Feest van de heilige Drie-eenheid,
                  jaar B
                                      Zondag na Pinksteren


Eerste lezing: Deuteronomium 4,32-34.39-40 [B 107]; antwoordpsalm: Psalm 33,4-5.6.9.18-19.20.22 [B 107];
Tweede lezing: Romeinen 8,14-17 [B 108]; vers voor het evangelie: Dan 3,52 [B 109]
Evangelie: Matteüs 28,16-20 [B 109]


Inleiding  

Vandaag, op deze zondag na Pinksteren, vieren we het Feest van de heilige Drie-eenheid.  Met Pinksteren gebeurt er iets dat waar te nemen is. Bij de menswording zie je iets gebeuren. Bij Jezus aan het kruis is er iets te zien. Maar hoe zit dat bij dit geheim? Wanneer gebeurt dit geheim? In welk jaar? En hoe gebeurt het dan?
Dit is niet een geheim zoals de andere geheimen. Het wil niet zeggen dat het níet gebeurt, maar het gebeurt niet één keer, het gebeurt altijd. Elke openbaring van de Zoon is tegelijkertijd ook een openbaring van de Vader en de heilige Geest. De Zoon komt nooit alleen. Ze zijn altijd samen. De heilige Drie-eenheid gebeurt daarom altijd, nu op dit moment nu wij eucharistie vieren, maar ook in de schepping, ook in het dagelijks leven van alle dag. We openen de viering van de eucharistie met het noemen van de drie goddelijke Personen en we besluiten de eucharistie met het noemen van diezelfde namen. Het is zoiets als de plaats van de ouders in het gezin. Dat gebeurt ook altijd. Dat is niet los te denken van het bestaan van de kinderen en die gebeuren ook altijd. Dus gebeuren die ouders ook altijd. Je zou kunnen zeggen: God heeft ons binnengehaald in zijn binnengoddelijk leven. Als in een tweede geboorte, als in een nieuwe geboorte, een wedergeboorte zijn wij in Hem geboren.
Dat is dan ook wat wij iedere keer vieren aan het begin van de zondagse eucharistie, niet als een vorm van projectie: zo zouden wij dat graag willen, dat is een mooie gedachte, een mooi rustgevend beeld voor onze rusteloze gedachten. Nee, God heeft Zich geopenbaard, God heeft Zich meegedeeld, en wij zijn wat de Zoon is: kind van de Vader. Jezus is dat van nature en wij door genade. Hij is onze geschiedenis binnengekomen via het volk van Abraham, de vader van alle gelovigen, en in Jezus. In díe naam zijn wij gedoopt, in die naam willen we ons opnieuw laten besprenkelen met het gewijde water, en ons toewijden aan Hem die Zich heeft toegewijd aan ons.
                         
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

De elf leerlingen begaven zich naar Galilea,
naar de berg die Jezus hun aangewezen had.
Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer;
sommigen echter twijfelden.
Jezus trad nader en sprak tot hen:
“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.
Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen
en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.
Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”

Homilie
 

'Gezegend zij de heilige Drievuldigheid'. Zo begonnen wij deze viering. 'Heilige Drievuldigheid en de ongedeelde Eenheid.' Eén en toch Drie! Eén natuur en drie Personen! Onbegrijpelijk! We kunnen ons verstand erover breken. De geheimen van ons geloof, waarvan dit het centrum is, zijn als verblindende lichten. Het is alsof je recht in de zon kijkt. Dat is slecht voor je ogen, dat moet je niet doen, want dan wordt alles duister. Maar wat we wel kunnen doen, is met het licht van de zon meekijken naar wat erdoor verlicht wordt. Zo is het ook met ons verstand. We zien niet, we kunnen het niet vatten, het is duister. Maar we kunnen wel de drie goddelijke Personen aan ons laten gebeuren.

Wat is de Drievuldigheid? Eigenlijk moet je dat zo niet vragen. Alsof de Drievuldigheid iets op zichzelf is, alsof je God kunt losmaken van alles, ook van jezelf, alsof je er buiten staat. Wat je wel kunt zien, is, hoe Hij aan het werk is. Ook hier, nu, in de viering van de eucharistie. Als ik u hier zo voor mij zie zitten, heel uw leven toegewijd aan zijn aanwezigheid onder de mensen, dan moet ik denken aan dat woord: "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde." Dan zie ik hier voor mij hoeveel macht Jezus over u heeft. Hij krijgt het toch maar voor elkaar, dat Hij u zo aan Zich weet te binden; dat Hij u alles doet verlaten: huis en haard, familie, uw eigen leven. Hij is uw alles.


Als er een Europees voetbalkampioenschap aan de gang is, is heel Europa in de ban van een paar voetbalsterren. De mensen hebben er veel voor over. Ze trekken weg van huis en haard, ze worden in de ban gebracht, het voetbal beheerst de gesprekken, er wordt over niets anders meer gepraat, ze worden weggezogen van alles wat hun eigen is. Ze zetten het hele leven op stelten. Er vindt een proces plaats van vervreemding, en dat ergert mensen nogal eens. Maar bij Jezus is het net omgekeerd. Hij zegt: "Zie, Ik ben met u." Bij Hem komen mensen juist helemaal tot zichzelf. Ze worden op een nieuwe manier aan zichzelf teruggeschonken.

Een aantal jaren geleden was ik op de zaterdag vóór het Feest van de heilige Drie-eenheid in Den Haag, in het Willibrordushuis, voor de meditatieviering. Na afloop liep ik even langs een mevrouw die daar aan de balie zit en een oogje in het zeil houdt voor de in- en uitgaande mensen en ze zegt: Er was vanmorgen een mevrouw en die zegt tegen me: Ik zit toch zo graag in die kapel waar de altijddurende aanbidding wordt gehouden, (tenminste overdag), daar voel ik toch zo'n rust over mij komen, dat ondervind ik gewoon nergens zo sterk als hier. - Terwijl ze daar de mensen ziet binnenkomen en naar bovengaan, naar die andere kapel, vraagt ze aan die mevrouw aan de balie: Wat is hierboven gaande? Deze legt het rustig uit: Er komt een priester, hij leest het evangelie voor en daarna legt hij uit, hoe je dat evangelie op jezelf kunt betrekken. Zegt die mevrouw: O, dat wil ik wel eens meemaken. Ze gaat naar boven en maakt die plechtigheid mee. Na afloop komt ze weer langs die balie en zegt tegen die mevrouw: Dat is nu net wat ik nodig heb. Het was net alsof het allemaal voor mij persoonlijk werd gezegd.

Hier zijn twee dingen aan de hand: eerst die ervaring van, laat ik zeggen, die geborgenheid, daar in die aanbiddingskapel, een ervaring van veiligheid, een kind-vader gevoel, een oergeborgenheid, onvoorwaardelijk, zoals Mozes zegt tot zijn volk: "Denkt er aan, er is geen ander. Met Hem word je gelukkig en zul je lang leven op de grond die de Heer uw God u voor altijd schenkt." Die mevrouw was aangekomen op de grond van haar bestaan en ze is niet alleen maar een kind dat God Zich heeft toegeëigend, ze heeft ook een eigen leven en daarin, in dat eigen leven, voelt ze zich in die andere kapel persoonlijk aangesproken. Hij kent haar van binnen, beter dan zij zichzelf kent. Hij geeft antwoorden op vragen; Hij is het antwoord op haar vragen.
God is zelf het antwoord op de vragen die de mensen stellen, of liever gezegd: op de vragen die de mensen zíjn. Ze zijn één en al vraag en Hij is één en al antwoord. Wij zijn Abba-Vader roepers! Wij zoeken God en God geeft Zich als Vader.

De heilige Geest maakt mij dus ontvankelijk voor de woorden die God-Vader míj nu wil schenken. Daarom belijden wij straks ook ons geloof als: 'Ik geloof'. En bij de heilige communie zegen we: 'Ik ben niet waardig'. Heel die gemeenschap, die onderling zo verschillend is, valt in nog kleinere delen uiteen, zovele 'ikken', die allemaal terugvallen in de grond van hun bestaan: God, Die alles voor hen is: zijn alles en allen omvattende vaderliefde en zijn alles en allen omvattende barmhartige liefde.