Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Feest van de Heilige Familie


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
13 Toen de Wijzen waren heengegaan,
verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef
en sprak:
"Sta op, neem het Kind en zijn moeder,
vlucht naar Egypte
en blijf daar tot ik u waarschuw,
want Herodes komt het Kind zoeken om het te doden."
14 Hij stond op
en week in de nacht met het Kind en zijn moeder
naar Egypte uit.
15 Daar bleef hij tot aan de dood van Herodes,
opdat in vervulling zou gaan
wat de Heer gesproken had door de profeet:
"Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte."
19 Nadat Herodes gestorven was,
verscheen in Egypte een engel van de Heer
in een droom aan Jozef en zei:
20 "Sta op, neem het Kind en zijn moeder
en trek naar het land Israël,
want die het Kind naar het leven stonden,
zijn gestorven."
21 Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder
en ging naar het land Israël.
22 Toen hij echter hoorde, dat Archelaüs
in plaats van zijn vader Herodes,
over Juda heerste,
vreesde hij daarheen te gaan;
van Godswege in een droom ingelicht,
begaf hij zich daarom naar het gebied van Galilea.
23 Hier aangekomen,
vestigde hij zich in een stad, Nazaret geheten,
opdat in vervulling zou gaan
wat door de profeten gezegd was:
"Hij zal een Nazoreeër genoemd worden."
Matteüs 2, 13-15.19-23

Ermee beginnen mij te ontspannen om in de gesteltenis te komen van iemand die gaat ontvangen, zoals Jozef in de slaap de leiding ontvangt van de hemel. Alles loslaten, aan niets vastzitten, zoals Jozef, tenzij aan Hem en aan zijn heilige wil. Mijn geest laten rusten in Hem.

Een paar passen voor de plaats waar ik ga bidden, staande me zijn tegenwoordigheid te binnen brengen, zien hoe Hij mij ziet, mij wil beschermen tegen de gevaren die mij bedreigen, zoals Hij over Jezus zijn Zoon heeft gewaakt. Ik kan mijn vertrouwen en mijn eerbied uitdrukken en laten groeien door een gebaar van eerbied.

Dan neem ik de houding van het gebed aan, liggend, zittend of geknield, de houding die mij het meeste helpt om vrij te zijn voor Hem. Mijn innerlijk beantwoordt pas dan aan deze gebedshouding, wanneer ik door het verlangen bezield word God met mijn hele leven te dienen. Dit vraag ik dan ook als een genade: dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

Nu bereid ik me erop voor om het geheim van Jezus binnen te gaan. Eerst overzie ik in het kort de geschiedenis: Het kind Jezus wordt door dodelijke gevaren bedreigd van de kant van de mensen, maar door Gods vaderhand beschermd. Daarvoor neemt de Vader bepaalde mensen in dienst: Jozef en Maria die Hij als zijn werktuigen hanteert en die zichzelf daarvoor ook laten gebruiken. De geschiedenis gaat door: altijd en overal is het kind bedreigd. Maar altijd en overal zijn er vaders en moeders die door God zelf in dienst worden genomen om het weerloze kind te beschermen.

Ik stel me de plaats voor: een of andere voorstelling van de vlucht naar Egypte.

Tenslotte ga ik bij mijzelf te rade of er ook binnen in mij een verlangen leeft om dieper door te dringen in het geheim van Jezus. Als ik dat bemerk, dan kan ik dat verlangen ook tot een gebed maken en Hem als een bijzondere genade vragen wat ik verlang: een innerlijke kennis van Christus onze Heer, zodat ik Hem meer van harte moge beminnen en van meer nabij navolgen.

 
"Toen de Wijzen waren heengegaan, verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef en sprak: Sta op, neem het Kind en zijn moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik u waarschuw, want Herodes komt het Kind zoeken om het te doden."

Het bestaan van een klein kind op onze wereld is uitermate riskant. Het kan nog geen halve dag zonder zijn ouders. En zelfs dezen kunnen het kind nog lang niet altijd tegen alle lichamelijke en psychische gevaren beschermen, laat staan tegen de morele gevaren. Ook Jezus heeft aan de ongeborgenheid van het mensenbestaan willen deelhebben. Hij komt in een ongastvrije wereld: "er was voor hen geen plaats in de herberg" (Lc 2,7); "De zijnen aanvaardden Hem niet" (Joh 1,2). Herodes wil het Kind vermoorden.
Ik keer nu in mijzelf en zie hoe onze samenleving vervuld is van weerzinwekkende wreedheid tegenover kinderen: kindermoord door de eigen moeders, verkeersongelukken, vergiftiging door huishoudelijke materialen en medicijnen, mishandeling van kinderen, misbruik van kinderen en dan heel die kind-vijandige mentaliteit die kinderen beschouwt als een sta-in-de-weg voor de eigen zelf-ontplooiing. En al dat kwaad zou stilstaan bij de drempel van mijn eigen hart? Is het kind in mijzelf wel zo veilig? Hoeveel mensen schoppen niet tegen het kind in zichzelf aan, stoppen het weg, laten het verkommeren van eenzaamheid en verdriet. Zij wenden zich af van de gevoelens van afhankelijkheid. En dat is juist het kostbaarste wat ze hebben. Meer dan hun grootheid en zelfstandigheid. Want de kinderlijke gevoelens van afhankelijkheid en bevreesdheid, mits in vertrouwen op God aanvaard, zijn in staat ons de bijzondere bescherming van onze hemelse Vader te bezorgen. Zoals het aan zijn eigen Zoon Jezus gebeurde. Geloof ik dit?

 
"Hij stond op en week in de nacht met het Kind en zijn moeder naar Egypte uit. Daar bleef hij tot aan de dood van Herodes, opdat in vervulling zou gaan wat de Heer gesproken had door de profeet: Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte."

Het evangelie ziet niet zozeer de vlucht als wel de terugkeer uit Egypte. Zoals Mozes met heel het volk uit Egypte terugkeerde naar het beloofde land, zo keert Jezus als een nieuwe Mozes uit Egypte naar het nieuwe beloofde land. En en passant neemt Hij heel zijn volk mee. Ook ik hoor bij dat volk. Ik ben in die Zoon opgenomen. Verlost uit het moordend geweld van de zonde. Daarvoor mag ik Hem nog wel eens bedanken.
Bij deze bevrijdingsoperatie maakt de hemelse Vader gebruik van de diensten van Jozef en Maria. Steeds weer moet Jozef horen: "Sta op, neem het Kind en zijn moeder" (2,13.20). Steeds weer moet hij opbreken. Steeds weer achterlaten en gaan waarheen God hem beveelt. Elke keer moet Jozef als het ware over zijn hart heenspringen, weg van wat hem vertrouwd en lief geworden is. Nooit mag hij zich in zijn eigen wensen nestelen. Want steeds weer doorkruist Gods beschikking zijn plannen. Dit is Jozef ten voeten uit: hij hoort iets onbegrijpelijks. Hij gelooft. En hij breekt op, zonder te talmen. Hij stelt zich geheel en al beschikbaar om binnen te gaan in de duistere plannen van God. Jozef is een man naar Gods hart. Een en al dienstwillige gehoorzaamheid. Ook al moet het midden in de nacht, op tochtige en winderige wegen, in een onhuiselijke stal, in een ongastvrij, vreemd land. Hij is de man die nooit vroeg. Hij ging: "Hij nám het Kind en zijn moeder en ging" (2,21). Een model voor de christelijke vader.

 
"Nadat Herodes gestorven was, verscheen in Egypte een engel van de Heer in een droom aan Jozef en zei: Sta op, neem het Kind en zijn moeder en trek naar het land Israël, want die het Kind naar het leven stonden, zijn gestorven. Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder en ging naar het land Israël."

Kind wordt steeds tesamen met zijn moeder genoemd (2,13.14.20.21). Met weglating van haar naam. Want Maria wordt niet omwille van haarzelf genoemd, maar omwille van haar dienst als moeder.

 
"Toen hij echter hoorde, dat Archelaüs in plaats van zijn vader Herodes, over Juda heerste, vreesde hij daarheen te gaan; van Godswege in een droom ingelicht, begaf hij zich daarom naar het gebied van Galilea. Hier aangekomen, vestigde hij zich in een stad, Nazaret geheten, opdat in vervulling zou gaan wat door de profeten gezegd was: Hij zal een Nazoreeër genoemd worden."

Het evangelie laat zien hoe in Jezus, zijn lot, tot en met de naam van de plaats toe het plan van God vervuld wordt. In deze mens maakt God zelf geschiedenis, heilsgeschiedenis. Want als inwoner van Nazaret is Jezus een "neser", dat wil zeggen "de nieuwe tak", die de profeet Jesaja in de heilige Geest had zien opschieten uit de wortel van Jesse. En zo zet God toch zijn plannen door tegen alle moorddadige plannen van de mensen in. Als God maar goede en heilige werktuigen heeft die met Hem in geloof en vertrouwen verbonden zijn, staan de boze machten machteloos. Ook in mijn leven. Want de geschiedenis van Jezus is mijn eigen geschiedenis.

Aan het einde niet zo maar abrupt het gebed afbreken. Dat doe je immers ook niet na een goed gesprek. Je vat nog eens samen, komt terug op wat het hart meer heeft geraakt. Blijf bij elk van de personen even stilstaan: Jozef, Maria, Jezus en de Vader die op de achtergrond de regie van alles in handen heeft. Een Onze Vader bidden, langzaam en eerbiedig, zodat de woorden ervan vollopen met de ervaring van dit gebed.

Na afloop is het goed om even terug te kijken in een reflexie om te zien waar je niet zo en waar je wel meer met Hem verbonden was:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? Mijn verstrooiingen geven aan waar ik in mijn leven aan vastzit, waar ik niet zo beschikbaar ben als Jozef.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Het hoeft wel geen engel geweest te zijn die mij namens de Vader aansprak, maar in het gebed is het toch de Schepper en Heer zelf die zich aan zijn schepsel onmiddellijk meedeelt. In welke woorden of gedachten, gevoelens of houdingen merkte ik daar iets van?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? Het gebed gaat niet als een nachtkaars uit, maar blijft soms branden als een devotie-lichtje.