Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Feest van de Heilige Drieëenheid


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
16 In die tijd zei Jezus tot Nikodemus:
"Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan,
maar eeuwig leven zal hebben.
17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden
om de wereld te oordelen,
maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
18 Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld,
maar wie niet gelooft, is al veroordeeld
omdat hij niet heeft geloofd
in de Naam van de eniggeboren Zoon van God."
Johannes 3, 16-18

Ermee beginnen de geest te laten rusten bij Hem die mij het eerst heeft liefgehad (1 Joh 4,10). Er is Iemand van Wiens liefde ik zeker kan zijn. Zo'n besef kan een zekere onbekommerdheid geven, waardoor er iets van je afvalt, waardoor je je niet zo verloren voelt.

Een paar passen vóór de plaats van het gebed, staande me zijn tegenwoordigheid te binnen brengen, dat Hij me ziet. Met een blik vol genegenheid. Diezelfde genegenheid die de Vader voelt voor zijn eniggeboren Zoon.
Met een gebaar de eerbied laten groeien.

Zo het gebed ingaan door de houding van het gebed aan te nemen, liggend, zittend of geknield, maar niet bewegen en me niet laten afleiden door bewegingen van anderen, zodat ik kan letten op wat het diepste is van alles: zijn liefde. Dat zou niet alleen iets moeten zijn voor deze gebedstijd, maar voor heel mijn leven. Dat dan ook vragen als een genade: dat al mijn bedoelingen (wat het diepste is in een mens), al mijn werken en al mijn werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

In het gesprek met Nikodemus heeft Jezus het initiatief overgenomen en is Nikodemus zelf geheel op de achtergrond geraakt. Waar God zich openbaart, zwijgt de mens om alleen maar te luisteren. In deze drie verzen openbaart Jezus de liefde van God voor de wereld. Hoe ver gaat die liefde? Zover als ze maar gaan kan: God geeft zijn eniggeboren Zoon. Dus niet om te oordelen heeft God zijn Zoon naar de wereld gezonden. Maar omdat Jezus het volste en laatste heilsaanbod is, velt een mens een oordeel over zichzelf, wanneer hij dit laatste en definitieve heilsaanbod afwijst. In het licht van het kruis wordt alles zonne-helder of stikdonker, hemel of hel, gered of verloren. Met andere woorden: Jezus is het einde, het einde van alle geschiedenis, terwijl de geschiedenis voortgaat. Het gaat erom de dingen te doen in vereniging met Vader, Zoon en heilige Geest. Daarmee begint en eindigt elk gebed en elke christelijke onderneming: in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Ik stel me de plaats voor: eventueel een plat dak waar men zich in het Oosten bij voorkeur 's avonds kan ophouden; de donkerte van de nacht waarin Nikodemus alleen naar Jezus toe durfde gaan.

Ik ben pas in staat deze openbaring in me op te nemen, wanneer ik erom vraag. Het is een bijzondere genade die ik niet zomaar grijpen kan. Zij moet mij gegeven worden. Maar ik kan er pas op de juiste manier om vragen, als ik in mijzelf het verlangen naar die genade toelaat. Vragen om een innerlijke kennis van Jezus als het laatste en definitieve heilsaanbod van de Vader en dat het alleen liefde is waardoor God zich laat bewegen.

 
In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: "Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben."

