Heer, leer ons onze dagen
naar waarde te schatten
en zo te komen tot wijsheid van hart
(Ps 90,12)
door kardinaal Godfried Danneels
Menselijke wijsheid
Het is van alle tijden dat de mens graag gelukkig oud wil worden. Er zijn bibliotheken vol met wijze raad. Veel volkswijsheid is besteed aan de oude mens: 'De mond van de oude man riekt bedenkelijk, maar hij liegt niet', zegt een Kongolese spreuk. Zelfs de bijbel heeft veel van die volkse wijsheid overgenomen en ze tot voor Gods aanschijn gedragen. De wijsheidsliteratuur van Jezus Sirach, de Prediker en het hele boek der Spreuken staan vol met zulke uitspraken. Vele dingen wijzen de ouder wordende mens de weg naar het gewone geluk. Ze zijn gemakkelijk te begrijpen, maar je moet het natuurlijk wel willen; vanzelf komt het niet.
Anders gaan leven
Waarom zouden we geen gebruik maken van dit levensseizoen om veel vertrouwvoller te leren leven. Nu de dagelijkse stress om zich nuttig te maken en zichzelf staande te moeten houden in het productieproces weggevallen is, kun je meer en rustiger vertrouwen. De concurrenten vechten nu verder op het slagveld. Jij bent gedemobiliseerd. Waarom niet leren onthaast en vertraagd te leven, nu de wekker wat verder van je bed mag afstaan? Waarom de vriendschap niet beter onderhouden nu er meer tijd en goedkopere telefoon en transport zijn? Een 65+ pas heb je toch niet om thuis te blijven! Waarom ook in de huwelijksrelatie en seksualiteit de tijd niet nemen om de liefde aanzienlijk uit te diepen? Er is nu tijd voor het echtpaar om verlangens en behoeftes met elkaar uit te praten. Het hele huishouden moet immers opnieuw georganiseerd worden, al was het alleen maar omdat men nu dag en nacht met z'n tweeën thuis is en het rollenpatroon goed dooreen wordt geschud. Het kan nu niet meer zo zijn - zoals bij vele koppels van deze leeftijd - 'Ik heb mijn werk en zij de keuken! 'Ik de klusjes en zij de boodschappen!.
Anders gaan denken
Er is natuurlijk nog veel meer te doen dan oefenen in deze praktische huis-, tuin- en keukenfilosofie of te luisteren naar de goede raad van tante Kaat. Er is nog andere goede raad. Om anders en beter te leren denken: de mentale omschakeling. De derde en vierde leeftijd is de tijd waarin men moet zien klaar te komen met de eigen grenzen, meer nog, met zijn eindigheid. De dood, die men in de actieve jaren graag voor zich uitschoof, behoort nu tot de echte horizon van het leven. De dood is deel van het leven en men begint het te merken. Het komt er nu op aan, niet alleen 'in het leven te slagen', maar ook in je 'dood te lukken'. En dat vergt meer dan een savoir faire, meer dan levenskunst, het vereist een ander denken.
Even nodig is het te leren omgaan met zijn verleden en met al wat in zijn geheugen ligt bezonken. De goede dingen om ervoor te danken, de droeve om ze hun plaats te geven, de zonden om er vergeving voor te vragen. Het verleden moet rustig zijn plaats krijgen in deze mentale huishouding. Een echte plaats, die gul wordt gegeven, want wegduwen werkt als een boemerang: alles komt toch terug. Je moet ook eens het blad van het verleden kunnen omslaan. De tijd heeft drie dimensies: gisteren, vandaag en morgen.
Nog meer goede raad: dood je tijd niet
Wie oud wordt, zal humor moeten hebben. Dat lukt wel want hij mag nu vele dingen relativeren. Hij hoeft niet meer in alles de eerste te zijn. Zelfspot mag en het helpt om gelukkiger oud te worden. Humorover anderen evenzeer, zolang hij niet kwetsend is. Ook kunnen vergeven staat in het recept om gelukkig oud te worden. Allereerst mezelf vergeven. Er is veel deemoed nodig om mezelf te vergeven en de verzoening met het eigen ik is vaak de eerste voorwaarde voor een gelukkige oude dag. Steeds weer mopperen over wat ik niet goed deed, over kansen die ik door eigen schuld heb vergooid, over 'onvergeeflijke' fouten: dat alles maakt vroeg oud. Maar vergeven verjongt, en zeker anderen vergeven. Want vergeven is tweemaal beminnen. Liefhebben is een kind baren, maar vergeven is een dode doen opstaan. Alleen vergiffenis en verzoening kunnen het raderwerk van een samenleving zonder knarsen doen draaien. Vergelding doet het wiel van wederzijds geweld steeds sneller tollen. Alleen wie als eerste vergiffenis schenkt, kan het rad doen stilhouden.
