Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 37 | "Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. |
| 38 | is Mij niet waardig. |
| 39 | en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. |
| 40 | en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft. |
| 41 | zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. |
| 42 | al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan." |
| Matteüs 10, 37-42 |
Ermee beginnen me los te maken van werk, contacten, gebeurtenissen, alles wat ik uiteindelijk niet ben, om mijn geest te laten rusten bij Hem, de Enige die blijft en die mij blijvend geborgenheid kan schenken.
Een paar passen vóór de plaats waar ik ga bidden, staande me zijn tegenwoordigheid bewust maken, hoe Hij mij nooit uit het oog verliest, ja zichzelf verbindt met het lot van de geringste van zijn broeders. Ik druk mijn eerbied voor Hem uit met een gebaar van eerbied. Door mijn lichaam te buigen, buig ik mijn geest voor Hem die zich zozeer over mij wil heenbuigen.
Dan neem ik de houding aan van het gebed, liggend, zittend
of geknield, een houding die mij helpt mij open te stellen voor
het peilloze geheim van Gods grootheid en zijn onbegrijpelijke
nabijheid. Aan dat geheim van God doe ik op dit moment pas
helemaal recht, wanneer ik mijn besluit vernieuw, dat ik Hem niet
alleen met dit gebedsuur, maar ook met heel mijn leven wil
dienen.
Daartoe vraag ik Hem als een genade, dat al mijn
bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in
dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.
Nu ga ik het mysterie binnen van Gods genadige toewending tot ons
mensen in zijn eigen Zoon, eerst door me de geschiedenis
voor de geest te roepen. Het is het laatste deel van de rede
waarmee Jezus zijn leerlingen uitzendt. In deze rede begon Jezus
ermee te zeggen wat zij te doen hadden (10,5-15). Vervolgens
kondigde Hij hun aan wat hun te wachten zou staan: vervolgingen
van de kant van de staat (10,17-20) en van de kant van de familie
(10,21). Vervolgens zegt Hij hoe zij aan deze
vervolgingssituaties het hoofd moeten bieden (10,26-33). In deze
laatste passage komt Jezus nog eens terug op die verhouding ten
opzichte van de eigen familie. Want de familie-band is de
sterkste. Méér nog dan tegenstand van buitenstaanders (staat,
maatschappij) is tegenstand van binnen de familiekring in staat
een beweging tegen te houden. De persoonlijke band met Jezus
heeft de voorrang op alle andere banden, zelfs op de band met het
eigen leven.
Hoe houdt een mens het uit in zo'n thuisloos leven? Jezus zegt:
wees maar niet bezorgd. Je krijgt een nieuw thuis, de kerk, en in
de kerk de verbondenheid met Jezus en met zijn Vader! Een hemel
die op aarde al begint.
Om niet te gaan zweven en me van de persoon van Jezus te verwijderen stel ik me de plaats voor ogen waar Jezus deze rede heeft uitgesproken: ergens in Galilea, temidden van de zachtglooiende heuvels.
Met grote behoedzaamheid nader ik het geheim van Jezus, een genade die mij gegeven moet worden en die ik nu als een bijzondere genade vraag: dat ik Hem beter mag leren kennen, met een innerlijke kennis zoals Hij mij kent en liefheeft.
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: "Wie vader of
moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of
dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig."
Dit betekent natuurlijk niet, dat wij vader en moeder niet
zouden moeten beminnen, maar dat, als het op een keuze aankomt,
Jezus de voorrang krijgt boven vader en moeder, boven zoon of
dochter. Jezus heeft de ouderliefde hoog. Hij houdt deze voor aan
de rijke man: "eer uw vader en uw moeder" (19,19). En Hij
gebruikt de verhouding tussen de familieleden onderling om ons
een idee te geven van de verhoudingen tussen de goddelijke
Personen. Jezus zou God toch nooit "Vader" hebben genoemd, als
Hij het vaderschap niet hoog zou hebben. Gezinnen kunnen gesloten
werelden zijn die uit zichzelf vragen dat men er bovenuit
stijgt. Dit vindt in de maatschappij plaats in allerlei grotere
verbanden. Jezus maakt er aanspraak op, dat Hij boven de sterkste
aardse verbanden uit gaat. Omdat de band met Jezus een
persoonlijke band van liefde is, sluit de band met Hem dan ook de
band met vader en moeder niet uit, maar in. Mochten vader en
moeder het echter op een keuze laten aankomen, dan gaat Jezus
voor.
Dat Jezus zoveel durft vragen, is alleen te verklaren uit wat Hij
te geven heeft: méér dan vader en moeder, méér dan zoon of
dochter. Ja, méér dan alles wat het leven leefbaar kan maken. Is
Jezus dat voor mij?
"En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet
waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn
leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden."
Kruisiging was de Romeinse executie-methode voor slaven die een
of andere misdaad op hun geweten hadden of zich aan een politiek
vergrijp hadden schuldig gemaakt. Deze manier om iemand terecht
te stellen was bedoeld om afschrik te wekken. Men mobiliseerde de
hele publieke opinie tegen zo'n misdadiger door hem een ronde te
laten maken door de stad met de kruisbalk op zijn schouders. Daar
werd zo iemand dan als uitgestotene van de maatschappij het
mikpunt van de algemene verachting. Dat beeld wordt gebruikt om
aan te geven wat een christen er voor over moet hebben om Jezus
te volgen. Je moet het ervoor over hebben, dat je de risee bent
van je omgeving.
Steeds gaat het erom, dat een christen op een heilige wijze
onverschillig is ten aanzien van alles wat niet God is. Zijn
leven incluis. Want Jezus is méér, méér dan het leven. Dat zul je
merken, wanneer je je leven verliest omwille van Hem in de
getuigendood. Je zult het dan terugvinden in Hem. Want daartoe
heeft Hij zich zo helemaal gegeven.
"Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt
Hem op die Mij gezonden heeft. Wie een profeet opneemt, omdat het
een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en
wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is,
zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. En wie een van deze
kleinen, al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij
mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker
niet ontgaan."
Hoe houdt een mens het op aarde uit, als hij alles moet opgeven
waarin mensen een thuis plegen te vinden? Jezus zorgt voor een
nieuw thuis: de kerk waarin de gezondenen worden opgenomen als
was het Christus zelf. En Jezus verzekert ons, dat zijn Vader er
ook helemaal achter staat. Zoals de langstrekkende profeet
(23,34; 2 Joh 10) en de rechtvaardige, mogen de leerlingen van
Jezus die omwille van Hem klein geworden zijn (11,25; 18,3), op
een goede ontvangst binnen de kerk rekenen, omdat Jezus zich met
hen vereenzelvigt.
De kerk is het mystieke lichaam van Christus,
waarin Jezus de grote Tegenwoordige is.
Deze zelfgave van
Christus aan zijn kerk houdt een opgave in voor mij om in mijn
mede-gelovigen altijd iets van Christus te zien.
Aan het eind het samenzijn verinnigen door met Jezus en de Vader gesprekjes te voeren. Jezus is heel dicht bij de Vader en de Vader bij Jezus. Beiden zijn ze heel dicht bij mij, ja in mij. Dat betekent, dat ik in de gesprekken met Hem meer gericht zal zijn op luisteren dan op zelf spreken. Een Onze Vader.
Een terugblik of reflexie doet me de genade meer bewust
worden en dus dieper wortel schieten en zo word ik me ook meer
bewust van het ongeordende in mij, waardoor ik er meer op
verdacht ben. Een gewaarschuwd man telt voor twee
