Eerste lezing: Handelingen 2,14.22-32
Evangelie: Matteüs 28,8-15
De lezingen zijn gemeenschappelijk in de cycli van de jaren A,B en C
Inleiding
'Introduxit vos Dominus in terram fluentem lac et mel.'
'De Heer heeft u binnengevoerd in het land van melk en honing.' Wat betekent dat nu voor ons? Het is een beeld van het binnentrekken van het Joodse volk in het Beloofde Land, en héél het christenvolk wordt met Pasen binnengeleid in Jezus, het Koninkrijk Gods, de koninklijke heerschappij van God over deze wereld in eigen Persoon, want Jezus is de verpersoonlijking van het Rijk van God. Dat Koninkrijk Gods is een rijk van vrijheid, van innerlijke vrijheid. Wij zijn bevrijd van de innerlijke dwang van de zelfzucht, de ikzucht. Daarvan zijn wij bevrijd, en in díe vrijheid zijn wij gegroeid, van onszelf los gekomen. Die vrijheid is de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods. Dát is Pasen voor de christen!
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf,
met vrees en grote vreugde,
en ze haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen.
En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zei:
Weest gegroet.
Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem.
Toen sprak Jezus tot hen:
Weest niet bevreesd.
Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen
dat zij naar Galilea moeten gaan
en daar zullen zij Mij zien.
Terwijl de vrouwen nog onderweg waren,
gingen enkelen van de bewakers naar de stad
en berichtten aan de hogepriester alles wat er was voorgevallen.
Dezen hadden een bijeenkomst met de oudsten
en na overleg gaven zij aan de soldaten een flinke som geld,
met de opdracht: Zegt maar:
Zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen.
En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen
dan zullen wij hem wel kalmeren
en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.
Zij namen het geld aan
en deden zoals hun voorgezegd was.
Dit verhaal is onder de Joden verder verteld
tot op de dag van vandaag.
Homilie
In de eerste lezing horen we hoe Petrus zich richt tot de mannen van Israël en zegt: "God heeft Jezus ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden." De gestorvene wordt hier voorgesteld als een gevangene, met strikken geboeid, in boeien geslagen. Hij verblijft in zijn graf als in een gevangenis. Die indruk wordt nog eens versterkt, doordat Jezus' graf met gevangenbewaarders werd omgeven. Er worden veiligheidsmaatregelen genomen. Er wordt een speciale wacht geplaatst. Pilatus zei tegen de hogepriesters: "Ge kunt een wacht krijgen.
Ze gingen heen en verzekerden de veiligheid van het graf door de steen te verzegelen en de wacht erbij te plaatsen" (Mt 27,65.66).
Maar de bevrijding van Jezus uit zijn gevangenis komt niet van buitenaf, komt niet met geweld van mensen waartegen men zich met geweld van mensen kan beschermen, zoals mensen in onze steeds onveiliger wordende maatschappij zich plegen te beveiligen met bewakingssystemen, camera's, patrouillerende bewakers, stadswachten. Nee, hier komt de bevrijding van binnenuit. "God heeft Hem ten leven gewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden," na de boeien te hebben losgemaakt waarmee de dode is vastgeketend aan de gevangenis van zijn graf. Ze werden van binnenuit ontbonden door God.
Pasen is niet zomaar opstaan uit de dood, het is niet zomaar bevrijding, vrijheid, het is een innerlijke vrijheid, een bevrijding van binnenuit. Dat is ook de reden waarom mensen helemaal niet zo geïnteresseerd zijn in Pasen, in verrijzenis. Het aantal mensen dat nog gelooft in de verrijzenis van het lichaam is ook onder 'gelovigen' nog steeds dalende, want voor de bevrijding van binnenuit, om tot een innerlijke vrijheid te komen, moet men zich eerst bewust zijn dat men in de gevangenis zit, in de ik-gevangenis, de gevangenis van de eigen wil, van het eigen belang, van de eigenliefde. Door de zonde raakt de mens gevangen in zichzelf en wordt hij de gevangene van zichzelf. Daaraan moet de mens eerst sterven. Sterven aan zijn zelfzucht, of in ieder geval zien dat hij daarvan een gevangene is. Hij moet daar uit weg willen. En dat is nu juist wat de mensen niet willen. Ze willen juist in de gevangenis van hun 'ik' blijven, van hun zelfzucht. Ze willen juist niets anders zoeken dan zichzelf.
