Eerste lezing: Handelingen 1,1-11 [A 95]; antwoordpsalm: Psalm 47,2-3.6-7.8-9 [A 95];
tweede lezing: Efeziërs 1,17-23 [A 96]; vers voor het evangelie: Matteüs 28,16.20 [A 97]
Evangelie: Matteüs 28,16-20 [A 97]
Inleiding
's Heren Hemelvaart! Na de opwekking van Jezus door de kracht van de hemelse Vader, nu zijn verheffing in de kracht van diezelfde hemelse Vader. U zult het Paulus horen verkondigen in de tweede lezing van vandaag: "Verheffing tot aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hoogheden en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd. Alles heeft God onder zijn voeten neergelegd." Hij die de laatste was, de zwakste, is nu de eerste, de hoogste, de sterkste, de machtigste. Maar het is wel de Vader die het heeft gedaan. Het is geen eigen werk, geen zelfverheffing, het is een werk van God. Hij werd dan ook ten hemel 'opgenomen'. Hemelvaart suggereert iets van eigenmachtig ten hemel varen, maar dat is nu juist de zonde. Zonde is eigenmachtige hemelvaart, luchtkastelen bouwen, een toren bouwen met een spits die tot in de hemel reikt. Nee, Jezus' hemelvaart is het werk van God. Hij wérd ten hemel opgenomen. Ten hemelopneming is eigenlijk een beter woord, misschien een beetje moeilijker uit te spreken dan hemelvaart. Jezus' hemelvaart is een voortzetting van zijn afdaling tot het diepste punt, de allerdiepste vernedering. En zijn verheffing door God naar de hoogste hemelen is geslaagd juist omdat die lijn naar boven is begonnen met een lijn naar beneden.
Laten wij dan onze zonden belijden, onze eigenmachtige hemelvaarten onder kritiek stellen: ons niet neerleggen bij ons gewone mensenbestaan, ons altijd maar weer iets bijzonders willen.
Buigen wij ons voor Hem neer, dan zal Hij ons verheffen met zijn barmhartige liefde.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
De elf leerlingen begaven zich naar Galilea,
naar de berg die Jezus hun aangewezen had.
Toen zij Hem zagen,
wierpen ze zich in aanbidding neer;
sommigen echter twijfelden.
Jezus trad nader en sprak tot hen:
Mij is alle macht gegeven
in de hemel en op aarde.
Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen
en doopt hen
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.
Ziet, Ik ben met u
alle dagen tot aan de voleinding der wereld.
Homilie
De apostelen zijn gefixeerd op de hemel. "Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken?" Wij vieren de Hemelvaart van de Heer als een zondag, zelfs in onze maatschappij, in onze door en door geseculariseerde, op deze wereld gefixeerde maatschappij. Zijn we niet verkeerd bezig? Is het wel juist om onze mannen en vrouwen van hun werk te houden, thuis te houden en ze allemaal naar de kerk te halen, omdat een van ons de aarde verlaat? Dat één van ons de aarde verlaat, kan toch geen reden zijn om vandaag met z'n allen de aarde in de steek te laten? De Kerk ziet Jezus' hemelvaart dan ook niet als een feest in de hemel, maar juist als een gebeurtenis op aarde. Hemelvaart is zoveel als een inhuldiging, een inauguratie; zoiets als we hebben zien gebeuren bij paus Benedictus nadat hij gekozen was. Dat was toch ook niet een gebeuren van de kardinalen onder elkaar. Nee, heel de Kerk werd in dit gebeuren betrokken, heel het Sint Pietersplein stond vol met mensen, zelfs door de televisie en de radio was heel de wereld erbij. Het was zoals bij een troonsbestijging, ooit door een psalmist bezongen: "God stijgt ten troon onder luid gejuich. De Heer met geschal van bazuinen. Alle volkeren klapt in de handen." Het is een gebeuren van heel het volk van God, van alle volkeren .
Hemelvaart is niet een feest ván de hemel, het is niet een feest ín de hemel, maar het is een feest vanuit de hemel op aarde. Het is de aarde die Jezus' belangstelling heeft. Want waar heeft Hij het veertig dagen met zijn apostelen over gehad? Over het koninkrijk Gods! "Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods", over Gods koningsheerschappij. In Jezus wil God opnieuw Koning worden over de aarde. Gods rijk is niet alleen in de hemel, maar ook op aarde. Zo heeft Hij ons toch leren bidden: "Uw Rijk kome (op aarde), Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel" (Mt 6,10). Gods koningschap betekent dan ook voor de apostelen een aardse opdracht om van deze heerschappij getuige te zijn op heel de aarde, "in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde van de aarde."
