Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 51 | hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem en zond boden voor zich uit. |
| 52 | om er zijn verblijf voor te bereiden. |
| 53 | omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. |
| 54 | dit gewaar werden, vroegen ze: "Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?" |
| 55 | toon terecht. |
| 56 | |
| 57 | "Ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat." |
| 58 | "De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten." |
| 59 | "Volg Mij." Deze vroeg: "Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven." |
| 60 | "Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods." |
| 61 | "Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten." |
| 62 | "Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods." |
| Lucas 9,51-62 |
Eerst de geest wat laten rusten bij Hem. Om los te laten. Zoals Jezus en zijn leerlingen die op tocht zijn. Wie zich bij iemand aansluit, loopt het risico, dat hij moet bijsturen. Daarom de geest laten rusten, bereid om zich door het evangelie te laten corrigeren.
Enkele passen vóór de plaats waar ik ga bidden, even stil blijven staan, omhoog kijken, zien hoe Hij mij ziet. Hij moet altijd de oorsprong zijn van mijn gebed. Een gebaar maken van eerbied.
Dan het gebed ingaan, in de houding waarin ik vermoed Hem het beste te kunnen vinden. En dat dan vragen als een genade: dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit. Dat ik op mijn levensweg geen stappen zet naast de weg die Jezus is.
Dan nog de geschiedenis te binnen brengen. Jezus reist. Een bijzonder soort reis: op weg naar Jeruzalem. Zijn gezelschap betaat uit gewone mensen die geleid worden door gewone menselijke gevoelens. Ik kan me in hen herkennen. Erop letten hoe Jezus motiveert voor zijn navolging door te demotiveren, dat wil zeggen door de motieven te zuiveren. Daarvoor is het gebed: ter verbetering van de motivatie.
De plaats is hier een gaan van de ene plaats naar de andere. Dus moet men steeds weer plaatsen loslaten. Jazelfs de plaats waar zij op gerekend hadden er even te kunnen verblijven, bereikten zij niet eens: "Daarop vertrokken zij naar een ander dorp" (9,56).
"Toen de dagen van zijn
verheffing hun vervulling tegemoet gingen..."
Dit is een bijzondere manier van spreken die samenhangt met
de eigen tijdsbeleving van de evangelies. De evangelies zien de
geschiedenis als gemaakt door God: de Heer der geschiedenis.
Niet de mens speelt de hoofdrol, maar God. Daarom is het God die
aankondigt wat er gaat gebeuren en Hij is het Zelf die tot
vervulling brengt wat Hij heeft aangekondigd. God is het die
Jezus gaat verheffen. Jezus is opgenomen in een geheim van God.
God laat ons niet vallen. Hij vervult wat Hij heeft aangekondigd.
Hoe is mijn houding tegenover mijn geschiedenis, mijn en onze
toekomst? Zie ik dat als iets van mijzelf, van onszelf alleen,
van mensen en krachten van natuur en geschiedenis? Of zie ik God
als de Hoofdrolspeler?
"aanvaardde Hij vastberaden de
reis..."
Jezus is een trekker die geen thuis heeft. Zijn leven hangt
van reizen en trekken aan elkaar. Al vanaf zijn ontvangenis: "In
die dagen reisde Maria naar het bergland, naar een stad in Juda"
(1,39); bij zijn geboorte: "Allen gingen op reis, ieder naar
zijn eigen stad" (2,3); als twaalfjarige: "Zijn ouders reisden
ieder jaar... naar Jeruzalem. En overeenkomstig het gebruik bij
dit feest gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar
geworden was" (2,41-42). Het openbare leven begint ermee, dat
Hij van thuis weggaat en een leven aangaat van een rondtrekkend
predikant. En hier begint de reis naar Jeruzalem. Deze reis duurt
het verdere evangelie door, tot en met het negentiende hoofdstuk.
Op deze reis gaat Jezus voor. Hij loopt vóór zijn leerlingen uit,
zodat zij letterlijk volgen en Jezus zich eerst moet omdraaien om
zijn leerlingen te kunnen toespreken. Blijkbaar is Jezus niet zo
in de groep opgenomen, dat Hij er bij ingesloten is, dat Hij er
deel van uitmaakt en er als het ware in opgaat. Jezus is méér.
Ook is het geen gave groep. Er zitten blijkbaar een paar
agressieve typen onder. Precies zoals het is tot op de dag van
vandaag. Niet de mensen toen waren beter en anders, maar Jezus is
anders, reageert op een unieke manier.
"aanvaardde Hij vastberaden de
reis naar Jeruzalem..."
De vermelding van Jeruzalem als einddoel zet deze hele reis in het teken van het lijden. Alle verhalen op deze reis krijgen daarmee de kleur van het lijdensverhaal: "Nadat Jezus deze woorden gesproken had, trok Hij verder en ging Hij op naar Jeruzalem" (19,28), dat wil zeggen naar lijden en dood. Alle reisverhalen staan in het teken van de laatste reis. Ook dit verhaal. Want het vuur dat Johannes en Jakobus uit de hemel willen afsmeken, verteert niet degenen die het verdienen, maar Jezus zelf. Het vuur dat Jezus anderen bespaart, slaat bij Hem naar binnen. Hij wordt erdoor verteerd als een brandoffer van barmhartigheid.
"Heer, wilt Gij dat wij vuur uit
de hemel afroepen om hen te verdelgen?"
Men moet niet te gemakkelijk zeggen: die leerlingen hebben er niets van begrepen; vuur uit de hemel, dat doet God niet. Dat doet God wél. God is niet op een goedkope manier barmhartig: want als mensen zich niet bekeren en dus doen wat de Samaritanen deden, dan zal Hij hen in het vuur werpen: "Elke boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen" (3,9). Maar door een niet te begrijpen wonder van geduld en barmhartigheid wordt ons een tussentijd geschonken, de tijd van de kerk, een tijd van bekering. Het vuur dat door de doper werd voorspeld, wordt door Jezus tegengehouden: "Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht." Maar tenslotte zal het er toch eens van komen: "Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait" (12,49). Het vuur waarmee de kerk nu werkt, is het vuur van de heilige Geest: "Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette" (Hand 2,3).
"en wees hen op strenge toon
terecht."
Jezus maakt zich groot en geweldig om zijn eigen kleine, geweldloze weg te beschermen tegen de geweldenaars. Daarin is Hij het tegenovergestelde van de mensen. Die maken zich groot tegenover de kleinen, de kleine kinderen, de blinde bedelaar.
"Jezus sprak tot hem: De vossen
hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft
niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten."
In de drie gesprekken met de drie kandidaten voor de navolging van Jezus, wordt op drie verschillende manieren afgewezen, dat men veiligheid zoekt bij iets of iemand anders buiten Jezus. Dat kan iets zijn waarin ik bijzonder deskundig ben, in mijn werk, in bepaalde menselijke verhoudingen. Want Jezus is een Mensenzoon van niets, met niets om... Weliswaar is Jezus ook de Machtige: Heer van de sabbat, met macht om op aarde zonden te vergeven. Maar door zich te verbinden met machteloze mensen, deelt Hij in hun onmacht en verworpenheid. Machtig is Hij voor de machtelozen. En machteloos tegenover de machtigen.
Na de gesprekken een Onze Vader bidden.
In een andere houding, zodat ik wat kan schrijven, de vragen van
de reflexie beantwoorden:
