Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Feest van de Heilige Familie


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
41 Ieder jaar reisden de ouders van Jezus bij gelegenheid
van het Paasfeest naar Jeruzalem.
42 En overeenkomstig het gebruik bij dit feest
gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar
geworden was.
43 Maar na afloop van die dagen keerden
zij naar huis terug.
Het kind Jezus bleef echter in Jeruzalem achter
zonder dat zijn ouders het wisten.
44 In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond,
gingen zij een dagreis ver,
en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden.
45 Omdat zij Hem niet vonden
keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug.
46 Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel,
waar Hij te midden van de leraren zat
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.
47 Allen die Hem hoorden
waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden.
48 Toen zijn ouders Hem daar opmerkten
stonden zij verslagen.
Zijn moeder zei tot Hem:
Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan?
Denk toch eens met wat een pijn
uw vader en ik naar U hebben gezocht."
49 Maar Hij antwoordde:
"Wat hebt ge toch naar Mij gezocht?
Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest
zijn?"
50 Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.
51 Hij ging met hen mee naar Nazaret
en was aan hen onderdanig.
Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in
haar hart.
52 En met de jaren
nam Jezus toe in wijsheid
en welgevalligheid bij God en de mensen.
Lucas 2,41-52

Langzaam beginnen. Eerst aandacht schenken aan de gesteltenis van mijn ziel. Me losmaken uit wat ik zo nodig moet (werk, contacten, eten en drinken) om te trachten alleen maar te zijn: een kind van de Vader. Bij Hem mijn geest laten rusten. "De vrijheid" smaken "van de kinderen Gods" (Rom 8,21).

Een paar passen van de plaats waar ik ga bidden, omhoog zien, naar de onbegrijpelijke Vader in de hemel om me door Hem te laten grijpen in zijn heilsplan. Een gebaar maken van eerbied, me klein maken in een gebaar van aanbidding.

Het gebed ingaan: liggend, zittend of knielend, maar niet bewegen, zodat ik vrij kom voor de innerlijke bewegingen. Want daaraan wil ik gehoor geven en gehoorzamen. Dat wil ik dan ook als genade vragen: dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden geordend mogen zijn in dienst (in het dienst­huis) en de lof van zijn goddelijke Majesteit. Zoals Jezus zich in dienst stelt van zijn hemelse Vader.
De geschiedenis: 1. het ongebroken, eensgezinde opgaan naar de tempel. 2. Het achterblijven in de tempel en het zoeken, drie dagen lang. 3. Het terugvinden, waarbij Jezus zijn ouders oriënteert naar de onbegrijpelijke Vader. Aan Hem leert Hij zijn ouders gehoorzamen zoals Hij hen eerst zelf voordeed: "Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?"

De plaats: het kleine huisje in Nazaret, de weidse tempel. Ook de onzichtbare plaatsen: het hart van Maria dat door haar Zoon verwijd wordt tot hemelse dimensies.

De bijzondere genade: met grote vurigheid vragen om een innerlijke kennis van Christus onze Heer om Hem meer van harte lief te hebben en Hem meer te volgen.

Het evangelie in drie ronden doornemen: personen, woorden, handelingen. Anders komt er te veel ineens op me af. Het gaat erom mijn tempo te verlangzamen. Anders lees ik eroverheen.
De personen: wie komen erin voor? Jozef en Maria, hier in de rol van pelgrims en van ouders, gewone mensen, die hier met een schok bewust worden gemaakt van het buitengewone geheim van hun Kind en van hun buitengewone rol in de plannen van God.
Het Kind Jezus, op twaalfjarige leeftijd, op de drempel van de Joodse volwassenheid. De Zoon van de aardse ouders presenteert hier zich als Zoon van de hemelse Vader. Een generatieconflict, tussen de tijdelijke en de eeuwige generatie. Dat conflict speelt zich ook in mij af, elke keer wanneer God van mij een offer vraagt.
De Vader: de Persoon om Wie alles draait en om Wie Jezus als rechtgeaarde Zoon alles en allen laat draaien. Op de eerste plaats zijn ouders.

De woorden horen: "Kind, waarom...?" Waar stel ik zulke vragen? Pas als ik mij zelf op zo'n vraag betrapt heb, kan ik het antwoord van Jezus op me af laten komen: "Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?" Jezus leert me leven met de onbegrijpelijke Vader in de hemel: Onze Vader.
Zien wat ze doen: reizen, achterblijven (in de tempel, als Volwassene in de dood), drie dagen lang, zoeken en vinden, en opnieuw verliezen, maar nu in de onbegrijpelijke Vader. En tenslotte: gehoorzamen aan aardse ouders.

Aan het eind gesprekken voeren met Jozef en Maria, met Jezus, vertrouwelijk als vrienden onder elkaar om me te leren me vertrouwd te maken met het onvertrouwde. Me door Hem bij zijn Vader laten brengen zoals Hij deed met zijn ouders. Bij de Vader in gegroeid geloof mijn hart uitstorten. Onze Vader bidden.

Nu wat afstand nemen voor een evaluatie, een reflexie:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? Mijn verstrooiingen wijzen mij de weg waar ik in mijn leven leef zonder hemelse Vader, waar ik mij laat opsluiten binnen louter aardse horizonten.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Waar beloonde Hij mijn zoeken met vinden en gevonden worden?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem?