Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Feest van het Heilig Hart van Jezus


U it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Johannes
31 Aangezien het voorbereidingsdag was
en de Joden niet wilden
dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven
- het was bovendien een grote sabbat -,
vroegen zij aan Pilatus verlof
de benen van de gekruisigden te breken
en hen weg te nemen.
32 Daarom kwamen de soldaten
en sloegen
zowel bij de ene als bij de andere
die met Hem was gekruisigd, de benen stuk.
33 Toen zij echter bij Jezus kwamen,
en zagen dat Hij reeds dood was
sloegen zij Hem de benen niet stuk,
34 maar een van de soldaten
doorstak zijn zijde met een lans;
terstond kwam er bloed en water uit.
35 Die het gezien heeft, getuigt hiervan;
zijn getuigenis is waar
en hij weet dat hij de waarheid zegt,
opdat ook gij zoudt geloven.
36 Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden:
Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,
37 terwijl nog een ander Schriftwoord zegt:
Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken.
Johannes 19, 31-37

Het is niet zo goed onmiddellijk met het gebed te beginnen. Bidden is een zaak van het hart, dat wil zeggen van die diepte in een mens waar hij voorkomt uit de hand van God. Wanneer ik op die diepte probeer te komen, hoef ik niet iets te voelen of te denken. Voldoende is, dat ik vanuit de diepere diepte van mijn wezen mijn geloof in Hem herneem en vernieuw: ik wíl toch bidden, ik wíl er toch echt voor Hem zijn. Op die diepte mijn geest wat laten rusten bij Hem.

Een paar passen vóór de plaats waar ik ga bidden, omhoog zien naar Hem aan Wie Jezus zijn geest gaf in volmaakte overgave. Zien hoe Hij mij ziet, met een blik vol verzoening. Zijn blik beantwoorden met een gebaar van vertrouwen en aanbidding.

In het gebed ingaan in de houding die me het meest naar Hem toe helpt; zonder gespannenheid niet bewegen en niets zien bewegen, want het gaat erom hoe ik door Hém bewogen word. Dat als een genade vragen: dat al mijn bedoelingen (dat is mijn innerlijk, mijn motivatie, mijn hart), mijn daden en mijn werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

Nu bereid ik me erop voor de laaste fase van Gods zelfmededeling mee te maken, de openbaring van het hart van God. Het kwaad heeft zich ten volle op Jezus uitgeleefd. Het lijkt alsof God afwezig is, doordat Hij zich niet tegen kwaad te weer stelt, maar er zich integendeel helemaal aan uitlevert. Jezus neemt het kwaad in liefde op. Maar daardoor ontspringt aan zijn liefde boordevol hart de levensstroom der sacramenten: bloed en water. Op de eerste plaats het bloed, dat wil zeggen de liefde die zich helemaal wegschenkt tot er niets meer voor zichzelf overblijft, tot en met de laatste druppel bloed.

Dan stel ik me de plaats voor waar dit is geschied: Golgota, schedelplaats, de donkere hemel. En alle plaatsen ter wereld waar op dit moment het kwaad door goed tegemoet getreden wordt: door de martelaren, de heiligen, de velen die om hun geloof vervolgd worden. Ik breng mij ook de situaties in mijn eigen leven voor ogen waar ik een kruis te dragen kreeg.

Ik vraag nu om de bijzondere genade waarnaar ik verlang: om een innerlijke, ervaringsrijke, smakende kennis van Christus onze Heer en van zijn manier om het kwaad tegemoet te treden.

 
"Aangezien het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden dat de lichamen op sabbat aan het kruis beleven - het was bovendien een grote sabbat -, vroegen zij aan Pilatus verlof de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen. Daarom kwamen de soldaten en sloegen zowel bij de ene als de andere die met Hem was gekruisigd, de benen stuk."

Het is voorbereidingsdag. Dat is de dag waarop de paaslammeren worden geslacht. Sint Jan bedoelt te zeggen: Jezus is het nieuwe paaslam dat de paaslammeren van het Oude Verbond vervangt. En evenals van de oude paaslammeren geen been mocht worden gebroken (Ex 12,46), werd ook van het nieuwe paaslam geen been gebroken. Zoals van de lijdende dienstknecht gezegd werd: "Hij zal niet kwijnen en niet worden gekwetst" (of: "geknakt" NBG). Want "Hij heeft in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd" (Hebr 4,8). Soepel en buigzaam heeft Jezus zich in het lijden tot het uiterste toe vernederd. Doordat Hij zich niet verhardde, is Hij niet gebroken of geknakt. En daardoor is "Hij voor allen die Hem gehoorzamen, oorzaak gworden van eeuwig heil" (Hebr 4,9). In het lijden soepel en buigzaam blijven is de kunst om door het lijden niet gebroken te worden. Een kunst die ons alleen door de genade kan worden geleerd: "Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht" (Mt 11,29-30). Hoe wordt de last van het kruis licht? Door Jezus' manier van dragen over te nemen: "zachtmoedig en nederig", ofwel buigzaam en met een klein zelfgevoel. Maar heeft iemand die zulk een lijden zo geduldig gedragen heeft, zodat hij er niet door gebroken werd, wel echt geleden? Heeft het lijden Hem dan wel echt geraakt? Was Hij dan wel echt mens? Bloed-echt?

 
"... maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit."

"Bloed en water". Eerst het bloed, dan pas het water. De volgorde heeft een diepere zin: "Want Hij is gekomen, niet door water alleen, maar door water én bloed" (1 Joh 5,6). Het water heeft blijkbaar een aanvulling nodig. Waarom? Het water roept de "geest"-elijke betekenis op van Jezus' dood: "Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Hiermee doelde Hij op de Geest, die zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen, want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was (aan het kruis)" (Joh 7,38-39). Wij drinken uit Jezus' hart ons leven, het levende water, het water van de Geest waaruit wij opnieuw geboren worden: "Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan" (Joh 3,5). Want "wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven" (Joh 4,14). Jezus' geestelijke vruchtbaarheid was (en is) minder aangevochten. In hogere kringen toen (en nu weer opnieuw) speculeerde men graag over de geestelijke betekenis van oude symbolen en historische, eerbiedwaardige personen. Water is het symbool van een nieuw tijdperk (onder het teken van Aquarius, waterman) waarin de oude religies met hun aardse, stoffelijke symbolen moeten plaats maken voor nieuwe, meer geestelijke symbolen. Maar deze geestesbeweging ontbindt wat God in Jezus gebonden heeft, namelijk God en mens, water én bloed. De uitdrukkelijke vermelding van de doorsteking van Jezus' zijde en het wegvloeien eerst van het bloed en dan pas van het water, wil de voorrang van het bloed herstellen. Want Jezus werd wel degelijk door het lijden gebroken. Niet naar de geest, wel naar het lichaam. Hij werd door het lijden geraakt: "Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken" (Jes 53,5). Daarom spreekt Johannes ook van vlees: "Het Woord is vlees geworden" (Joh 1,14); van "vlees eten", ja zelfs van vlees "kauwen": "het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven van de wereld". Op het voor de hand liggende bezwaar: "Hoe kan Hij zijn vlees te eten geven?" volgt slechts de herhaling: "Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven ... Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed niet drinkt, blijft in Mij en Ik in hem" (Joh 6,51-56).
Vlees en bloed accentueren het offerkarakter van de menswording en van de verlossing. Het heeft Jezus' hartebloed gekost, zijn laatste druppels bloed. Wij drinken ons leven uit zijn door, uit zijn leegbloedend hart. Daarom wordt niet gezegd dat wij worden gereinigd door het water, maar merkwaardigerwijze wel door het bloed: "het bloed van zijn Zoon Jezus reinigt ons van elke zonde: (1 Joh 1,7). Het bloed wint het van het water wat reinigende kracht betreft: "de getekenden en de grote menigte die niemand tellen kon uit alle rassen en stammen en volken en talen die voor de troon en voor het Lam stonden in witte gewaden en palmtakken in de hand", hebben de hemelse kleur van hun gewaad te danken aan het bloed van het Lam: "zij hebben hun gewaden wit gewassen in het bloed van het Lam" (Apoc 7,4-14).
Het heilig Hart van Jezus is een geheim van de menselijkheid van Jezus. Menselijk is zijn hart, menselijk zijn zijn gevoelens. Bovenmenselijk is de maat: tot de dood, tot de laatste druppel bloed. Bovenmenselijk ook is de kwaliteit van zijn liefde: voor zondige mensen. Dit hart is het hart van de wereld. Het klopt onstuimig voor elke mens, voor mij. Geloof ik dit? Ik kan God niet méér eer brengen dan door in zijn liefde te geloven.

