Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 21 | "Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?" |
| 22 | "Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe maar tot zeventig maal zevenmaal. |
| 23 | die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren. |
| 24 | bracht men iemand bij hem die tienduizend talenten schuldig was. |
| 25 | gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat om zo de schuld te vereffenen. |
| 26 | en smeekte: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. |
| 27 | liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt. |
| 28 | trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: Betaal wat je schuldig bent. |
| 29 | en smeekte: Heb geduld met mij en ik zal u betalen. |
| 30 | en liet hem zelfs in de gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld betaald zou hebben. |
| 31 | wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen. |
| 32 | Jij, lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt. |
| 33 | met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad? |
| 34 | leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben. |
| 35 | met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt." |
| Matteüs 18, 21-35 |
Het begin van het gebed ligt buiten het gebed, namelijk in het verzorgen van de gesteltenis van mijn geest, want dat is instrument van gebed. Het is goed mijn geest wat te laten rusten door contact te zoeken met Hem. Gedachten en gevoelens op de tweede plaats. Eerst Hem zoeken.
Een paar passen voor de plaats van het gebed stilstaan, me zijn tegenwoordigheid te binnen brengen. Ik heb iets van die knecht met zijn gigantische schuld. Bij die situatie past een gebaar: "de dienaar wierp zich voor hem neer".
Dan het gebed ingaan door de gebedshouding aan te nemen, zo
min mogelijk bewegen, zodat ik er beter op kan letten hoe ik
bewogen word: bijvoorbeeld door gevoelens van wrok of van
medelijden, dankbaarheid enz. Hoe meer ik leef voor God, des te
beter kan ik bidden.
Daarom is het goed mijn verlangen te vernieuwen naar de
genade, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden
zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke
Majesteit.
Ik overzie in het kort de geschiedenis: Petrus, in zijn hoedanigheid van woordvoerder van de kerk, vraagt naar de grenzen van de vergeving aan de broeders en zusters van de kerk. Jezus geeft hem een tweevoudig antwoord: 1. er is geen grens; 2. er is wel een motief voor zo'n grenzeloze vergevingsgezindheid.
De plaats van die knecht met zijn onbetaalbare schuld, voor de voeten van zijn heer, hem smekend om genade, dat is mijn geestelijke plaats. Er zou mij veel onheil bespaard blijven, wanneer dat in mijn bewustzijn levendig bleef.
Daarbij aansluitend vraag ik om de bijzondere genade, dat ik een innerlijke kennis mag hebben van Christus onze Heer, dat wil zeggen: een kennis die me anders maakt door me het besef te geven zelf een begenadigd iemand te zijn.
In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: "Heer,
als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan
vergeven? Tot zevenmaal toe?"
Petrus treedt hier op als woordvoerder van de kerk. Het gaat over kerkelijke verhoudingen waar mensen voor elkaar broeders en zusters zijn, omdat God hun Vader is. Dat het over het kerkbroederschap gaat, blijkt ook uit het antwoord van Jezus aan het einde: "Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt." Petrus alleen stelde de vraag. Allen krijgen een antwoord: "ieder van u". Blijkbaar sprak Petrus als woordvoerder voor de hele groep: "Hoe vindt U, dat het er bij ons in de kerk aan toe zou moeten gaan, wanneer de ene broeder tegen de ander misdoet?" Trouwens, alleen al het gebruik van het woord "broeder" wijst erop, dat wij hier in kerkelijk milieu zitten. Dat de christenen elkaar met broeder en zuster aanspraken, klonk voor de heidenen wereldvreemd (Tertullianus). Als ik moeite heb in iemand mijn broeder of zuster te zien, dan kan ik me bewust maken, dat God haar of zijn Vader is en zo voor die persoon bidden.
"Tot zevenmaal toe?"
Zeven keer vergeven is eigenlijk al alles. Want zeven is het getal van de volheid: "De rechtvaardige valt zevenmaal per dag". Petrus had immers al wel gemerkt, dat het vergeven Jezus na aan het hart lag. Maar altijd vergeven kon er toch maar nauwelijks bij hem in. Daarom die vraag. Dat is de vraag die mensen heel gemakkelijk op de lippen komt: "Moet ik dan alles maar nemen?" "Moet ik altijd weer de eerste stap zetten?" Dat is de vraag van Petrus: "Tot zevenmaal toe?"
Jezus antwoordde hem: "Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal
toe maar tot zeventig maal zevenmaal."
Om er beduusd van te worden. Niet altijd, maar altijd maal altijd. Vergeven tot op het dwaze af. De ander mag nooit het gevoel krijgen, dat er een grens is aan mijn vergevingsgezindheid. Anders gaat God ook grenzen stellen aan zijn vergevingsgezindheid jegens mij. Bij het laatste oordeel. Het hele Rijk Gods hangt dus om zo te zeggen van vergevingsgezindheid aan elkaar.
"Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die
rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren."
Merkwaardig op het eerste gezicht is, dat Jezus in zijn parabel gaat spreken over het Rijk der hemelen als uitleg hoe onze onderlinge verhoudingen moeten zijn in de kerk hier op aarde! Maar het is dan ook zo, dat de kerk het Rijk der hemelen als spiegel voorgehouden krijgt. Want de verhoudingen van de hemel moeten heersen in de kerk op aarde. Of met andere woorden: in de kerk begint het Rijk der hemelen al gestalte aan te nemen. De christenen genieten in de kerk "de hemelse gaven, ontvangen de heilige Geest, ervaren het heerlijke woord van God en de krachten van de toekomstige wereld" (Hebr 5,4-5). Daar hoort ook een bovenmenselijke vergevingsgezindheid bij. Bij het evangelie hoort, dat er rekening en verantwoording wordt gevraagd. God neemt ons serieus. Het kan een hele tijd duren: "Een hele tijd later kwam de heer van die dienaars terug en hield afrekening met hen" (25,19). Maar eens komt het ervan. Waarover gaat die rekenschap? Schrik niet! "Van ieder onnut woord dat de mensen spreken, zullen zij rekenschap moeten afleggen op de dag van het oordeel" (12,36).
"Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die
tienduizend talenten schuldig was."
Een talent is zesduizend denaries. Een denarie is een dagloon: "Hij werd het met de arbeiders eens voor een denarie per dag" (20,2). Tienduizend talenten is een duizelingwekkend bedrag. Waar komt die schuld vandaan? Bij onze zondenschuld is niet alleen te denken aan wat wij hebben misdaan, maar méér nog aan Degene tegen wie wij hebben misdaan. Een blik op het kruis is voldoende om ons daarvan te overtuigen.
"Daar hij niets had om te betalen, gaf de heer het bevel
hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat, om zo
de schuld te vereffenen. Maar de dienaar wierp zich voor hem neer
en smeekte: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold
hem de geleende som kwijt."
Om het gebaar van barmhartigheid naar waarde te kunnen smaken,
moet eerst voorop staan dat de heer soevereine macht heeft om
terugbetaling te eisen. Uitgangspunt is de rechtmatige toorn en
de straf. Maar over het recht zegeviert de barmhartigheid: "De
heer kreeg medelijden". Nu zou ik me mijn zonden te binnen
kunnen brengen, ook de zonden die ik al gebiecht heb, en dan mijn
eigen naam invullen: "De heer kreeg medelijden met ... en schold
... de schuld kwijt."
Het gevoel begenadigd te zijn moet in mij
zo groot worden, dat ik ook tegenover anderen de genade kan
laten zegevieren over het recht, zoals ook aan mij gebeurd is en
steeds weer opnieuw gebeurt. Want altijd te moeten vergeven is
een bovenmenselijke opgave die alleen te volbrengen is dank zij
zijn overgrote gave van vergeving aan ons.
"Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een
andere dienaar die hem honderd denariën schuldig was; hij greep
hem bij de keel en zei: Betaal wat je schuldig bent. De andere
dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heb geduld met mij
en ik zal u betalen. Maar hij weigerde en liet hem zelfs in de
gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld betaald zou hebben."
In vergelijking met de eigen schuld valt de schuld van zijn
medeknecht in het niet: ongeveer het 500.000ste deel ervan. Maar
op zichzelf gezien - helaas zien wij de schuld van anderen los
van onze eigen schuld aan God - is die schuld van honderd
denaries geen kleinigheid: honderd daglonen, bijna een derde van
een jaarsalaris. Het is goed om de schuld die anderen aan ons
hebben, niet voortijdig in ons gevoel te verkleinen. Dat is
verdringen. Wat verdrongen is, is niet echt weg, maar gaat min of
meer heimelijk een rol spelen in mijn bewustzijn, bijvoorbeeld
wanneer ik moe ben of wanneer die ander mij opnieuw irriteert of
kwetst. Beter is het mijn gevoel van gekwetstheid zo groot te
laten zijn als het op sommige momenten kan zijn, om dan pas de
vergevingsgezindheid nog groter te laten zijn.
Sommigen hebben het er moeilijk mee om zichzelf te vergeven. Zij
kunnen het niet uitstaan, dat ze een bepaalde zonde hebben
gedaan. Ze kunnen zichzelf er wel om voor het hoofd slaan. Dan
zijn zij zelf de persoon die zij naar de keel vliegen. Het is
goed die woede tegen zichzelf tijdens het gebed even de vrije
loop te laten om dan vanuit het gevoel van dankbaarheid voor de
eigen vergeving de vergevingsgezindheid het te laten winnen van
de agressie. Kortom, tegenover het kwaad bij zichzelf en bij
anderen is kwaadheid de eerste reactie. Juist zoals bij God. Maar
kwaadheid mag nooit het laatste woord hebben. Want dan zal ook
bij God de kwaadheid het laatste woord hebben.
"Daarop liet de heer de dienaar roepen en sprak: Jij,
lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat
je mij erom gesmeekt hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten
hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb
gehad? En in toorn ontstoken, leverde zijn heer hem over aan de
beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben."
Weer staan ze tegenover elkaar: de heer en zijn knecht. Maar nu kent de heer geen pardon. Nu eist hij het volle pond, precies zoals de knecht deed tegenover zijn schuldige medeknecht. Want God wil dat zijn wil op aarde geschiedt zoals in de hemel. Wat is zijn wil? Liever barmhartigheid dan recht. Als wij het recht laten zegevieren over de genade, dan betaalt Hij met gelijke munt. Wij mogen niet op onze rechten staan. Want zelf leven wij van genade. Dan moeten wij ook anderen van genade laten leven.
Aan het eind gesprekjes met Petrus, met Jezus, vriendschappelijk met Hem overleggen hoe ik bepaalde personen zal vergeven, bijvoorbeeld door in het Onze Vader de naam van die schuldenaar in te voegen:
"Onze Vader, Vader van mij en van ...
uw naam worde geheiligd, in mij en in ... enz.
Vergeef mij mijn schuld
zoals ik de schuld van ... verlang te vergeven."
Een langere tijd inwendig gebed kan tot een beter inzicht leiden
in de verschillende krachten of geesten die mij beïnvloeden. Ik
kan tot onderscheiding komen door me de volgende vragen te
stellen:
