Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Dertiende zondag door het jaar


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
37 In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen:
"Wie vader of moeder meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig;
wie zoon of dochter meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig.
38 En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt,
is Mij niet waardig.
39 Wie zijn leven vindt, zal het verliezen,
en wie zijn leven verliest om Mijnentwil,
zal het vinden.
40 Wie u opneemt, neemt Mij op;
en wie Mij opneemt,
neemt Hem op die Mij gezonden heeft.
41 Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is,
zal ook het loon van een profeet ontvangen;
en wie een deugdzaam mens opneemt,
omdat het een deugdzaam mens is,
zal ook het loon van een deugdzame ontvangen.
42 En wie een van deze kleinen,
al was het maar een beker koud water geeft,
omdat hij mijn leerling is,
voorwaar, Ik zeg u:
Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan."
Matteüs 10, 37-42

Ermee beginnen me los te maken van werk, contacten, gebeurtenissen, alles wat ik uiteindelijk niet ben, om mijn geest te laten rusten bij Hem, de Enige die blijft en die mij blijvend geborgenheid kan schenken.

Een paar passen vóór de plaats waar ik ga bidden, staande me zijn tegenwoordigheid bewust maken, hoe Hij mij nooit uit het oog verliest, ja zichzelf verbindt met het lot van de geringste van zijn broeders. Ik druk mijn eerbied voor Hem uit met een gebaar van eerbied. Door mijn lichaam te buigen, buig ik mijn geest voor Hem die zich zozeer over mij wil heenbuigen.

Dan neem ik de houding aan van het gebed, liggend, zittend of geknield, een houding die mij helpt mij open te stellen voor het peilloze geheim van Gods grootheid en zijn onbegrijpelijke nabijheid. Aan dat geheim van God doe ik op dit moment pas helemaal recht, wanneer ik mijn besluit vernieuw, dat ik Hem niet alleen met dit gebedsuur, maar ook met heel mijn leven wil dienen.
Daartoe vraag ik Hem als een genade, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

Nu ga ik het mysterie binnen van Gods genadige toewending tot ons mensen in zijn eigen Zoon, eerst door me de geschiedenis voor de geest te roepen. Het is het laatste deel van de rede waarmee Jezus zijn leerlingen uitzendt. In deze rede begon Jezus ermee te zeggen wat zij te doen hadden (10,5-15). Vervolgens kondigde Hij hun aan wat hun te wachten zou staan: vervolgingen van de kant van de staat (10,17-20) en van de kant van de familie (10,21). Vervolgens zegt Hij hoe zij aan deze vervolgingssituaties het hoofd moeten bieden (10,26-33). In deze laatste passage komt Jezus nog eens terug op die verhouding ten opzichte van de eigen familie. Want de familie-band is de sterkste. Méér nog dan tegenstand van buitenstaanders (staat, maatschappij) is tegenstand van binnen de familiekring in staat een beweging tegen te houden. De persoonlijke band met Jezus heeft de voorrang op alle andere banden, zelfs op de band met het eigen leven.
Hoe houdt een mens het uit in zo'n thuisloos leven? Jezus zegt: wees maar niet bezorgd. Je krijgt een nieuw thuis, de kerk, en in de kerk de verbondenheid met Jezus en met zijn Vader! Een hemel die op aarde al begint.

Om niet te gaan zweven en me van de persoon van Jezus te verwijderen stel ik me de plaats voor ogen waar Jezus deze rede heeft uitgesproken: ergens in Galilea, temidden van de zachtglooiende heuvels.

Met grote behoedzaamheid nader ik het geheim van Jezus, een genade die mij gegeven moet worden en die ik nu als een bijzondere genade vraag: dat ik Hem beter mag leren kennen, met een innerlijke kennis zoals Hij mij kent en liefheeft.

 
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: "Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig."

