Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Tweede zondag door het jaar


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
29 De volgende dag
zag Johannes de Doper
Jezus naar zich toekomen
en zei:
"Zie, het Lam Gods
dat de zonde van de wereld wegneemt.
30 Deze is het van wie ik zei:
Achter mij komt een man die vóór mij is,
want Hij was eerder dan ik.
31 Ook ik kende Hem niet
maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden,
daarom kwam ik met water dopen."
32 Verder getuigde Johannes:
"Ik heb de Geest als een duif
uit de hemel zien neerdalen
en Hij bleef op Hem rusten.
33 Ook ik kende Hem niet,
maar die mij gezonden had om met water te dopen,
Hij had tot mij gesproken:
Op wie gij de Geest zult zien neerdalen
en blijven rusten,
Hij is het die doopt met de heilige Geest.
34 Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd:
Deze is de Zoon van God."
Johannes 1, 29-34

Ermee beginnen de geest wat te laten rusten bij Hem. Zoals Johannes de Doper: alleen Jezus. Niet dat de mensen niet bestaan, maar vergeleken bij Hem - als een waterdoop vergeleken bij een doopsel met de heilige Geest. Ook mijn gedachten, mijn gevoelens laten voor wat ze zijn. Jezus is: nooit gedacht. Hij stijgt boven alles en allen uit. Hem alleen zoeken.

Een paar passen voor de plaats waar ik ga bidden, een ogenblik blijven staan om me zijn tegenwoordigheid bewust te maken, en een gebaar maken van eerbied in de geest van Johannes de Doper die zich niet waardig wist "de riem van zijn sandalen los te maken" (Joh 1,27).

Het gebed ingaan door de houding van het gebed aan te nemen. Welke houding? Een houding die mij het meeste helpt om Jezus voor mij de Enige te laten zijn. Dat vraag ik dan ook als genade: dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

Ik overzie, als in vogelvlucht, de geschiedenis of de situatie waarin Johannes de Doper dit getuigenis over Jezus aflegde: in het eerste deel van het eerste hoofdstuk van het Sint Jansevangelie wordt eerst gezegd wie Jezus is en in het tweede deel hoe verschillende personen op Hem reageren en over Hem getuigen: priesters en levieten uit Jeruzalem in gesprek met Johannes de Doper (1-19-28), het getuigenis van Johannes de Doper, toen hij Jezus naar zich toe zag komen (1,29-34), en het getuigenis van de eerste leerlingen (1,35-51). In die geschiedenis van getuigen sta ik ook. Want elke mens moet reageren op Jezus.

Waar vond die geschiedenis plaats? "Dit gebeurde te Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes aan het dopen was" (1,28). Het is de plaats waarnaar Jezus terugging aan het einde van zijn openbaar leven (10,40). Het is een heilige plek, geheiligd door de nederdaling van de heilige Geest, die op Jezus "bleef rusten" (1,33).

De bijzondere genade die ik in deze gebedstijd hoop te verkrijgen is, dat ik een kennis mag hebben van Jezus, een kennis die mij door de heilige Geest wordt gegeven. Dat is een andere kennis dan die van het verstand, van de theologie of van het gevoel. Het is een kennis van het hart die mij engageert om Hem ook daadwerkelijk te volgen en mijn leven aan het zijne aan te passen.

 
De volgende dag zag Johannes de Doper Jezus naar zich toekomen en zei: "Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt. Deze is het van wie ik zei: Achter mij komt een man die vóór mij is, want Hij was eerder dan ik."

Sint Jan de Doper in zijn functie van "aanwijzer". Anderen hebben Hem voorspeld vanuit de verte. Johannes heeft Jezus aangewezen: "Zie ... Deze is het." Dit maakt de positie van Johannes de Doper uniek: "méér dan een profeet" en daarom "onder die uit vrouwen geboren zijn, is niemand groter dan Johannes", want in hem beginnen de profetieën tot vervulling te komen. "Niettemin is de kleinste in het Rijk Gods groter dan hij" (Lc 7,26-28). Waarom? Omdat "zij zien ... wat vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien ... maar zij hebben het niet gezien" (13,16-17). Voel ik me zo bevoorrecht? Of is Jezus voor mij meer een van de velen of een van de weinigen, maar niet de enige?

Johannes ziet niet alleen dát Jezus de Messias is, maar ook ziet hij hóe Hij zijn volk zal gaan bevrijden: namelijk als "Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt". Dat is een verwijzing naar het lied van de lijdende dienaar van de Heer:

Wij allen waren als schapen verloren gelopen,
en ieder van ons was eigen wegen gegaan;
maar op Hem heeft de Heer laten neerkomen
de schuld van ons allen.
Hij werd gefolterd en diep vernederd,
maar heeft zijn mond niet geopend,
zoals een lam dat ter slachting geleid wordt.
En zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders,
heeft Hij zijn mond niet geopend" (Jes 53,6-7; vgl. Hand 8,32-33).

Hoe neemt Jezus de zonden weg? Door ze zelf te dragen, als Lam van God. Zoals het bloed van het offerlam de Joden behoedde voor het strafgericht tegen Egypte's eerstgeborenen, zo worden wij behoed tegen Gods gerechtvaardigde wraak op onze zonden door het vrijwillige zoenoffer van Jezus. En dat gebeurt steeds weer opnieuw. Zoals de zonden ook steeds weer opnieuw geschieden. De wereld is nog steeds vol van zonde. Maar de wereld is ook nog steeds vol van volgelingen van Jezus die als slachtoffer in vereniging met Jezus de gevolgen van de zonde dragen in een geduldig en liefdevol hart en zo de zonde ontkrachten. Eucharistie is niet alleen een gedachtenis aan wat Hij eens gedaan heeft, maar evenzeer een viering van wat Hij steeds opnieuw doet voor de zonden die steeds weer opnieuw bedreven worden. Wij bidden dan letterlijk: "Lam Gods dat wegneemt de zonden van de wereld." Wegnéémt: in de tegenwoordige tijd!

 
"Ook ik kende Hem niet maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom kwam ik met water dopen." Verder getuigde Johannes: "Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten. Ook ik kende Hem niet, maar die mij gezonden had om met water te dopen, Hij had tot mij gesproken: Op wie gij de Geest zult zien neerdalen en blijven rusten, Hij is het die doopt met de heilige Geest."

Het is niet waarschijnlijk dat Johannes de Doper Jezus niet gekend zou hebben. Maar de kennis die hij van Jezus had, was wat Paulus zou noemen een kennis "naar het vlees", dat is "naar louter menselijke maatstaf" (2 Kor 5,16). Zoals Johannes Jezus door Gods openbaring kent, zo kende hij Hem niet eerder. Deze nieuwe kennis is een openbaringskennis, een kennis door de heilige Geest. Want Jezus kennen naar de Geest kan alleen door de Geest: "Zo weet niemand wat er in God is, dan de Geest van God" (1 Kor 2,11). Zo is het dus ook met de kennis van Jezus Christus in het gebed. Die verkrijg ik niet door enkel na te denken of door me in te leven, me goed te concentreren, maar doordat de heilige Geest mij deze kennis instort. Steeds weer opnieuw. Want de heilige Geest is een gave die men nooit als vast bezit in handen heeft. De heilige Geest moet steeds weer opnieuw geschonken worden. Het is een gave die men steeds opnieuw moet krijgen. Die krijgen we elke keer als wij erom bidden: "Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen" (Lc 11,13).

 
"Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd: Deze is de Zoon van God.

De voorafgaande getuigenissen monden uit in dit ene getuigenis: "Deze is de Zoon van God". Dat is het getuigenis dat wij van Johannes over Jezus hebben, toen hij uitriep: Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt, is vóór mij, want Hij was eerder dan ik (Joh 1,15 en 30). Ook zijn getuigenis over de Geest die hij ziet neerdalen en blijven rusten op Jezus, verwijst naar Jezus' goddelijke afkomst: het neerdalen wijst in de richting van een goddelijke hoogte waaruit de engelen neerdalen (Joh 1,51 en 5,4) en Jezus als het brood van God of het levende brood (Joh 6, 33.41.50-51.58). Zo bidden wij het nog steeds: "Kom, Schepper Geest, daal tot ons neer."
Neerdalen en blijven rusten. Het blijven rusten voltooit de beweging van het neerdalen. De heilige Geest, die in volheid over Jezus is neergedaald, is blijvend verbonden met Jezus.
Als we Jezus aanraken, komen we in aanraking met de heilige Geest. Wij kunnen Jezus alleen aanraken en dus in aanraking komen met de heilige Geest, wanneer wij onszelf hebben verlaten: "Want het verlangen van het vlees (de eigenliefde) staat vijandig tegenover God" (Rom 8,7).

Aan het eind gesprekjes voeren met Jezus en de Vader. Dat is mogelijk, want door de heilige Geest zijn wij in het goddelijke gezinsleven opgenomen. Een Onze Vader bidden.

Dan tot onderscheiding komen door na te gaan hoe de bewegingen waren van mijn geest:

  1. Waar was ik, toen ik niet bij Hem was? Daar probeer ik nog zelf iets te zijn, los van Hem.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Daar was ik één van geest met Hem en daar was dus de heilige Geest.
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? God kan mij de genade geven, dat ook bij mij de heilige Geest in mijn bewustzijn neerdaalt en blijft rusten.

Doop van de Heer