Gelukkig ouder worden is binnengaan in de tuin van de dankbaarheid, omdat men de schoonheid van de dingen plotseling beter ziet: de natuur en de schepping, de mensen, zelfs God. Je moet in de herfst van je leven zijn aangekomen om de kleuren op hun best te zien. Het is een tijd om ook vrienden gastvrij te ontvangen. Een open en gastvrij gezin brengt trouwens ook het echtpaar dichter bij elkaar.
De oude schrijver Ovidius schreef het tedere verhaal van twee oude mensen - Filemon en Baucis, man en vrouw - die bezoek kregen van de goden Jupiter en Mercurius. Zij kwamen gastvrijheid vragen op de wereld, maar werden overal geweigerd. Bij die twee niet: ze werden met open armen ontvangen. We willen, zegt Filemon, hier wel als priesters voor uw tempel zorgen en hem onderhouden, maar als gunst vraag ik dat we op hetzelfde uur mogen sterven, want ik wil het graf van mijn vrouw niet zien. Zo gaat het verhaal:
Op een dag, toen ze zeer oud, voor die gewijde trappen stonden en nog altijd spraken over dat wonder daar, zag Baucis plotseling bij Filemon en hij, Filemon, zag bij Baucis groene blaadjes groeien, en snel stak een boomtop boven die twee hoofden uit en haddenze nog net de tijd om elkaar vaarwel te zeggen en bij hun naam te noemen; tegelijk verdween hun mond in takkengroen.
Nog altijd wijzen Phrygische bewoners die bomen aan, twee naast elkaar, uit mensenvorm ontstaan (Metamorfosen).
Doopselspiritualiteit - speciaal voor senioren
De spiritualiteit van alle christenen heeft maar één bron: hun doopsel. Dat geldt ook voor de derde en vierde leeftijd. Maar wellicht is zich bezinnen over het doopsel nog meer aangewezen voor senioren dan voor anderen. Gij weet toch dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden. Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding
Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven: - want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem (Rom 6,3-5.8-9).
Hier ligt de sleutel om het leven van elke christen te begrijpen. Door de doop gaan we binnen in het paasavontuur van Jezus: ons hele leven is sterven en verrijzen. Eerst symbolisch-sacramenteel, als we ondergedompeld worden in het doopwater; we sterven daar mystiek met Jezus. Verder in het leven voltrekken we dit paasgebeuren ook moreel: we sterven aan de zonde en we staan op tot nieuw leven. Ten slotte rest nog dat dit ook fysiek aan ons gebeurt: we sterven echt naar het lichaam om te verrijzen tot eeuwig en nieuw leven. Hoe ouder we worden en hoe meer we de dood naderen, hoe meer we dit alles aan ons voelen gebeuren. Als onze uiterlijke mens te gronde gaat, moeten we wel meer aandacht schenken aan de innerlijke mens; als onze aardse bestemming wegvalt, dwingt de natuur ons in de richting van de hemelse: en als ons sterfelijk huis wordt afgebroken, zegt de prefatie van de overledenen, hebt Gij, God, voor ons al een nieuw huis gebouwd om daar voorgoed te leven .
Hoe paradoxaal het ook mag klinken: hoe dichter we het sterven naderen, hoe meer we moeten dromen van een nieuwe geboorte. Is het niet treffend dat Jezus precies aan de oudere Nikodemus zegt dat hij opnieuw geboren moet worden en wel uit water en de heilige Geest (vgl. Joh 3).
Simeon
Nu kunt Gij, Heer, uw dienaar in vrede laten heengaan
(Lc 2, 29). De oude dag schept vaak vanzelf in de mens de gesteltenis van ontvankelijkheid en beschikbaarheid. Hij is zo gewoon op veel andere manieren te moeten loslaten, dat hij het dan ook gemakkelijker doet op een dieper niveau. Ook dit is wijsheid die zelfs buiten het christendom te vinden is: sommige oosterse religies prediken en beoefenen dit loslaten een heel leven lang. Alle pijn, zeggen ze, is kramppijn: laat los en ze is meteen ook weg.