Dit betekent natuurlijk niet, dat wij vader en moeder niet zouden moeten beminnen, maar dat, als het op een keuze aankomt, Jezus de voorrang krijgt boven vader en moeder, boven zoon of dochter. Jezus heeft de ouderliefde hoog. Hij houdt deze voor aan de rijke man: "eer uw vader en uw moeder" (19,19). En Hij gebruikt de verhouding tussen de familieleden onderling om ons een idee te geven van de verhoudingen tussen de goddelijke Personen. Jezus zou God toch nooit "Vader" hebben genoemd, als Hij het vaderschap niet hoog zou hebben. Gezinnen kunnen gesloten werelden zijn die uit zichzelf vragen dat men er bovenuit stijgt. Dit vindt in de maatschappij plaats in allerlei grotere verbanden. Jezus maakt er aanspraak op, dat Hij boven de sterkste aardse verbanden uit gaat. Omdat de band met Jezus een persoonlijke band van liefde is, sluit de band met Hem dan ook de band met vader en moeder niet uit, maar in. Mochten vader en moeder het echter op een keuze laten aankomen, dan gaat Jezus voor.
Dat Jezus zoveel durft vragen, is alleen te verklaren uit wat Hij te geven heeft: méér dan vader en moeder, méér dan zoon of dochter. Ja, méér dan alles wat het leven leefbaar kan maken. Is Jezus dat voor mij?

 
"En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden."

Kruisiging was de Romeinse executie-methode voor slaven die een of andere misdaad op hun geweten hadden of zich aan een politiek vergrijp hadden schuldig gemaakt. Deze manier om iemand terecht te stellen was bedoeld om afschrik te wekken. Men mobiliseerde de hele publieke opinie tegen zo'n misdadiger door hem een ronde te laten maken door de stad met de kruisbalk op zijn schouders. Daar werd zo iemand dan als uitgestotene van de maatschappij het mikpunt van de algemene verachting. Dat beeld wordt gebruikt om aan te geven wat een christen er voor over moet hebben om Jezus te volgen. Je moet het ervoor over hebben, dat je de risee bent van je omgeving.
Steeds gaat het erom, dat een christen op een heilige wijze onverschillig is ten aanzien van alles wat niet God is. Zijn leven incluis. Want Jezus is méér, méér dan het leven. Dat zul je merken, wanneer je je leven verliest omwille van Hem in de getuigendood. Je zult het dan terugvinden in Hem. Want daartoe heeft Hij zich zo helemaal gegeven.

 
"Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft. Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. En wie een van deze kleinen, al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan."

Hoe houdt een mens het op aarde uit, als hij alles moet opgeven waarin mensen een thuis plegen te vinden? Jezus zorgt voor een nieuw thuis: de kerk waarin de gezondenen worden opgenomen als was het Christus zelf. En Jezus verzekert ons, dat zijn Vader er ook helemaal achter staat. Zoals de langstrekkende profeet (23,34; 2 Joh 10) en de rechtvaardige, mogen de leerlingen van Jezus die omwille van Hem klein geworden zijn (11,25; 18,3), op een goede ontvangst binnen de kerk rekenen, omdat Jezus zich met hen vereenzelvigt.
De kerk is het mystieke lichaam van Christus, waarin Jezus de grote Tegenwoordige is.
Deze zelfgave van Christus aan zijn kerk houdt een opgave in voor mij om in mijn mede-gelovigen altijd iets van Christus te zien.

Aan het eind het samenzijn verinnigen door met Jezus en de Vader gesprekjes te voeren. Jezus is heel dicht bij de Vader en de Vader bij Jezus. Beiden zijn ze heel dicht bij mij, ja in mij. Dat betekent, dat ik in de gesprekken met Hem meer gericht zal zijn op luisteren dan op zelf spreken. Een Onze Vader.

Een terugblik of reflexie doet me de genade meer bewust worden en dus dieper wortel schieten en zo word ik me ook meer bewust van het ongeordende in mij, waardoor ik er meer op verdacht ben. Een gewaarschuwd man telt voor twee

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? Verstrooiingen komen voort uit gebrek aan onthechting. De keerzijde van de medaille van de verstrooiingen is gebrek aan het besef van Gods heilige en liefdevolle tegenwoordigheid.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Waar werd ik bewogen door Gods nabijheid? Waar merkte ik, dat Jezus méér is dan psychische of verstandelijke bewegingen?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? Jezus houdt zich niet aan de nauwe kaders van het gebed. Hij is zo levend, dat Hij in mij leeft ook buiten het gebed. Dat kan ik onder andere merken aan mijn gevoelens voor Hem na afloop van het gebed.