Er staan in deze zin twee bevestigingen: dat God de wereld bemint; én hoe bemint Hij de wereld? Dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven. Een liefdesaanbod van goddelijke allure. God ging als het ware op zoek hoe Hij zijn liefde voor de mensen tot uitdrukking zou kunnen brengen. De Godsnmannen van het Oude Verbond waren niet in staat de maat van zijn liefde weer te geven. God ging als het ware het hogerop zoeken, omhoog langs de ladder van de schepselen, de engelen, de aartsengelen. Bij elk bleef God een ogenblik in gedachten staan: zou die of die voldoende mijn liefde kunnen overbrengen? En steeds weer moest God bij zichzelf zeggen: nee, méér wil ik geven. Ik houd nog méér van ze. Geen schepsel was in staat de goddelijke dorst naar het geven van liefde te bevredigen. Het was een waarlijk goddelijke dorst die alleen te lessen was door een goddelijk Iemand. Tenslotte bleef zijn oog rusten op zijn eniggeboren Zoon. Zou die in staat zijn mijn liefdesdorst tot bedaren te brengen? De Zoon raadde als het ware het verlangen van zijn Vader en Hij zei tot zijn hemelse Vader in een overmaat van goddelijke liefde: "Slachtoffer noch gave hebt Gij gewild, maar een lichaam hebt Gij Mij bereid... Hier ben Ik om uw wil te volbrengen" (Hebr 10,6-7).
Wat God de Vader voor zijn eniggeboren Zoon voelt, dat voelt Hij voor de wereld, dat voelt Hij nu voor mij. Ik kan nagaan wat mensen kunnen voelen voor hun eniggeborene:
Abraham: "Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak ten offer gebracht. Hij die de belofte had ontvangen, stond op het punt zijn enige zoon te offeren" (Hebr 11,17).
De weduwe van Naïn: "een dode... de enige zoon van zijn moeder... en deze was weduwe"... "Toen de Heer haar zag, gevoelde Hij medelijden" (Lc 7,12.13).
Jaïrus: "Hij viel Jezus te voet en smeekte Hem naar zijn huis te komen, want hij had maar één dochter, een kind van een jaar of twaalf... en deze lag te sterven" (Lc 8,42).
Man uit de menigte: "Meester, wil U toch om mijn zoon bekommeren: hij is mijn enig kind" (Lc 9,38).
Door zijn enige Zoon aan ons over te leveren heeft God geopenbaard wat Hij voor ons voelt: "De liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld heeft gezonden om ons het leven te brengen" (1 Joh 4,9).
Mijzelf en de wereld nooit zien zonder die liefde die God voor mij en de wereld voelt. Ik kan veel gebreken hebben, veel zonden hebben gedaan, bewijzen van Gods liefde hebben beschaamd en de wereld mag hopeloos in zonden verstrikt lijken, nooit mag ik mij zelf en de wereld zonder de liefde van God zien.

 
"God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered."

Zonder Jezus zijn wij reddeloos verloren. Hij is de uitgestoken hand van God waaraan wij mensen ons moeten vastgrijpen, anders zijn we reddeloos verloren. Daarom moeten christenen proberen de uitspraken van een ander zoveel mogelijk te redden. Bij alle kritiek, zelfkritiek en kritiek op anderen of op de wereld, mogen wij nooit de liefde van God vergeten. De liefde van God is voor de gelovige als de lichtstralen aan de rand van de donkere wolk.

 
"Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God."

Omdat Jezus' Hart van liefde brant, wil Hij niets met het oordeel te maken hebben. Maar zijns ondanks heeft Hij er toch iets mee te maken. Ja, zijns ondanks heeft Hij er alles mee te maken.
Jezus zou niets liever doen dan alleen maar redden. Maar omdat Hij zelf het enige en laatste Woord van de Vader is, is zijn woord ook ten oordeel: "Indien iemand mijn woorden hoort zonder ze te onderhouden, dan veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen maar om de wereld te redden. Want wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanvaardt, heeft reeds iemand die hem veroordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem veroordelen op de laatste dag." Jezus oordeelt niet vanuit een persoonlijk gevoelen, maar door zijn volkomen verbondenheid met de Vader oordeelt Hij volkomen objectief, helemaal vanuit de Vader: "En zelfs als Ik zou oordelen, dan is mijn oordeel toch rechtsgeldig, omdat Ik niet alleen ben, maar de Vader die Mij gezonden heeft, getuigt over Mij" (Joh 8,16). In alles wat de mensen verkeerd doen, doen zij Jezus persoonlijk iets aan: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij" (Hand 22,7). En toch brengt Jezus dat niet in rekening: "Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen" (Lc 23,34). Hij van zijn kant wil alleen maar redden. Als iemand dan niet gered wordt, dan is het omdat hijzelf dat oordeel over zichzelf aftrekt en niet gered wil worden.
Jezus is onze deur, onze nood-uitgang: "Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnenkomt, zal hij gered worden" (Joh 10,9). Maar kies je die deur niet, dan ga je verloren in de wereldbrand.

Aan het eind gesprekken voeren, lettend op wat de heilige Geest mij ingeeft te zeggen. Eerst met Jezus, de eniggeboren Zoon, Vaders oogappel. Maar Jezus is nooit alleen. Ieder echt gesprek met de Zoon zal als het ware vanzelf uitmonden in een gesprek met de Vader. De Vader bedanken voor zijn liefde, zijn heilige Geest. Een Onze Vader bidden.

Dan wat afstand nemen en van de bevoorrechte situatie van het gebed gebruik maken om de geesten te onderscheiden:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? In mijn verstrooiingen loop ik een beetje verloren, doordat ik te weinig in de liefde van God leef. Er moet zo van alles.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Waar voelde ik me opgenomen in het liefdeselan tussen de Zoon en de Vader?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem?

Heilige Drieenheid