Maar christelijke gelatenheid en ontvankelijkheid zijn niet in de eerste plaats een wijsheid die uit de mens en zijn ervaring opstijgt als morgendamp op zijn levensvijver. Ze is fundamenteel vertrouwen in de wetenschap dat we geborgen mogen zijn in Gods liefde die gratis is, omdat we kinderen zijn van de Vader. Christelijke overgave is niet het late resultaat van een duur bevochten meesterschap op onze passies: het is geen kroon op een grijs hoofd, maar een terugkeer naar de onbevangenheid van het kleine kind. Het is niet voor niets dat Simeon deze woorden uitsprak, juist nadat hij een Kind in zijn armen had gekregen. Het gaat hier niet om wat er nog overblijft als men zijn ogen al heeft gesloten en niets meer ziet, maar het is juist omgekeerd. Simeons ogen gaan open en hij ziet wat nog niemand had gezien: Want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd, een licht voor alle volkeren (Lc 2, 30-31).
En Hannah
Naast Simeon staat Hannah: ze is een weduwe van vierentachtig jaar, vergroeid met de tempel als de klimop in de muur. Ze diende God dagen nacht met gebed en vasten (Lc 2, 37). De spiritualiteit van de oudere mens zal niet meer die zijn van het 'lopen en rennen om goed te doen'. Ze groeit en bloeit in de stilte en in de immobiliteit. Het is de tijd niet meer om veel te doen, maar om te laten doen: bidden en dulden. Want dat is precies bidden: Gods wil beamen met hart en ziel; dulden en lijden met het lichaam. Vasten is zich bekwamen door vrijwillige onthouding om beide, dulden en lijden, te kunnen doen.
Tien kansen om een biddend mens te worden
1. Kijk vaak eens om naar vroeger: rustig en zonder schrik.
2. Prijs God om wat Hij voor je deed en om wat je zelf aan goede dingen hebt mogen doen: wees dankbaar.
3. Aanvaard wat onvervuld bleef aan wensen en aan voornemens: zonder schuldgevoel.
4. Gooi wat kwaad was in Gods diepe schoot: berouwvol.
5. Leer nu eindelijk eens meer te danken dan te vragen als je bidt: vrijuit.
6. Geloof dat God je voor is met beminnen, lang voor je eraan dacht en lang nadat je het misschien al bent vergeten: altijd.
7. Kleed je in het gewaad van vrede: ruimhartig.
8. Dank God voor elke nieuwe dag: verrast dat je hem krijgt.
9. Grijp weinig, laat veel los: onbezorgd.
10. Verlang naar de hemel, maar laat het aan Hem over wanneer: vurig maar gehoorzaam.
* Uit: Blijf bij ons want het wordt avond Een woord bij
kerstmis 2000, pp. 24-27.32-35
Opdracht van de Heer
2 februari 2003
Eerste lezing: Maleachi 3,1-4; antwoordpsalm: Psalm 24,7.8.9.10;
tweede lezing: Hebreeën 2,14-18; vers voor het evangelie: Lucas 2,32
Evangelie: Lucas 2,22-40
(...) En zo is het ook in het gewone leven. Waar je onbelangrijk bent, daar kon wel eens het allerbelangrijkste plaatsvinden. Waar je gewoon maar leeft, dat je er gewoon maar bent, niet opgaat in een rol, in werk, iets waar de mensen naar opkijken, of waar mensen misschien op neerkijken, maar gewoon voor en na tafel bidden, de was doen, het gewone leven waar verreweg de meeste mensen op onze wereld het van moeten hebben en waarbij ze zich kunnen afvragen: is dat leven van mij niet zinloos? Pas als ik die sportheld ben geworden, of dat record heb verbeterd, of in de krant heb gestaan, of mee mag praten in het grote gebeuren van de politiek, dan ben ik pas wat waard. Dan ben ik pas iemand die voor God telt. Maar zo is het niet! Het evangelie haalt de diepere dimensie van het gewone leven naar boven. Waar mensen van dat gewone leven niet iets verwachten, maar waar gewone mensen iets van God verwachten (...)