Heilige Teresia van het Kind Jezus, maagd en kerklerares
(eigen lezingen)
Eerste lezing: Jesaja 66,10-14c [IV 104];
Evangelie: Matteüs 18,1-4 [IV 263]
Inleiding
Het is ruim honderd jaar geleden dat de kleine Theresia, die wij vandaag vieren, gestorven is, of, zoals zij het zelf uitdrukte, dat zij het leven is binnengegaan.
Tien jaar na haar dood wenste paus Pius X persoonlijk haar zaligverklaring en hij noemde haar toen 'de grootste heilige van de moderne tijd.' 'Wij moeten ons haasten om de kleine heilige te verheerlijken als we niet willen dat de stem van het volk ons voor is', zegt de prefect van de Riten Congregatie. 'Het is zeer opportuun', verklaart paus Pius, 'zo spoedig mogelijk te beginnen met de zaken van de zaligverklaring.' Paus Pius XI noemde haar 'de ster van zijn pontficaat'. Haar relikwieën, haar portret bleven onafgebroken op zijn werkkamer, en bij de zaligverklaring, zesentwintig jaar na haar dood, verklaarde hij: 'Theresia is een woord van God tot onze eeuw gericht.' Bij haar heiligverklaring waren vijfhonderdduizend mensen aanwezig op het plein, waaronder drieëndertig kardinalen en tweehonderdvijftig bisschoppen. In 1927 wordt de karmelietes, die vanaf haar vijftiende tot haar vierentwintigste jaar, geen stap buiten haar klooster heeft gezet, patrones van de Missies over de gehele wereld, op gelijke voet met Franciscus Xaverius. Ze had niet meer dan lagere school, maar zij is inmiddels zelfs kerklerares, samen met geleerden als Thomas van Aquino, Bonaventura, Bellarminus. Ze heeft alle records gebroken. Er is in Amerika een boek waarin de records van de wereld staan opgetekend, in dat jaar heeft die en die mijnheer de honderd meter afgelegd in zoveel seconden, in dat en dat jaar hebben ze daar en daar zoveel uren op een paal gezeten. Theresia zou er een plaats in moeten hebben. Ze heeft alle records gebroken in verheffing en waarom staat ze er niet in? Omdat zij alle records heeft gebroken in nederigheid, in het klein denken van jezelf, in het relativeren, het opgeven van jezelf, in het kind zijn. En al die verheffingen zijn dan ook vervullingen van het goddelijk woord dat Jezus vandaag in het evangelie tot ons spreekt: "Wie is nu wel het grootst in het rijk der hemelen?" Een klein kind nog wel! "Als ge niet wordt als de kleine kinderen
Wie zichzelf gering acht, zoals dit kleine kind, die is de grootste", die breekt het record. Theresia zou zelf niet zeggen dat ze op zoek was naar een record van kleinheid, want dat had ze al. Dat was haar zomaar in de schoot gegooid en dat wilde ze handhaven, daar wilde ze niet vanaf, daar wilde ze juist haar kracht van maken. Dat werd haar gegeven. Wat ze nastreefde was: een record in liefde. Ze wilde de meeste liefde geven. Jezus de meeste liefde geven van de hele wereld. Alles doen uit liefde. Alle gelegenheden uitbuiten om liefde te geven, om liefde te tonen. De kleinste dingen doen uit liefde. Een speld oprapen uit liefde. En daarbij de eigenliefde verslaan. 'Ik ben tegen mijzelf ten strijde getrokken in geestelijke zin door zelfverloochening, kleine stille offers in dat verborgen gevecht waar de eigenliefde geen kans krijgt. Daar heb ik de vrede van het klein zijn gevonden.' De vrede, niet van de wereld, maar de vrede die Jezus ons geeft en die wij straks aan elkaar zullen geven.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd richtten de leerlingen tot Jezus de vraag:
Wie is nu wel de grootste in het rijk de hemelen?
Hij riep een klein kind, zette het in hun midden en zei:
Voorwaar, Ik zeg u:
als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen,
zult gij het rijk der hemelen zeker niet binnengaan.
Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind,
is de grootste in het Rijk der hemelen.
Homilie
Wie is nu wel de grootste in het rijk der hemelen?" Wie is de grootste? Jezus antwoordt: 'een klein kind.' Wat is er dan groot aan het kleine kind? Wil je weten wie je bent, ga dan terug naar het begin en het begin is dat je door God scheppend bent uitgesproken. Wil je weten wie je bent, ga dan terug naar het begin, hoe je als klein kind begonnen bent. En hoe ben je dan begonnen als klein kind, toen je door God als Schepper op de wereld bent gekomen? Als een klein kind bij zijn vader. Er was een tijd dat je zo kon zijn, als een klein kind bij zijn vader, en dat mag je nooit verliezen, daar ligt je eigenlijke grootheid. Er is een tijd geweest dat je geen andere grootheid had dan je vader, en er komt misschien een tijd, dat je geen andere grootheid meer zult hebben dan God, wanneer de aftakeling van de ouderdom begint, wanneer je als een klein kind aan de hand geleid moet worden. Maar als iemand plotseling dood gaat? Wat er dan van je over blijft, is in elk geval niet meer dan een klein kind: gedragen worden. Menszijn is hoe dan ook: kind zijn, klein zijn. En wat kan daar nu de grootheid van zijn? Die grootheid ligt niet in het kind zelf, in de mens zelf, de grootheid ligt buiten hem. Grootheid is voor mensen gewoonlijk bedreigend en daarom willen ze juist groter zijn. De vraag was dan ook eigenlijk niet: Wie is de grootste, maar wie is de grotere? Ik wil groter zijn dan de anderen, die met hun grootheid mijn grootheid-kleinheid bedreigen.
Nu even terug naar het tafereel in het evangelie: "Hij nam een klein kind, zette het in hun midden." Daar staat nu dat kleine kind te midden van die grote mannen, en kijkt omhoog, zoals een klein kind dat doet. De blik van dat kind is omhoog gericht naar die bedreigende grootheid: grote mannen. Het moet voor dat kind bedreigend geweest zijn, want "eens kwamen er moeders met hun kinderen bij Jezus en bars wezen de leerlingen ze af." Daar staat het, tussen die grote mannen, en ziet afwijzing, barsheid, verpletterende grootheid, het kijkt rond naar die grote mannen om hem heen en dan blijft de blik van dat kind rusten op Jezus: Hij is anders! Nu heeft hij dat gevoel niet, integendeel, die grote Jezus voer met zijn grote kracht en morele grootheid uit tegen zijn leerlingen. Wat er ook bedreigt, Jezus maakt zijn macht nog groter om het kleine te beschermen, om het kleine te verheffen.
Hoe verheft Hij dan? Door, zoals Hij bij een andere gelegenheid deed, het kind te omhelzen. Door het kind, de mens, het mensenkind, het kind van God, heel zijn liefde te laten voelen. Dat is de grootheid van het kind, van het kind van God. Dat is de liefde van God, God is liefde. Wat heeft God anders te geven? Waarmee zou Hij je anders kunnen verheffen dan met zijn liefde?!
Wij spreken over de vader en het kind, maar vandaag zouden we moeten spreken over moeder en kind. Wat was nu het levensgevoel van het kleine kind Theresia? Ze was niet zomaar klein, maar een inverdrietig klein kind zonder moeder. Haar moeder ontviel haar toen ze vier jaar en acht maanden was. Toen zij er een beetje gewend was dat haar zus haar tweede moeder was geworden, trad die in in de Karmel. Die zag ze dus ook niet meer. En toen ze daarna een beetje gewend was aan haar derde moeder, trad die ook in in de Karmel. Ook haar zag ze niet meer. De ene moeder na de andere valt voor het kleine kind weg alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, zonder uitleg. Hoe kan God dat laten gebeuren?
In de verhouding met God worden wonden geslagen, liefdeswonden. De wonden die je in je leven oploopt, zijn de wonden die zijn liefde erin slaat. Zo mag je het zien, een verschrikkelijk verdriet, een dodelijke eenzaamheid. Maar als God wonden slaat, geneest Hij ze ook. Theresia las, aan de hand van aantekeningen van haar zus Celine, in het Oude Verbond. Daar las ze ook dit - wat ons zo-even werd voorgelezen: "Zoals een moeder haar kind troost, zo zal ik u troosten. Jeruzalem zelf zal uw troost zijn." Troost! Getroost! Dat verdrietige kind, dat Theresia altijd in zich heeft gehad, werd op dat moment, toen ze dat las, getroost door God zelf: 'Nooit zijn er lieflijker en melodieuzer woorden mijn ziel komen verblijden. Na zulke woorden kunnen wij er alleen maar het zwijgen toe doen en schreien van dankbaarheid en liefde.'
Op dat ogenblik vond er genezing plaats van de diepste wond van haar ziel: het verlies van haar moeder, waar ze tien jaar over heeft gedaan om daar overheen te komen. Jezus wist van die wond. Jezus weet van de wonden in uw ziel. Hij zal ze genezen. Hij zal ze verbinden. God toont Zich dan als moeder. Hij wiegt zijn kind op zijn schoot, mooier kan het niet.