Die gevangenis van zichzelf is het lot waaraan ook Jezus onderworpen is geweest. "In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de dood kon redden. Om zijn vroomheid is Hij verhoord" (He 5,7).
De mensen zullen zeggen: Hij werd juist niet verhoord. Hij werd juist niet uit de dood gered. Jezus is gestorven zonder de redding uit de dood te hebben meegemaakt. Maar de dood die hier bedoeld wordt, is de dood van het geestelijke 'ik', van het innerlijk, de totale ondergang, "de tweede dood, zoals sint Jan in de Openbaring zegt, de poel van vuur" (Apk 20,14). Van díe dood heeft God Hem gered. Hij werd om zijn vroomheid verhoord én Hij werd verhoord omdat Hij gehoorzaam was tot de dood. Hoewel Gods Zoon heeft Hij door zijn lijden gehoorzaamheid geleerd, "gehoorzaam tot de dood" (Fil 2,8).
Je kunt pas worden verhoord in je gebed om van een of andere vorm van lijden bevrijd te worden, als je bereid bent los te laten wat er nog aan onzuiverheid en zelfzuchtigheid in dat verlangen zit. Kortom, als je het goed vindt ook níet verhoord te worden. In de verbetering van jezelf kun je met een zekere inzet een heel eind komen, vorderingen maken, en dat komt omdat de eigenliefde in het verlangen naar verbetering een geduchte rol meespeelt. Anderen vinden het zo vervelend als ik dit of dat doe, als ik me zus of zo gedraag; als ik dit gebrek afleg, ben ik zoveel beter dan anderen, kan ik anderen daarmee de loef afsteken; ik heb er zelf zoveel last van, ik kan het gewoon niet hebben dat ik niet volmaakt ben of minder volmaakt, ik wil perfect zijn. Maar op deze manier ben je nog altijd zelf geïnteresseerd in het bereiken van het goede, in het maken van vooruitgang, je hebt er zelf een zeker belang bij. De motor van het afleggen van de zelfzucht is dikwijls ook weer zelfzucht. Via de zelfzucht kun je een zekere bevrijding bereiken en we zouden dat kunnen noemen: de bevrijding van buitenaf. Maar mensen hebben ook altijd gebreken en tekorten waar niemand last van heeft, waarmee je niemand in de weg staat, en die wel degelijk een hinder zijn in de verhouding met God, in het goed kunnen bidden, die je wel degelijk verstrooien, je van het gebed en van God aftrekken.
Als je daarin vooruitgang wil maken, moet je dat doen met de overwinning op de wortel van je zelfzucht. Je moet dan ook eerst de zelfzucht zelf afleggen, en wat er nog in je verlangen naar verbetering zit door goed te vinden dat je daar nooit van afkomt. Dat je die onvrijheid wilt dragen tot de dood, dat je aan die ziekte zult sterven of met die geestelijke ziekte zult sterven, dat je dat wilt dragen als een kruis.
Een voorbeeld van een gebrek waar niemand last van heeft behalve jijzelf, is, dat je niet kunt bidden, dat je gedachten en gevoelens alle kanten uit gaan behalve naar God. Dan krijg je de rekening gepresenteerd van een zelfzuchtig leven, je krijgt het voor ogen en in je beleving krijg je dat te dragen. Als je dat nu eens zou willen dragen, dat je wilt dat je niet kunt bidden, dat je echt tot het einde toe goed vindt, dat je nooit meer goed kunt bidden, dán kan God zulk een gebed verhoren, hetgeen je dan ook onmiddellijk zult merken. Na afloop van het gebed zul je gegroeid zijn in innerlijke vrijheid, in vrijheid voor Hem, de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods.