Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Hemelvaart van de Heer


U it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Marcus
15 Toen Jezus aan de elf verscheen,
sprak Hij tot hen:
"Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.
16 Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden,
maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.
17 En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen:
in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven,
nieuwe talen spreken,
18 slangen opnemen;
zelfs als ze dodelijk vergif drinken,
zal het hun geen kwaad doen;
en als ze aan zieken de handen opleggen,
zullen dezen genezen zijn."
19 Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had,
werd Hij ten hemel opgenomen
en Hij zit aan de rechterhand van God.
20 Maar zij trokken uit om overal te prediken,
en de Heer werkte met hen mee
en schonk kracht aan hun woord
door de tekenen die het vergezelden.
Marcus 16, 15-20

Boven het gewoel van de wereld en van mijn eigen hart uit heb ik een vast punt: Jezus die vanuit "de rechterhand van God" met de kerk op aarde meeleeft en vooral meewerkt: "de Heer werkte met hen mee". Bij Hem mijn geest laten rusten. Ik hoef het niet allemaal alleen te doen.

Bij de plaats van het gebed eerst staande me zijntegenwoordigheid te binnen brengen. Doordat Jezus ten hemel is opgenomen, is zijn aanwezigheid niet meer gebonden aan de wetten van tijd en ruimte. Overal waar wij zijn, kan Hij met ons zijn. Dus ook nu bij mij. Eigenlijk zou ik altijd moeten leven in het besef van zijn liefdevolle tegenwoordigheid. Ik kan dat nu vragen als een genade: dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

Ik breng mij nu de geschiedenis te binnen: Jezus geeft bij zijn laatste verschijning aan de apostelen een universele zending: de hele wereld, heel de schepping moet het evangelie verkondigd krijgen. Geloof en doopsel moeten het antwoord zijn op deze verkondiging. Want daarvan is afhankelijk of men gered dan wel veroordeeld wordt. Daarop "werd de Heer Jezus ten hemel opgenomen". Sindsdien zit Hij aan de rechterhand van God. De leerlingen kunnen dat maar al te goed merken, namelijk aan de kracht die er bij hun prediking en bij hun machtsdaden van Hem uitging. De hemelvaart heeft iets van een finale, maar is in feite een ouverture. Nu begint Jezus pas goed.

Om in het geheim binnen te komen, helpt het, wanneer ik me de plaats voor ogen stel waar zich dit heeft afgespeeld: een plaats op aarde en een plaats in de hemel. In de hemel: een ereplaats, Gods rechterhand. De plaats op aarde: een nederige plaats, de zaal van het laatste avondmaal, vervuld van de symbolen van vernedering, de voetwassing en van zelfopoffering: het avondmaal. Welke situaties of plaatsen in mijn of ons aller leven hebben iets van die plaatsen in Jezus' leven? De liefdevolle beschouwing van het geheim van zijn hemelvaart kan mij helpen om die plaatsen van schijnbare zinloosheid evenals het kruis van Jezus open te zien voor een vervulling van Godswege.

Om dat te kunnen zien, heb ik een bijzondere genade nodig. Daar kan ik nu om vragen: dat ik Jezus zo mag leren kennen, dat in zijn licht heel mijn leven opengaat voor God.

 
"Toen Jezus aan de elf verscheen, sprak Hij tot hen: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping."

Om zijn leerlingen te kunnen uitzenden, moest Jezus eerst aan hen verschijnen. Want zij moesten getuigen worden van zijn verrijzenis. Dit geldt voor alle apostolaat. Je kunt alleen apostel zijn van Jezus, wanneer Jezus voor je leeft en wanneer je zelf leeft uit de levende Jezus. Daarom is gebed voorwaarde voor het apostolaat. Want in het gebed leef je van Jezus die leeft. Niet een leven van deze wereld, zoals bij de opwekking van Lazarus en Jaïrus' dochtertje. Het leven van de verrezen Heer "heeft alleen met God van doen" (Rom 6,10). Daarom krijgt zijn zending ook een bovenmenselijke reikwijdte: "de hele wereld" en "heel de schepping". Zulk een zendingsbevel staat gelijk met een bevel je eigen wereldje op te geven. En ook dat is alleen maar mogelijk, wanneer mensen leven van Jezus.

 
"Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden."

Leven en dood, redding en ondergang, ze hangen af van je geloof in Jezus. Niet dat Jezus zelf zal veroordelen. Hij is juist zelf veroordeeld. Ook onze redding is een gered worden door God de Vader. Precies zoals bij Jezus: toen Hij aan het kruis hangend werd uitgedaagd om zichzelf te redden, bleef Hij het antwoord schuldig. Hij bleef trouw aan zijn naam: Jezus. Dat betekent: Gód redt. Geloven betekent dan ook, dat wij onze redding helemaal aan God moeten overlaten. Niet jezelf redden, maar gered willen wórden. Geen zelfverlossing.

 
"En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken, zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen, zullen dezen genezen zijn."

Met de tekenen is het als met je redding. Je moet ze niet in de hand willen nemen; je mag ze niet eisen. Tekenen eisen is een vorm van ongeloof: "Om Hem op de proef te stellen verlangden ze van Hem een teken uit de hemel. Hij slaakte een zucht uit het diepst van zijn hart en zei: Wat verlangt dit geslacht toch een teken? Voorwaar, Ik zeg u: in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden" (8,11-12). Tekenen moeten je gegeven kunnen worden, zodat je jezelf in geloof kunt overgeven aan de werkelijkheid die door het teken wordt opgeroepen. Dit soort tekenen vergezellen nog steeds de gelovigen: steeds weer wordt de macht van het kwaad gebroken, steeds weer zien we hoe mensen door het geloof resistent worden voor de zieldodende sfeer van een giftig levensklimaat. Tekenen gebeuren nog steeds in veelvoud. Maar zichtbaar en betekenisvol zijn ze alleen voor wie wil geloven.

 
"Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en Hij zit aan de rechterhand van God."

Jezus heeft niet ten onrechte zijn geloof op God gesteld en zijn redding aan Hem alleen overgelaten. Want nu worden zijn leerlingen gewaar hoe Hij in een extase van blijdschap wordt opgenomen door God. Ook hier weer helemaal passief. Juist zoals bij zijn lijden. Zelf de hemel willen bestijgen, dat is zonde. Zonde is eigenmachtige hemelvaart. Het is zelf willen doen wat alleen de Vader toekomt. Het is zelfverheffing. Het is een vorm van eigenmachtige hemelvaart, zoals toen de bewoners van Babel een toren wilden bouwen met een top die tot de hemel reikt. Zonde was het, toen Adam en Eva aan God gelijk wilden zijn en om dat te bereiken wilden eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Dat is een zonde die steeds weer bedreven wordt, wanneer mensen zeggen, dat zij zélf wel zullen uitmaken wat goed en kwaad is, en ertegen in opstand komen dat goed en kwaad hun verworteling hebben in God, zodat je daar niet zelf naar willekeur over kunt beschikken. Zulk een eigenmachtige hemelvaart loopt altijd uit op een hellevaart:

"Hoe zijt gij uit de hemel neergestort,
Morgenster, zoon van de dageraad!
Daar ligt hij neergesmakt in de onderwereld,
overwinnaar van de volken!
Gij hebt bij uzelf gedacht:
Ik klim naar de hemel;
hoog boven Gods sterren plaats ik mijn troon;
zetelen zal ik op de berg waar de goden samenkomen,
op de hoogste toppen van de Safon.
Ik stijg hoog op de wolken
en word aan de Allerhoogste gelijk.
Maar nu zijt gij in het dodenrijk geworpen,
in het diepst van de afgrond" (Jes 14,12-15).

Hoogmoed komt ten val. Maar Jezus' hemelvaart had daarom zo'n gunstig verloop, omdat Hij voor zichzelf niets dan de laatste plaats heeft gewild:

"Hij die bestond in goddelijke Majesteit,
heeft zich niet willen vastklampen
aan de gelijkheid met God:
Hij heeft zich van zichzelf ontdaan
en het bestaan van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd,
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
tot de dood aan een kruis.

Daarom heeft God Hem hoog verheven
en Hem de Naam verleend
die boven alle namen is,
opdat bij het noemen van zijn naam
zich iedere knie zou buigen
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
Jezus Christus is de Heer" (Fil 2,6-11).

Hemelvaart is een mysterie dat op een zeer werkdadige manier de onderlinge verhoudingen van de mensen kan corrigeren. Deze nederige opstelling in de trant van Jezus is nodig, willen de mensen in harmonie met elkaar leven. Sint Paulus roept de Filippenzen op tot "eenheid van denken ... eenheid in de liefde ... saamhorigheid en eensgezindheid": "Geeft niet toe aan partijzucht en ijdelheid, maar acht in ootmoed de ander hoger dan uzelf. Laat niemand alleen zijn eigen belangen behartigen, maar liever die van zijn naasten. Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Christus Jezus bezielde" (Fil 2,1-5): zijn vrijwillige keuze voor de vernedering, voor de laatste plaats. Ik kan nu mijn eigen leven beschouwen, mijn zelfverheffing, luchtkastelen, dagdromen, mijn opstandigheid bij vernederingen, moedeloosheid bij teleurstelling.

 
"Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden."

Voor het gevoel van de eerste christenen is Jezus met zijn hemelvaart niet weggegaan. Vanaf de rechterhand van zijn Vader waar Hij zít (tegenwoordige tijd!) werkt Hij actief en werkdadig mee met de prediking van de jonge kerk. Hij is voortaan onzichtbaar. Maar dat heeft het voordeel, dat zijn werking en medewerking niet meer gebonden is aan de wetten van tijd en ruimte. Overal waar de christenen zijn en prediken, kan Hij met hen zijn, met zijn machtsdaden (tekenen) en met zijn kracht, dat is de heilige Geest.
Christus "is de hemel zelf binnengaan om er nu, voor onze zaak, bij God present te zijn" (Hebr 9,24).

Aan het eind gesprekjes voeren. Met Jezus die uit zijn hoge hemel is neergedaald om er helemaal voor ons te kunnen zijn. Me dan door Jezus naar de Vader laten leiden, de Vader aan Wie Jezus zich met zo'n gerust hart heeft overgegeven door alle verlatenheid heen.
Tenslotte ook dit gebed niet willen vasthouden, maar het laten opnemen in het gebed van de kerk, het Onze Vader.

Tenslotte profiteren van de gegroeide gevoeligheid voor de verschillende geesten die zich in mij bewegen, met de bedoeling deze beter te onderscheiden. Daartoe kunnen de volgende vragen helpen:

  1. Waar was ik, toen ik niet bij Hem was? Mijn verstrooiingen bewegen zich op die gebieden van mijn leven waar ik het heft zelf in handen wil houden, waar ik eigenmachtig optreed.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Gevoelens, houdingen, woorden waarbij ik een liefdesbeweging ervoer naar God toe.
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? Evenals bij het verlaten van de aarde Jezus met zijn kracht voelbaar aanwezig blijft, zo kan ook na afloop de kracht van het gebed voelbaar blijven.

Hemelvaart van de Heer