Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 21 | "Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan." |
| 22 | en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: "Is dat dan niet de zoon van Jozef?" |
| 23 | "Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe al wat, naar wij hoorden, in Kafarnaüm gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad." |
| 24 | "Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet is heilzaam voor zijn eigen vaderstad. |
| 25 | in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israël; |
| 26 | behalve tot een weduwe te Sarepta in het gebied van Sidon. |
| 27 | waren er vele melaatsen in Israël; toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syriër Naäman." |
| 28 | werden allen die in de synagoge waren, woedend. |
| 29 | joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten. |
| 30 | |
| Lucas 4,21-30 |
Beginnen de geest wat te laten rusten bij Hem, die "thans" zijn woord tot mij spreekt. Leven in het nu-moment. Alle gedachten aan verleden en toekomst weg. Alleen Hij.
Een paar passen vóór de plaats waar ik ga bidden, me staande
in zijn tegenwoordigheid stellen, zien hoe Hij mij
ziet en wat Hij er voor over heeft gehad om bij mij te zijn.
Daarvoor heeft Hij de intimiteit moeten missen met zijn eigen
stadgenoten, met zijn eigen kring. Want als er staat "Hij ging
midden tussen hen door en vertrok", dan betekent dat, dat Hij
naar andere steden is gegaan.
In een gebaar mijn eerbied tot uitdrukking brengen en
daardoor ook laten groeien.
In het gebed ingaan in de houding die mij het meeste helpt om in het besef van zijn aanwezigheid te blijven. Ik vraag om de genade dat, zoals ik nu ben, dat zo ook heel mijn leven mag zijn, zodat heel mijn leven gebed wordt in dienst van God: dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.
De geschiedenis: wie het dichtste bij het heil schijnen te zijn, staan er soms het verste vanaf, zoals de inwoners van Nazaret, en wie er het verste vanaf lijken te staan, zoals de melaatse Naäman uit het heidense Syrië en de arme weduwe van het heidense Sarepta, staan er in feite het dichtste bij. Die geschiedenis herhaald zich zo vaak dat Jezus er een regel van heeft gemaakt: "Denk eraan: er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn" (13,30).
De plaats zien: de geschiedenis geschiedt steeds ergens. Ons geloof is historisch: aanvaarding of afwijzing van een Persoon, "tot val of opstanding" (2,34); er moet gekozen worden. Het stadje Nazaret tegen de helling; de synagoge.
Vragen wat ik verlang: de bijzondere genade van een innerlijke kennis van Christus om Hem méér lief te hebben en te volgen. Dit evangelie waarschuwt ons, dat er nogal wat opstakels zijn om Jezus te leren kennen. Jezus en de kerk hebben bepaalde kanten die bij ons mensen een afkeer, een agressie opwekken.
"Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan."
"Thans". Dat zei Jezus toen. Maar dat zegt de priester elke keer wanneer hij het evangelie heeft voorgelezen, met andere woorden, maar met dezelfde lading: "Dit is het woord van God" of "Zo spreekt de Heer." Het woord van God maakt door Jezus geschiedenis. jezus leeft voort in de
kerk. God blijft dus maar
geschiedenis maken door de kerk. Ik word nog steeds onmiddellijk
door God aangesproken.
Bij het luisteren naar het evangelie moet ik erop rekenen, dat
Jezus twee kanten heeft. Iets heel aantrekkelijks waardoor Hij je
voor zich inneemt en iets afstotelijks.
"Allen betuigden Hem instemming
en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade uit zijn mond
vloeiden."
Mooier getuigenis van Jezus' vermogen om de harten voor God
te winnen is er in de Schrift niet te vinden. Wel zijn er vele
andere getuigenissen die ons - minder sterk - hetzelfde zeggen:
"Allen die Hem (de 12-jarige Jezus) hoorden, waren verbaasd over
zijn begrip en zijn antwoorden" (2,47) ..."Met de jaren nam
Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen"
(2,52). De genade maakt zijn mens-zijn transparant. Dat oefent
op mensen een bijna magische aantrekkingskracht uit: "Op zekere
dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennezaret, terwijl
de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen" (5,1),
"Heel de menigte verheugde zich over al de heerlijke daden die
Hij verrichtte" (13,17), ..."En elke ochtend kwam al het volk in
de vroegte naar Hem toe om in de tempel naar Hem te luisteren"
(21,38), ..."De hogepriesters, de schriftgeleerden en de
vooraanstaanden van het volk zochten een gelegenheid om Hem ter dood te brengen, maar zij zagen geen kans om wat dan ook te doen, want al het volk hing aan zijn lippen" (19,47-48).
Maar als Jezus weigert de rol over te nemen die ze Hem toeschuiven, de rol van wonderdoener, van wereldverbeteraar, van boven lijden en dood verheven supermens, als Hij zichzelf blijft en zich niet wil aanpassen aan hun verlangen, maar integendeel verlangt dat zij zich aanpassen aan Hem, dan stoten ze Hem uit: nu uit Nazaret, straks uit de wijngaard:" tot "Kruisig Hem" (23,21)... "Luid schreeuwend bleven zij echter zijn kruisiging
eisen; en hun geschreeuw gaf de doorslag" (23,23).
En de steen des aanstoots is de eenvoud van Jezus, zijn gewoon
mens-zijn.
"Ze zeiden: Is dat dan niet de
zoon van Jozef?"
Ze kijken een beetje op Hem neer. Ze zijn "blasé". Dat komt gauwer voor dan je denkt. Want het is een gave om familie van Jezus te zijn. Het is een voorrecht van huis uit het geloof te mogen hebben. Maar het is ook een opgave. Want aan Jezus en zijn evangelie wen je nooit. Het is zaak om zich steeds weer opnieuw te bekeren.
"Hij ging midden tussen hen door
en vertrok."
Jezus gaat weg. Maar elders gaat Hij door. Zo komt het
evangelie steeds verder. De vervolging joeg de eerste christenen
buiten Israël. Het is een vast patroon: ..."de Samaritanen
ontvingen Hem niet... Daarop vertrokken zij naar een ander dorp"
(9,53.56).
Jezus zit aan niets vast, niet aan zijn eigen vaderstad, niet aan
zijn eigen eer, om die te wreken, wanneer deze werd geschonden.
Aan het eind het ritme vertragen, zodat we de gewonnen diepte niet verliezen, maar over de rand van de gebedstijd meenemen. Een goede manier is gesprekjes voeren met Maria die onder de Nazareners aanwezig was, met Jezus, vertrouwelijk en eerbiedig. Tenslotte me door Jezus naar de Vader laten brengen. Een Onze Vader bidden.
Kijken waar ik nu sta door de vragen van de reflexie
te beantwoorden.
