Veertigurengebed
Feest van eerherstel
Eerste lezing: Genesis 18,16-33
Tweede lezing: Romeinen 3,10-27
Evangelie: Lucas 22,14-22.28-29
Inleiding
In deze communiteit, waarvan de leden geroepen zijn tot een leven van eerherstel, geroepen om heel hun leven in dienst te stellen van het eerherstel, is er tevens elke dag één zuster die die dag het eerherstel in het bijzonder beleeft, die die dag speciaal aan dat eerherstel wijdt. Eén keer in de week is er speciaal een dag aan gewijd, de donderdag, één keer in de maand, de eerste donderdag van de maand, is het de dag van het eerherstel, en eens in het jaar is de dag van het groot herstel. Herstel van de beledigingen het allerheiligst Sacrament aangedaan.
Niet wíj brengen herstel, want wij zijn het zelf die het heilig Sacrament niet de eer brengen, niet de fijngevoeligheid opbrengen, die Hij waard is. Maar wat wij wel kunnen, is ons verenigen met het eerherstel dat Hij brengt. De manier waarop Hij het kwaad tegen het teken van zijn liefde opneemt en draagt. Goddelijk mooi, goddelijk teder, een pijn die veel dieper gaat dan alle pijnen van zijn pijnlijke kruisdood. Díe liefde van Jezus' eucharistisch hart is wat wij vandaag speciaal overwegen. Daarom is het feest, een feest van feestelijke liefde.
Belijden wij dan eerst onze schuld namens zovelen die liefdeloos waren tegenover dit teken van zijn liefde, tegenover zijn goddelijk, eucharistisch hart en hoe wij ook zelf daaraan meegedaan hebben.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen de tijd aangebroken was,
ging Jezus met de apostelen aan tafel aanliggen.
Hij sprak nu tot hen:
Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden,
dit paasmaal met u te eten.
Want Ik zeg u: Ik zal het niet meer eten,
totdat het zijn vervulling vindt in het Rijk Gods.
Daarop nam Hij een beker, sprak een dankgebed uit
en zei:
Neemt die beker en deelt hem samen.
Want Ik zeg u:
Van dit ogenblik af drink Ik niet meer
van wat de wijnstok voortbrengt,
totdat het Rijk Gods is gekomen.
Daarop nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het
en gaf het hun met de woorden:
Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt;
doet dit tot een gedachtenis aan Mij.
Evenzo gaf Hij de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak:
Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed,
dat voor u wordt vergoten.
Maar zie, degene door wiens hand Ik zal worden overgeleverd
is met Mij aan tafel.
Want de Mensenzoon gaat heen zoals het is vastgesteld;
maar toch, wee de mens door wie Hij wordt overgeleverd.
Gij zijt het die trouw zijt gebleven in mijn beproevingen.
En Ik verleen u het Koninkrijk,
zoals mijn Vader het Mij heeft verleend.
Homilie
Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten." Voordat Ik aan het lijden zal worden uitgeleverd, voordat Ik één en al lijden zal zijn, voordat er helemaal niets meer in Mij is dat niet lijdt, voordat er echt geen plekje meer in Mij is waarop Ik nog zou kunnen steunen, éér Ik ga lijden, ben Ik verlangend dit paasmaal met u te eten. Dáárnaar heb Ik verlangd.
In het Latijn staat er: 'met verlangen verlang Ik', dat zou misschien het beste te vertalen zijn met: 'Ik ben één en al verlangen.' Voordat Ik één en al lijden zal zijn, ben Ik één en al verlangen om dit paasmaal met u te eten. Wij kunnen uitzien naar een maaltijd met vertrouwelingen, intimi, een feest van intimiteit, in de vreugde van het samenzijn, de geestelijke vreugde. Het gaat niet om het eten, het gaat om het samenzijn, het gaat om de liefde, de attentie, de warmte, de geborgenheid. Het gaat om het wederzijds geven en ontvangen.
Jezus ziet uit naar een maaltijd waarbij Hij alleen maar geeft en niets ontvangt. Ja, Hij ontvangt wel iets, maar dat is slechts ondank, ongeborgenheid, ontrouw, ongeloof, onverschilligheid, afwijzing. Hij wordt vergeten, er wordt niet meer aan Hem gedacht. Precies zoals het aan deze tafel gebeurde: "Zie, degene door wiens hand Ik zal worden overgeleverd is met Mij aan tafel. Van de leerlingen, waarvan Jezus zegt: Gij zijt het die trouw zijt gebleven in mijn beproevingen," staat er een stukje verderop in het evangelie dat ze, aan diezelfde maaltijd, onder elkaar ruzie hadden wie van hen de grootste was, de eerste, de voornaamste. En dan nóg naar díe maaltijd verlangen. Het kwaad de eucharistie aangedaan is het ergste kwaad, dat doet Hem het meeste pijn, hartepijn. Wat je van anderen ondervindt, van bijvoorbeeld je vijanden, doet je pijn, maar raakt meer de buitenkant, maar wat je van je huisgenoten ondervindt, van je eigen mensen, van je vrienden, dat snijdt je door de ziel.
Eerherstel brengen is weet hebben van de pijn van het eucharistische hart van Jezus; weet hebben van de pijn om de zonden tegen de eucharistie én hoe Hij die pijn gedragen heeft.
Hoe weten wij nu hoe Hij die pijn gedragen heeft, hoe Jezus' houding was tegenover dit lijden? Aan het kruis horen wij Jezus zeggen: "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest" (Lc 23,46; vgl. Ps 31,6). Hij heeft het lijden voorspeld en aan de afbeelding, de afdruk van zijn gelaat, op de lijkwade van Turijn kunnen wij zien dat Hij één en al overgave is, één en al geduld.
Vandaag krijgen wij deze afbeelding van Jezus bij zijn eucharistisch lijden: "Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten." Hij alleen is rechtvaardig. Er is niemand die in staat is het kwaad dat Hem wordt aangedaan, dat God wordt aangedaan, wat mensen elkaar aandoen, te dragen, te dulden, te doorlijden. Er is er maar Eén die dat kan en dat is Hij. Hij is de enige!
En wij dan? Wij hopen, denken, dat eerherstel te kunnen brengen door ons te laten opnemen in dat eucharistische hart, waardoor wij er één mee zijn, één van gevoel, één van smartelijk gevoel om de pijn van dit lijden en één in de overgrote liefde waarmee die pijn werd gedragen. Dat is goddelijk. Dat is een goddelijke liefde, dat kan alleen God en God wil ons met dit hart verenigen.
Dat zit er achter de gave van zijn Lichaam. Als u zijn Lichaam ontvangt, ontvangt u de pijn die dat Lichaam heeft doorleden en de manier waarop Hij dat heeft gedaan. U ontvangt de liefde van zijn eucharistisch hart én de liefde waarmee Hij al die pijn, die aan dat liefdeteken verbonden is geweest en nog is, heeft gedragen.
Ontvang Hem dan zo, dan ontvangt u de liefde van zijn goddelijk, eucharistisch hart.