Je zou kunnen zeggen dat Hemelvaart een nieuw begin is, het begin van een nieuwe tijd voor deze aarde. Zoals een aantal jaren geleden de inhuldiging van paus Benedictus een nieuw begin is geworden voor de hele Kerk. Van nu af aan gaat de prediking beginnen. Daartoe is eerst nog een korte voorbereiding nodig: "Over enkele dagen zult gij gedoopt worden met de heilige Geest.
Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt. Blijft dus in de stad totdat gij vanuit de hoogte met kracht zult zijn toegerust" (Lc 24,49). Dan zal de aarde herdoopt worden door de kracht van de heilige Geest. Die alle grenzen overschrijdende verkondiging van het evangelie, tot aan het uiteinde der aarde, is alleen op te brengen als eerst het hart, het meest innerlijke van de mens, door de heilige Geest is omgevormd. Dan kan Hemelvaart een nieuw begin worden, niet in de hemel, maar vanuit de hemel. Dat betekent vanuit een kracht "hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hoogheden, zoals u zo-even in de tweede lezing Paulus hebt horen verkondigen. Alles heeft God onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de Kerk die zijn Lichaam is, de volheid van Hem die het al in alles vervult."
Hemelvaart is een nieuw begin en daarmee dan ook een afsluiting van het oude. Nog dromen de apostelen van een Joods rijk als zij over de Geest horen. "Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?" We moeten daarbij denken aan een restauratie van het Joodse koningschap: koning David, koning Salomo en nu Koning Jezus. Maar dat is een ouderwetse droom, - want dat zou pas echt restauratie zijn - en die hebben zij in rook zien opgaan bij Jezus' dood aan het kruis. Nee, Jezus heeft het over een Koninkrijk in de Geest. "Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde."
Het oude is voorbij, en daar hoort ook Jezus' openbare leven bij. Heel dat oude leven was gericht op zijn Hemelvaart. Als inleiding daarop staat er: "Toen de dagen van zijn verheffing (dat is de Hemelvaart) hun vervulling tegemoet gingen, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem" (Lc 9,51). Dat visioen waar Hij naar toe leefde was een soort gangmaker, een motor, die heel dat zware leven van Jezus moest voorttrekken; dat haalde Hem er doorheen, om vastberaden zijn reis naar Jeruzalem te aanvaarden. Maar in zijn menselijke gestalte waren de verwachtingen van de apostelen gekristalliseerd, gefixeerd. Zij konden eigenlijk dat nieuwe, dat geestelijke Koningschap, niet echt beginnen, als zij niet eerst losgekomen waren van de aardse gestalte van Jezus. Daarom moest Hij verdwijnen en plaats maken voor de heilige Geest. Hij moest als het ware de golflengte van het vlees verlaten, de zichtbare, zintuiglijke gewaarwording, om terug te keren op de golflengte van de Geest. Die geestelijke tegenwoordigheid hebben wij als het ware met de handen kunnen tasten op het Sint Pietersplein in de laatste dagen van het smartelijk lijden van paus Johannes Paulus II. Ook tijdens de dagen van rouw na zijn sterven, dagen van afscheid, proefde je de Geest dag en nacht in kilometers lange rijen van ingetogen, naar binnen gekeerde gelovigen, en ook daarna, bij de vreugde om de keuze van de nieuwe paus en zijn treffende verwoording van de gevoelens van alle gelovigen: 'De Kerk leeft, de Kerk is jong.' Een nieuw begin was gemaakt, het begint in de heilige Geest.
Het feest van vandaag nodigt ons uit om datzelfde in ons te laten gebeuren: Jezus inhuldigen in ons eigen persoonlijk leven; alle gebieden van ons hart, van ons kleine leventje, aan Hem onderwerpen en aan Hem gehoorzaamheid betuigen. Alles wat nog niet naar Hem luistert, alles wat in ons nog een eigen leven leidt, aan Hem overgeven, zodat wij Hem nabij kunnen weten in heel ons leven, zoals Hij heeft gezegd: "Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld." We zijn niet alleen, we staan er niet alleen voor. Jezus, door zijn heilige Geest, is vlak bij ons en altijd bij ons. Hij is in ons eigen hart!