Dat onze aanbidding nooit ophoude
Homilie bij gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van de Gemeenschap voor Aanbidding
door Mgr. Frans Wiertz, 28 november 2002
Ongetwijfeld hebt u wel eens van het volgende verhaal van de heilige pastoor van Ars gehoord. Telkens wanneer hij overdag de kerk binnenging, trof hij daar een eenvoudige boer aan. Urenlang geknield voor het tabernakel, urenlang stil en zwijgend aldaar. Zonder een moment zijn lippen te bewegen. Op een dag stelde de pastoor hem toch maar eens de vraag: Wat doet u eigenlijk hier de hele tijd? En de eenvoudige man antwoordde in heel simpele woorden: Hij, Christus, kijkt naar mij en ik, ik kijk naar Hem. Een eenvoudig antwoord! Maar met een geweldig rijke inhoud! Want is hiermee niet de kern geraakt van wat aanbidding heet! Aanbidding van Christus, werkelijk aanwezig in het heilig Sacrament van de Eucharistie! Aanbidding is inderdaad dat contact van hart tot Hart. Die persoonlijke ontmoeting van Christus met ieder van ons persoonlijk. Dat allerbelangrijkste moment in mijn leven dat ik naar Hem mag opzien en Hij mij aanziet, en naar mij omziet.
Contact van hart tot Hart
Vandaag mogen wij God danken dat Hij ons die gunst geschonken heeft. Dat wij al vijfentwintig jaar samen deze Gemeenschap voor Aanbidding mogen vormen, verzameld rond deze priorij, gedragen door de altijddurende aanbidding van de zusters Benedictinessen in dit klooster, geïnspireerd door de eucharistische spiritualiteit van Moeder Mechtildis van het heilig Sacrament. Wij mogen God danken voor de genade van de aanbidding in ons leven. Dat Hij ons die gunst telkens weer verleent: dat wij op die persoonlijke wijze Christus mogen ontmoeten en ons stilzwijgende gesprek met Hem mogen voeren. Want voor het echte gesprek met Hem zijn weinig of zelfs helemaal geen woorden nodig.
Daadwerkelijk aanwezig
Aanbidding bestaat bij het besef: Hij is er! Hij is er voor ons! Voor mij! Het tabernakel is de plaats waar Hij op ons wacht; waar Hij op ons wacht om Zichzelf aan ons te geven. Dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt
. Dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Die woorden gesproken aan de vooravond van zijn kruisoffer: de Heer spreekt ze telkens weer opnieuw tot ons in de viering van elke heilige Eucharistie. Maar ook op al die kostbare momenten dat wij stil neerknielen voor Hem in de eucharistische aanbidding. Hij is de Aanwezige. Werkelijk, maar ook daadwerkelijk! Want zijn aanwezigheid is niet slechts de aanwezigheid van zijn Persoon, maar ook van zijn verlossende daad, het heilswerk van zijn kruisoffer. Hij is het geslachtofferde Lam dat wegdraagt de zonden uit deze wereld. Zo komt Hij bij ons tegenwoordig. Zo wil Hij ons ontmoeten in zijn Sacrament. Hij heeft zijn leven gegeven voor de verlossing van de wereld. Op het kruis heeft Hij zichzelf - zoals Sint Paulus het uitdrukt - als offergave en slachtoffer (Ef 5,2) aan de Vader aangeboden. En de Vader heeft deze zelfgave, dit offer aanvaard. En aan ons kon zo die nieuwe Geest geschonken worden, de heilige Geest van een wegschenkende liefde, die weet wat lijden is en die het offer niet schuwt.
Gestorven voor onze zonden
In de aanbidding mogen wij in direct contact treden met de geofferde Liefde van Christus, wij mogen er door aangegrepen worden en erdoor geraakt worden. Het is de liefde van de graankorrel die eerst moet sterven, wil hij vrucht dragen. De heilige Geest van deze liefde wil in ons gaan wonen en zo verblijf nemen in deze wereld. Wij knielen neer voor het eucharistische Lichaam van Christus, het Lichaamdat geleden heeft en gestorven is voor onze zonden. En een ogenblik trekt aan het oog van ons hart al het leed en lijden van deze wereld voorbij. Het onschuldige leed en lijden. Maar ook de schuldige misdaad, al de gewelddadigheid. En tegelijk denken wij aan Christus' doorstoken Hart, doorstoken om de zonden van deze wereld. Cor patens, cor patiens. Het scheelt in het Latijn maar één lettertje. Het open Hart is een lijdend Hart. Dagelijks worden wij in onze samenleving geconfronteerd met zoveel lijden dat mensen elkaar op onbegrijpelijke wijze aandoen. Wij worden geconfronteerd met bedrog, immoraliteit. Wij zien een kerk, vaak onmachtig in haar geloofsgetuigenis, belemmerd door zwakheid en onverschilligheid.
Geroepen om gelijkvormig te worden aan Hem
Stil geknield voor het heilig Sacrament zien wij dan de Christus opnieuw lijden, opnieuw zijn gang naar Calvarië gaan. Jezus blijft in stervensnood tot aan het einde van de tijden. Het is het bekende woord van Blaise Pascal. De lijdende Christus is midden onder ons. En opnieuw voelen wij de liefde van Hem die als een graankorrel in de aarde valt om verzoening en nieuw leven te verkrijgen. Stil geknield voor Christus, het Offerlam, voelen wij ons geroepen om gelijkvormig te worden aan Hem, om met Hem - in navolging van Hem - onze weg door het leven te gaan Een Simon van Cyrene die het Kruis van Hem mee mag dragen! Blijven wij trouw aan deze roeping. Bij Christus blijven! Met Hem van hart tot Hart contact blijven houden! Vooral ook door middel van die belangrijke uren van eucharistische aanbidding. In zijn brief Over het mysterie en de verering van de Eucharistie (Dominicae cenae) schrijft paus Johannes Paulus - en wij mogen zijn woorden heel concreet als een aansporing beluisteren gericht tot ons als Gemeenschap van Aanbidding:
De kerk en de wereld hebben de verering van de Eucharistie hard nodig. Jezus wacht op ons in het sacrament van de liefde. Laten wij niet zuinig zijn met onze tijd als het erom gaat bij Hem samen te komen in aanbidding, in een beschouwend gebed vol geloof en erop gericht de zware schulden en de misdaden van de wereld goed te maken. Dat onze aanbidding toch nooit ophoude (Dominicae cenae, 3).
Danken wij de Heer voor het geschenk van zijn eucharistische aanwezigheid. Danken wij Hem voor de in de afgelopen vijfentwintig jaar ontvangen genadegunsten. En nemen wij het woord van de paus ter harte: Dat onze aanbidding nooit ophoude. Blijven wij tot Christus in zijn heilig Sacrament zeggen: Adoro Te devote, latens deitas. U bid ik aan in overgave, Godheid ongezien die waarachtig onder deze tekenen schuilt; U geeft zich mijn harte over, geheel en al, immers, u aanschouwend schiet het al tekort. Amen