 
"Die het gezien heeft, getuigt hiervan; zijn getuigenis is waar en hij weet dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij zoudt geloven."

Wat heeft hij gezien? Bloed én water. Dat was voor sint Jan een teken, dat het leven ontspringt aan het leegbloedend hart van de mensgeworden God. Het is een teken. Geen bewijs. Wij worden niet gedwongen. Anders zou het geen geloof zijn. Het zien van de getuige Johannes is dan ook niet zo maar gewoon zien. Het is een vorm van "iets erin zien", een vorm van beschouwen of contempleren, dat is met liefde zien. En wat zag sint Jan in de tekenen van bloed en water? Dat het geheim van de verlossing een geheim van liefde is. Daarom ook zal Jezus straks bij zijn verschijning aan Tomas wijzen naar zijn zijde: "Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig" (joh 20,27). Tomas was dan wel tenslotte een ooggetuige geworden, maar ook hij was en bleef aangewezen op zijn geloof: "Wees ... gelovig!" Goede daden kun je zien en goede woorden kun je horen, maar of die goede woorden en daden voortkomen uit een liefdevol hart, kunnen we niet zien. Want daarvoor hebben we een eigen zintuig: het geloof. Hier is het de goede plaats in de liefde van Jezus' hart te vernieuwen en "met alle heiligen te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat" (Ef 3,18-19).

 
"Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden: Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld, terwijl nog een ander Schriftwoord zegt: Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken."

Als je eenmaal gelooft, gaat de hele heilige Schrift van Hem spreken. Hier is het Exodus (12,46), waar van het paaslam staat dat er geen been van mocht worden gebroken. Jezus is immers het ware paaslam dat voor het heil van het volk is geslacht: "Toen zag ik tussen de troon met de vier dieren en de kring van de oudsten een lam staan, als geslacht (vandaar het bloed), met zeven horens en zeven ogen - dit zijn de zeven geesten Gods, (vertegenwoordigd door het water) uitgezonden over heel de aarde" (Apoc 5,6). De kruisiging vond plaats rond de tijd waarop de pascha-lammeren in de tempel geslacht werden: "ook ons paaslam is geslacht: Christus zelf" (1 Kor 5,7).
Door de lanssteek ging in vervulling wat Zacharias voorzegde: "dan zullen zij opzien naar hem die zij doorstoken hebben" (Zach 12,10). Met ander woorden: God is trouw. In Jezus vervult God zijn eens gegeven woord. Heel de geschiedenis van het Joodse volk is opgenomen in Gods liefdesplan. In Jezus vervuld God niet alleen de diepste verlangens naar liefde van mijn eigen hart, maar ook van heel het volk van God, ja van heel het mensdom: "Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem aanschouwen, en ook zij die Hem doorstoken hebben" (Apoc 1,7).

Eindigen in de vorm van gesprekken, met Jezus, van hart tot hart. Van Jezus naar de Vader. Bij de Vader van Jezus mijn hart uitstorten. Misschien zijn het maar dwaze woorden die ik weet te zeggen, want het hart heeft redenen die het verstand niet kent. Een Onze Vader bidden. Met het hart, dus langzaam.

Na afloop kan ik proberen te onderscheiden door wat voor soort geesten ik werd bewogen, bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? Mijn verstrooiingen draaien doorgaans om mensen en dingen die ik nog niet zo kan liefhebben met de liefde van Christus.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Waar ontstond er een liefdesbeweging naar Hem toe?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? De werkelijke bewegingen van het hart blijken soms pas na afloop van het gebed. Wanneer men geen moeite meer doet om zich te concentreren, kan soms naar boven komen wat Hij aan je gedaan heeft.