Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 17 | maar bleef staan op een vlak terrein. Daar bevond zich een talrijke groep van zijn leerlingen en een grote volksmenigte uit heel het joodse land, uit Jeruzalem en uit het kustland Tyrus en Sidon. |
| 20 | keek zijn leerlingen aan en sprak: "Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. |
| 21 | want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachten. |
| 22 | wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten, u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks. |
| 23 | want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaderen de profeten. |
| 24 | want wat u vertroost, hebt ge al ontvangen. |
| 25 | want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen. |
| 26 | want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten." |
| Lucas 6,17.20-26 |
Beginnen met mijn geest te ontdoen van rijkdom, troost, voedsel, kortom van alle zelfgenoegzaamheid en rust te vinden in Hem alleen. Geen gedachten of gevoelens willen hebben. Alleen Hem.
Staande, een paar passen van de plaats waar ik ga bidden, me
zijn nabijheid te binnen brengen, zien hoe Hij mij
ziet. Anders dan de mensen mij zien. In zijn blik mijn
"zaligheid" zoeken.
De houding van het gebed aannemen, een houding van
ontspanning en ontvankelijkheid. Want in het gebed zijn wij het
voorwerp van Gods zorg. De zaligsprekingen zijn
lofsprekingen op de werkzaamheid van God: "Rijk Gods" (20),
"verzadigd worden" (door God), "loon in de hemel" (bij God). Het
gebed kan heel goed zo worden ingericht, dat wij nu al de
zaligheid deelachtig worden, die Jezus aan zijn arme leerlingen
in het vooruitzicht stelt.
Dat dan ook vragen als een genade dat al mijn
bedoelingen (zuiverheid van hart), daden en werkzaamheden zuiver
geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit (en niet op het dienen van aardse grootheden voor een zuiver aards geluk).
De geschiedenis: Jezus heeft gebeden. In de nacht, op de berg. Bij de dageraad riep Hij zijn leerlingen bij zich omhoog de berg op en koos er twaald tot apostel. Samen met hen daalde Hij af en bleef staan op "een vlak terrein", bij een groep leerlingen en bij een grote menigte bestaande uit Joden en heidenen. De kerk mag delen in de Godservaring van Jezus en deelt daarvan uit aan de mensen die voor God openstaan.
De plaats: een vriendelijke plaats ergens op één van de zachtglooiende hellingen rond het meer van Galilea en al die andere plaatsen op de wereld waar de kerk haar schatten verzameld houdt: instellingen voor zwakzinnigen, invaliden, zieken, bejaarden, kinderen etc.Dan ook de plaats zien in mijzelf waar ik me arm en behoeftig weet.Vragen om de bijzondere genade dat ik Jezus mag leren kennen met een innerlijke kennis, zodat Hij voor mij een rijkdom wordt bij Wie vergeleken alle aardse schatten in glans verbleken.
"Samen met de apostelen daalde
Jezus af."
Blijkbaar waren de leerlingen eerst door Jezus omhooggeroepen, daar waar Hij in gebed met God had verkeerd.Kerk en kerkelijk apostolaat hebben een hoge afkomst: bij God in de hemel, bij Jezus' eigen ervaring van de buitenwereldlijke God, in de nacht, op de berg. Want men moet wel hoog stijgen om zó diep te kunnen afdalen als Jezus en de kerk (de apostelen dalen mee af) doen. Men moet zijn hart eerst van die vreemde liefde van God vervuld hebben om zo zijn leven te geven aan mensen die te arm zijn om iets terug te geven. Geven zonder te ontvangen, dat is de wet van het Nieuwe Verbond, volgens een woord van Jezus: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen" (Hand 20,35). Iedereen wordt daartoe geroepen.
"Daar bevond zich een talrijke
groep van zijn leerlingen en een grote volksmenigte uit heel het
Joodse land uit Jeruzalem en uit het kustland Tyrus en Sidon."
Joden (Joodse land + Jeruzalem) en heidenen (Tyrus en Sidon) worden door Jezus geroepen tot een nieuwe menselijkheid. Maar deze nieuwe menselijkheid is geen nieuwe ideologie of een nieuw maatschappelijk systeem, maar een persoonlijke band van liefde met Jezus en door de band met Hem een voorkeursliefde voor de armen, in het bijzonder voor hen die vervolgd worden "omwille van de Mensenzoon" (v.22). Dat zijn de echte armen, wil het evangelie zeggen.
"Hij sloeg nu zijn ogen op, keek
zijn leerlingen aan."
Blijkbaar hield Jezus zijn ogen gewoonlijk neergeslagen. Hij heerst niet met zijn blik. Hij heeft geen heersersblik. Zo voorkomt Hij dat zijn leerlingen aan ogendienst doen. Jezus ontvangt zijn leerlingen van zijn Vader tot Wie Hij zich inkeert en zo kijkt Hij ze aan, als ontvangen van de Vader, bemind door de Vader. Zo moeten wij ook nu die woorden beluisteren. Niet als woorden die los van de spreker een eigen leven kunnen leiden. "Los van Mij kunt ge niets" (Joh 15,5). Eerst mag ik me door Jezus laten aanzien. Hoe kijkt Hij me aan? Liefdevol: Zoals Hij de rijke man aankeek, toen Hij hem veel ging vragen: "Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak: Eén ding ontbreekt u; ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten" (Mc 10,21). Gelukkig zijn met de liefde van Jezus. Dan pas zijn koudmakende eisen op je af laten komen, anders houd je het niet. Evenmin als de rijke man. Als je niet eerst gelukkig geworden bent met Hem, weet je je geen raad met zijn onzalige zaligheden.
"Zalig gij die arm zijt ... Zalig
die nu honger lijdt ... Zalig die nu weent ... Zalig zijt gij,
wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten ..."
Zalig is niet gewoon "gelukkig" of "happy". Want dat betekent gewoonlijk een aards en psychisch geluk. Het geluk dat Jezus belooft en geeft is een bovenaards geluk dat samengaat met aards ongeluk: armoe, honger, verdriet, vervolging. Dit woord "zalig" gebruiken wij nog in dezelfde betekenis wanneer wij iemand "zalig kerstmis", "zalig nieuwjaar", "zalig pasen" of een "zalige communie" toewensen. Zalig betekent zoveel als "gezegend door God". Zalig is steeds "God-zalig".
"aan u behoort het Rijk Gods ...
gij zult verzadigd worden ... gij zult lachen ... groot is uw
loon in de hemel."
Dus toch een wissel op de eeuwigheid en daarmee een vrijbrief voor de gewetenlozen? Nee, want de toekomst is al begonnen. In Jezus die leeft in de kerk en in ons hart.
"Maar wee u, rijken ... Wee u,
die nu verzadigd zijt ... Wee u, die nu lachen ... Wee u, wanneer
alle mensen met lof over u spreken."
Waarom die "weeën"? Werpen die geen smet op de Blijde Boodschap? Integendeel. De wee-roepen onderstrepen de geldigheid van de zaligsprekingen. Zonder de wee-roepen zou iemand nog kunnen denken: je kunt misschien wel heel gelukkig worden als je je leven volgens die zaligsprekingen inricht, maar als je dat niet doet, dan is er toch nog wel geluk voor je weggelegd. De wee-roepen zeggen: er bestaat geen keus. Zo of helemaal niet. Alles of niets. Jezus is het laatste heilsaanbod.
Langzaam eindigen door gesprekjes te voeren met de apostelen, met Jezus, met de Vader in de hemel die door Jezus zo nadrukkelijk tegenwoordig wordt gesteld. Aan de Vader mij uit handen geven zoals ik het aan het einde van mijn leven zal doen in volmaakte armoede van geest. Een Onze Vader bidden.
In een wat andere houding zodat ik kan schrijven een terugblik of
reflexie houden:
