Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 25 | keerde Hij zich om en zei tot hen: |
| 26 | die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn. |
| 27 | kan hij mijn leerling niet zijn. |
| 28 | zal hij dan niet eerst er voor gaan zitten om een begroting te maken of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien? |
| 29 | - als hij de fundering heeft gelegd en niet in staat is het werk te voltooien - |
| 30 | Die man begon te bouwen, maar hij was niet in staat het einde te halen. |
| 31 | - als hij tegen een andere koning ter oorlog wil trekken - niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is om met tienduizend man het hoofd te bieden aan iemand die met twintigduizend man tegen hem optrekt? |
| 32 | dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. |
| 33 | als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit." |
| Lucas 14,25-33 |
Bij een langere tijd van inwendig gebed hoort een langere voorbereiding. Uitwendig en vooral inwendig. We beginnen met het inwendige: eerst de geest wat laten rusten bij Hem. Alle zelfzuchtige, ik-betrokken bindingen loslaten om me te binden aan Hem alleen.
Bij de plaats van het gebed, staande een paar passen ervandaan, me God te binnen brengen, zien hoe Hij mij ziet. Een gebaar maken van eerbied, me klein maken ten opzichte van Hem.
De houding van het gebed aannemen, liggend, zittend of geknield, maar niet bewegen en zo min mogelijk zien bewegen, zodat ik vrij kom voor hoe Hij mij beweegt. In deze houding vraag ik om de genade, dat, zoals ik nu ben, ik zo heel mijn leven mag zijn, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.
Ik breng me de geschiedenis te binnen: Jezus heeft succes. Er trokken tenminste talloze mensen met Hem mee. Jezus wil echter geen nalopers, maar navolgers. Eerst legt Hij de eisen op tafel: algehele ontzegging. Daarna in parabel van torenbouwer en koning-legeraanvoerder drukt Hij zijn volgelingen op het hart, dat er met de liefde niet te marchanderen valt.
De plaats waar het gebeurde: ergens onderweg naar Jeruzalem, de stad van zijn nederlaag. Dat brengt Hem ertoe zijn volgelingen te waarschuwen. Zij volgen Hem als een held, een overwinnaar. Maar Hij zal helemaal niet als een held sterven. Wel als een getuige van Gods liefde.
De bijzondere genade: dat ik Jezus mag leren kennen met een innerlijke kennis, zodat Hij me kan motiveren om alle andere bindingen ondergeschikt te maken aan de band met Hem.
"In die tijd trokken talloze
mensen met Hem mee; Hij keerde zich om en zei tot hen: ..."
Blijkbaar moet Jezus zich omkeren om iets tot zijn
leerlingen te kunnen zeggen. Jezus volgen wilde toen ook
letterlijk zeggen: Hem voor laten gaan en zelf achter Hem aan
lopen. Wanneer Petrus Jezus probeert af te houden van zijn kleine
weg van de overlevering, dan reageert Jezus met de woorden: "Ga
weg, satan, terug!" Petrus was blijkbaar uit zijn ondergeschikte
positie naar voren komen lopen en voor Jezus uit Hem gaan
bezweren: "Dat verhoede God, Heer." Als Jezus zijn woorden
afwijst, wijst Hij hem tevens ook op zijn positie als leerling,
namelijk achter Jezus, "terug" op de tweede plaats. Petrus mag de
eerste zijn, maar onder en achter Jezus.
Het mag misschien onsympathiek lijken, dat je bij Jezus alleen
maar te volgen hebt, dat je altijd volgzaam moet zijn en dat Hij
de eerste is. Maar dan moeten we weten waarin Jezus zo graag de
eerste wil zijn: in het dienen, in het tweede zijn, de
mindere-zijn. Want het doel waarheen Jezus zijn leerlingen
voorgaat, is Jeruzalem, waar "de Mensenzoon zal worden
overgeleverd in de handen van de mensen" (9,44). Jezus is een
leider die ons meevoert naar een neergang. Geen triomftocht, maar
eerder een aftocht. Jezus is onze Meester in het minder-zijn. En
daarvoor alles op alles zetten.
"Als iemand naar Mij toekomt, die
zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en
zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn
leerling niet zijn."
De band met Hem is zo innig, zo allesbeheersend, dat alle
andere bindingen hun absolute gelding verliezen. Dat waren toen
en zijn nu nog steeds in de eerste plaats de banden van het
bloed. Jezus is zozeer het nieuwe leven, dat alle aardse
nieuwheid oud is vergeleken bij Hem, de eeuwige jeugd en
nieuwheid in eigen Persoon. Allen worden oud: vader en moeder van
wie je je eigen leven gekregen hebt; je eigen vrouw of man uit
wie een mens dagelijks het leven vernieuwt; kinderen die je zelf
nieuw hebt voortgebracht; ja zelfs, je eigen leven waardoor je je
zelf vernieuwt. Alleen de liefde van Jezus verwelkt nooit.
Jezus noemt met opzet vormen van tussenmenselijke betrekkingen
die niet ontstaan door onze eigen vrije wil, zoals bijvoorbeeld
vriendschap, maar die door het gebod van God zijn ingesteld en
ook door Hem worden beschermd: "Eert uw vader en uw moeder." Dat
gebod wordt door Jezus niet opgeheven. Zijn woorden gelden alleen
in geval van conflict. Wanneer iemand voor een keuze wordt
gesteld: Jezus of zijn ouders, broer, zus, kind, vrouw, dan moet
hij, zoals het dan ook bij Matteüs letterlijk wordt geformuleerd,
Jezus "méér beminnen" (Mt 10,37). De leerling moet niet vader en
moeder haten, maar de achterstelling van Jezus bij vader en
moeder. Dat moet hij met grote beslistheid, ja met afschuw van
zich afgooien. In die zin moet de leerling ook zijn eigen leven
haten, ofwel zichzelf verloochenen, dat is doen alsof hij
zichzelf niet kent.
"Als iemand zijn kruis niet
draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn."
Het zware van het volgen van Jezus zit hem gewoonlijk in
het verlies van dierbaren die je keuze voor Jezus afwijzen. Men
wordt een vreemde in zijn eigen familie, voor vrouw, man,
kinderen. Dat is een steeds weer terugkerend kruis. Niet een
kruis waaraan men een keer wordt vastgeslagen en dan is het
voorbij. Men moet dit kruis dagelijks dragen. Daarom wordt de
leerling van Jezus meestal niet afgebeeld aan het
kruis, maar onder het kruis, de kruisdragende Jezus
achterna. De moeite van die last wordt kruis genoemd, omdat ze in
de navolging van de kruisdragende Jezus wordt opgelopen en
daarmee ook zijn wijding en zegen ontvangt.
Zie ik in mijn moeilijkheden een uitnodiging om me meer met Hem
te verenigen?
"Als iemand van u een toren wil
bouwen, zal hij dan niet eerst ervoor gaan zitten om een
begroting te maken of hij wel genoeg bezit om hem te
voltooien?...
Of welke koning zal - als hij tegen een andere koning ter oorlog
wil trekken - niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is...?"
Door deze vergelijkingen wil Jezus de leerling niet confronteren met de vraag óf hij hem wel zal navolgen. Want daarover werd al beslist door de roeping tot navolging. Het gaat Hem er alleen om de leerling te confronteren met de vraag hóe hij Hem zal navolgen: zonder voorwaarden in te bouwen zich helemaal met Jezus verenigen. Daartoe wil Jezus hem motiveren door te demotiveren, aanmoedigen door te ontmoedigen, aantrekken door af te schrikken. De oude mens in ons wordt erdoor afgeschrikt, de nieuwe mens gefascineerd.
"Zo kan niemand van u mijn
leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit."
De liefde durft vragen. De liefde durft alles te vragen. Er kan ook alleen maar van liefde sprake zijn, wanneer alles wordt gevraagd en gegeven. Ik zou bij mij zelf eens na kunnen gaan of ik Hem iets kan geven wat voor mij op dit moment alles betekent. Dat kunnen soms heel kleine dingen zijn, dingen waarin ik veel van mijzelf heb geïnvesteerd.
Eindigen met een gesprekje. Met Jezus die mij voorgaat op de weg van de totale liefde. Met de Vader in de hemel die van mij persoonlijk houdt, wanneer Hij mij verenigd ziet met Jezus. Een Onze Vader bidden.
In een wat andere houding zodat ik kan schrijven, de vragen van
de reflexie beantwoorden:
