Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 14 | uit de woestijn terug naar Galilea en men sprak over Hem in heel de streek. |
| 15 | en werd algemeen geprezen. |
| 16 | waar Hij was grootgebracht. Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. |
| 17 | Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: |
| 18 | omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, |
| 19 | |
| 20 | gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. |
| 21 | "Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan." |
| Lucas 4,14-21 |
Aan het begin van het gebed is het goed zich eerst uit zijn eigen kringetje los te maken door zich te realiseren, dat God hier is: we zijn op bezoek en juist zoals bij de mensen, is er aan het begin van de ontmoeting een begroeting. Je stelt je aan Hem voor en je begeeft je in zijn uitstraling, in zijn krachtenveld, in zijn Geest. Wij maken ons los van de geest van de mensen en laten ons opnemen in de Geest van God.
Staande, enkele passen vóór de plaats waar ik ga bidden, zie ik hoe Hij mij ziet. Wanneer ik me dat helemaal bewust ben geworden, maak ik vanzelf een gebaar van eerbied.
Ik neem de houding aan van het gebed, liggend, zittend of geknield, al naar gelang ik vermoed Hem het beste te kunnen vinden. In die houding vraag ik om de genade dat heel mijn leven mag beantwoorden aan de zending, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.
Dan breng ik me kort de geschiedenis te binnen: hoe Jezus zelf ook bewogen wordt, namelijk door de heilige Geest. Deze kracht van de hemel, in volheid ontvangen bij de Jordaan, voerde Hem "naar de woestijn" (4,1) en doet Hem nu terugkeren naar Galilea. Naar Nazaret. Naar de synagoge. Om er zijn programma te ontvouwen: een tijd van genade voor de armen van geest. Zelf ben ik in deze geschiedenis opgenomen: ik leef nu in het heden van de bevrijdende Jezus-beweging.
De plaats zien opdat ik met mijn gedachten een rustpunt heb, een genade-oord: de synagoge van Nazaret, het opstaan van Jezus om voor te lezen uit de boekrol aan de gespannen luisterende stadsgenoten enz.
Als bijzondere genade kan ik vragen om een innerlijke kennis van de Heer, zodat ook ik Hem mijn instemming betuig en me van harte aansluit bij zijn vredesbeweging.
"In die tijd keerde Jezus in de
kracht van de Geest... terug"...
Als de evangelist Jezus' optreden beschrijft, beperkt hij
er zich niet toe om zijn woorden en daden weer te geven. Hij
vertelt eerst in wat voor geest Jezus dat zei en deed: "in
de kracht van de Geest". De kracht die er in Jezus en in
zijn evangelie mee overkomt, is de kracht van de Geest die over
Jezus was neergedaald bij de doop: "toen geschiedde het dat
de hemel openging en de heilige Geest over Hem
neerdaalde" (3,22).
Diezelfde Geest werkt nog steeds, als wij in de kerk het
evangelie beluisteren. Bij het gebed moeten wij dus niet alleen
letten op de betekenis van de woorden en op het gevoel dat ze bij
ons opwekken, maar ook op de heilige Geest, dat is de bewegende
kracht die ons meevoert naar God, die ons blij maakt met Hem.
"en men sprak over Hem in heel de
streek".
Want de heilzame kracht die er van Jezus uitging, blijft niet beperkt tot de persoon van Jezus. Die kracht heeft een uitstralingsgebied gekregen: "heel de streek", de kerk. De heilige Geest is de ziel van de kerk: "Tussen Christus onze Heer, de Bruidegom en de kerk, zijn bruid, is er maar één en dezelfde Geest die ons bestuurt en leidt naar het heil van onze ziel" (Geestelijke Oefeningen van de heilige Ignatius van Loyola, nr. 365). Een medebroeder van deze Ignatius heeft eens gezegd: "Men voelt een goddelijke kracht in alles van de kerk zoals in de beelden, altaren, kerken, gewijde voorwerpen, in kerkelijke observanties en ceremonies" (H. Nadal SJ). Niet alleen het evangelie is "een goddelijke kracht" (Rom 1,16), maar heel de kerk.
"Hij trad nu op als leraar in hun
synagogen ... volgens zijn gewoonte op de sabbatdag en stond op
om voor te lezen".
Onze godsdienst is van ouds een woord-godsdienst. Maar de woorden van de heilige Schrift zijn kracht-woorden, woorden die doen wat ze zeggen. Het zijn woorden, die, evenals heel het optreden van Jezus, kracht uitstralen. Genezende kracht, vrijmakende kracht. Bidden is: me door het woord van God laten doen, laten genezen, laten vrijmaken.
"De Geest des Heren is over Mij
gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft."
De woorden van Jezus hebben "unctie", "zalving", dat wil zeggen: ze zijn vol van kracht van de heilige Geest, vol van geestkracht. Ze bewegen me naar God toe. Dat mag ik ervan verwachten.
"Hij heeft Mij gezonden om ...
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken ... verdrukten te
laten gaan in vrijheid ... om een genadejaar af te kondigen van
de Heer."
De aard van de kracht van het evangelie wordt hier
aangeduid als: "bevrijdend", als "vrijlatend". Allereerst
vrijlating van zonden, dat is vergiffenis. Door de zonde worden
de mensen knechten van elkaar (lippendienst, ogendienarij, slaven
van de mode, van de publieke opinie, groepsdwang, afhankelijkheid
van wat "men" zegt of denkt enz.) en men wordt een slaaf van
zichzelf (van zijn hartstochten, van zijn zogenaamde aard, zijn
gewoonte-zonden). Wie vrij is van zonden, is echt vrij. Ook al is
hij uiterlijk gebonden (aan gezin, werk, milieu, aan de
voorwaarden van het bestaan).
De kerk is de bevrijdende Jezus-beweging, die mensen door de
vergiffenis van de zonden vrijmaakt van elkaar en van zichzelf
voor de dienst van God.
"Het Schriftwoord dat gij zojuist
gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan."
De Heer begint in Jezus een genade-jaar, dat geen einde meer zal nemen. Daarom kan ik ook nu, op dit ogenblik, zeggen, dat de Schrift zich aan mij vervult. Zoals bij Jezus het profetenwoord "thans" wordt vervuld, zo bij ons het evangeliewoord; thans wordt het vervuld, vandaag, nu. God schept in Jezus een "heden" van heil. Me in dit heden plaatsen, verleden en toekomst opnemen in dit heden van Gods verlossingsdag.
Aan het einde gesprekken voeren, vertrouwelijk, met
Jezus, van hart tot hart, als vrienden onder elkaar. Want dat is
de kern van alle verzoening, dat er een persoonlijke band is met
Jezus door Wie wij "vrijmoedig nader kunnen treden tot de troon
van genade" (Hebr 4,16).
Dan samen met Jezus naar de Vader gaan en samen met Hem bidden
wat er dan in me opkomt: voorbede, lofprijzing, dankgebed,
aanbidding enz. Het Onze Vader, langzaam en eerbiedig.
In een andere houding zodat ik wat kan schrijven de vragen van de
reflexie beantwoorden, zodat ik onder ogen zie waar
Jezus geen en waar Hij wel vat op mij heeft.
