons in de wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij daarvan? (Joh 8,5) Wat moest Jozef daar niet van denken? En nu komt het: omdat hij rechtschapen was, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden om haar niet in opspraak te brengen."
Jozef was niet rechtschapen in de harde zin van het woord, de harde rechtvaardigheid van het kille hart van de rechtvaardige Farizeeën. Zo'n soort rechtvaardigheid zou hem er juist toe gebracht hebben haar wél in opspraak te brengen. Hij had kunnen denken: ze is mij ontrouw geworden, zij verdient de straf die daar op staat. Maar Jozef heet rechtvaardig omdat hij lief had en trouw bleef aan die liefde, ook toen zij hem teleurstelde.
Wij roepen de heilige Jozef terecht aan in de litanie als zeer rechtvaardige Jozef, want het recht waaraan sint Jozef zich hield was het recht van de liefde. Door op deze manier rechtvaardig te zijn, heeft hij tegenover Maria Gods eigen rechtvaardigheid hier op aarde tegenwoordig gesteld. Want Gods rechtvaardigheid is geen kille rechtvaardigheid van 'boontje komt om zijn loontje', fout is fout en fouten moeten gestraft worden, zonder aanzien des persoons. Maria is ontrouw geworden aan zijn liefde, dus moet zij gestraft worden. Nee, Gods rechtvaardigheid is veeleer trouwe liefde, trouw aan zijn liefde, die zijn belofte gestand doet ook als de menselijke verbondspartner Hem teleurstelt.
Dat God rechtvaardig is, betekent eigenlijk dat Hij Zich houdt aan ons recht op Hem, ons recht op zijn liefde. Daarom zeggen wij terecht dat sint Jozef op aarde Gods Vaderschap tegenwoordig stelt, omdat in hem de goddelijke rechtvaardigheid en de goddelijke trouw van de Vader zichtbaar gestalte heeft gekregen. Gods recht is eigenlijk geen recht in de juridische zin van het woord. Gods recht is goedheid voor degenen die er geen recht op hebben! Gods recht is goedheid voor de kwaden. Gods recht is trouw voor de trouwelozen. Daarvan heette het al in het Oude Verbond: "Mijn wegen zijn niet uw wegen. Zo ver als de hemel verheven is boven de aarde, zo zijn mijn wegen verheven boven de uwe en mijn gedachten verheven boven uw gedachten" (Jes 55,8-9), boven uw rechtvaardigheidsgedachten.
De Vader, voor wie Jozef het vaderschap op aarde moest waarnemen en waarmaken, is de Vader die "zijn zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Mt 5,45).
De leiders van het volk van God bewijzen hun waardigheid voor dat leiderschap door barmhartigheid, door het vermogen om de zwakheden van anderen te dragen. Zoals Mozes. Mozes was bezig het kleinvee, de bokjes, van zijn schoonvader Jetro te hoeden. Op een gegeven ogenblik rende één van de bokjes weg uit de kudde. Mozes, de herder, had het gezien en ging het achterna. Op een gegeven ogenblik kwamen ze bij een schaduwrijke plaats, een waterplas en het bokje bleef stilstaan. Het was moe. Mozes zag het bokje drinken en dacht bij zichzelf: och, het dier is moe, en in plaats van het klappen te geven wat het verdiende omdat het was weggelopen, neemt hij het op zijn schouders en brengt het weer terug naar de kudde. Toen God dat zag zei Hij: Je hebt erbarmen getoond bij het hoeden van het kleinvee, hoedt nu mijn kudde, mijn volk Israël. Mozes keerde zich om en zag de doornstruik in lichter laaie staan.
Nadat hij besloten had in stilte van Maria te scheiden, ging Jozef slapen, en toen verscheen hem een engel. Jij moet de vader worden van de Zoon van God, want je bent barmhartig geweest voor Maria. Je bent barmhartig voor de zwakken, voor de kleinen en daarom mag je de vader zijn van Hem, die Gods barmhartigheid voor de kleinen en zwakken en voor de zondaars op aarde moet tegenwoordig stellen, van Jezus die zijn volk zal redden van de zonden.
Daarom is sint Jozef ook uw beschermheer. U bent toch geroepen tot eerherstel, dat wil zeggen: de zwakheden, de zonden van het mystieke lichaam te dragen. Hij gaat u voor, hij is uw beschermheer om u in die moeilijke maar verheven taak te steunen.